Registreren | Inloggen       Colofon
  • Home
  • Stand van Ons Boszaken - Deel 4: Houtkapsector en ontbossing

Stand van Ons Boszaken - Deel 4: Houtkapsector en ontbossing

08/05/2021 16:00

Stand van Ons Boszaken - Deel 4: Houtkapsector en ontbossing

 

‘Stand van Ons bos Zaken’ is een 7-delige serie met als doel het Surinaamse publiek informeren over de stand van zaken van onze natuur. Aan deze aflevering werkten Conservation International Suriname (CI-S) en Tropenbos Suriname mee. Als samenleving moeten we keuzes maken hoe wij omgaan met onze natuurlijke rijkdom. De periode 2020-2025 wordt daarvoor cruciaal.

Waar een autoriteit stelt dat het beheersbaar is, slaat de milieuactivist luidkeels alarm. Deze serie wil gebalanceerd informeren, gebaseerd op bestaande data. Als stof voor een 'Natuurdebat'. Ook opdat de regering het bos hoog op hun agenda zetten. Alle Surinamers moeten aan het debat kunnen deelnemen. Deze serie draagt bij aan basiskennis. Opdat u niet alleen de (alarm)klok hoort luiden, maar ook weet waar de klepel hangt. Deel 4: HOUTKAPSECTOR EN ONTBOSSING.

DE HOUTKAP DRAAGT in Suriname 'niet significant' bij aan ontbossing. Zo wijst achtergrondonderzoek uit van het gerenommeerde Duitse Unique voor de periode 2000-2015. Het onderzoek is uitgevoerd voor Stichting Bosbeheer en Bostoezicht (SBB) en het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling in Suriname (Nimos). In het rapport heeft de houtkap niet eens een eigen grafiek maar valt hij onder 'overige', met een jaarlijkse bijdrage van 500 hectare ontbossing. Mijnbouw, veruit de grootste veroorzaker van ontbossing, torent met ruim 7.000 hectare bovenuit.

Met de oprichting van Dienst 's Lands Bosbeheer (LBB) in 1947 werd de aanzet gegeven tot duurzaam bosbeheer. Medio jaren zestig werd het Centrum voor Landbouwkundig Onderzoek in Suriname (Celos) opgericht als dependance van de toenmalige Nederlandse Landbouwhogeschool Wageningen. Het internationaal vermaarde Celos-managementsysteem behelst 'selectieve houtkap' waarbij het bos op natuurlijke wijze herstelt ('regenereert'), mits je het zo'n dertig jaar met rust laat. Het werd de basis voor voorschriften voor duurzame houtkap.

Duurzaamheidsregels

IN ZIJN HOOGTIJDAGEN telde LBB landelijk 34 boswachtersposten. De controle op houtkap was nauwlettend maar de retributie een schijntje: één US-dollar voor een flinke stam. Tijdens de Binnenlandse Oorlog (1986-1992) ging de boswachtersinfrastructuur van LBB vrijwel geheel verloren. Van controle was nog nauwelijks sprake.

Met de oprichting van SBB in 1998 werd het herstel ingezet en de retributie naar 'acceptabel niveau' getild. Tot op heden stelt SBB tal van duurzaamheidsregels en geldt een kapcyclus van 25 jaar als richtlijn. In 2012 werd ook een 'Code of Practice' geformuleerd, in samenwerking met Tropenbos Suriname. De daarin vervatte richtlijnen voor duurzame houtoogst zijn in lijn met de Wet Bosbeheer, de concessievoorwaarden en richtlijnen van de SBB.

Zo eist SBB onder meer inventarisatie van commerciële en beschermde bomen en een sleepwegenplanning. Na goedkeuring ontvangt de concessionaris vellingskaarten waarop aangegeven welke bomen geveld mogen worden, volgens een ingediend kapplan. Alleen bomen met een stamdiameter vanaf 35 cm (op borsthoogte) mogen worden geveld. En per hectare mag niet meer dan 25 kuub hout worden geoogst. Twee bomen vellen binnen een afstand korter dan 10 meter mag ook niet. Volgens een studie van Tropenbos International wordt gemiddeld tussen 10 en 15 kuub per hectare geoogst.

Aziatische houtopkopers

OP PAPIER MAG er dan wel geen vuiltje aan de lucht zijn, maar in het bos vinden praktijken plaats die zorgen baren en is alertheid geboden. In tegenstelling tot de Europese markt stellen de Aziatische markten nauwelijks certificeringseisen met betrekking tot duurzaam oogsten. Sinds 2010 stijgt de Surinaamse rondhoutproductie gestaag.

Er is zelfs een 'explosieve toename' van 600.000 kuub in 2016 naar bijna 1,1 miljoen kuub in 2018. Daarvan werd ruim 528.000 kuub geëxporteerd naar Azië tegenover slechts zo'n 2.900 kuub naar Europa. "Het zijn bedrijven van Maleisische, Chinese en Indiase origine die het rondhout opkopen tegen torenhoge prijzen", zegt dr. ir. John Hendrison, bosbouwkundig ingenieur.

Hendrison behoort tot de generatie bosbouwers die in de jaren '70 zijn afgestudeerd in Wageningen, Nederland. Hij werkte acht jaar voor LBB, daarna veertien jaar voor de Universiteit van Wageningen en promoveerde op een onderzoeksprogramma voor duurzaam beheer van het Surinaamse bos. Sinds 1997 schreef Hendrison als consultant voor bedrijven uit de bos- en houtsector veel bedrijfsplannen volgens de richtlijnen van SBB. Hij is nog altijd 'adviseur' van de sector.

Rondhoutproductie

Bron: Totale rondhoutproductie (Bosbouwstatistieken 2018, SBB) * Berekening aantal verdwenen bomen: Xha x 600 bomen x 30% (Global Forest Watch)

Commercieel bruikbaar

DAT DE SURINAAMSE houtkap op rapport zich gedraagt als braafste jongetje, is volgens Hendrison vooral te danken aan het toegepaste Celos-systeem. Daarnaast zijn van het Surinaamse bos weinig boomsoorten commercieel bruikbaar. "Wat dat betreft beschermt het bos zichzelf", zegt hij over het laatste. In Indonesië, ter vergelijking, komen per hectare veel meer commerciële boomsoorten voor. Daar kan daarom 40 tot 80 kuub per hectare worden geoogst en is daar wel vaak sprake van kaalkappraktijken.  

Hendrison schat in dat hier zo'n tien lokale bedrijven zich strikt houden aan de duurzaamheidsregels. Vijf jaar geleden waren vier FSC-gecertificeerd (Forest Stewardship Council) voor duurzame productie van gezaagd hout. FSC biedt toegang tot onder andere de Europese markt. Deze vier bedrijven vormen de 'duurzaamheidsgroep' (SFM Group) binnen de houtkapsector. Zij zetten zich in voor duurzame praktijken en stimulering van de lokale houtverwerkingsindustrie.

Bij FSC worden arealen en de exploitatiemethode gecertificeerd: van bos tot zagerij. Het behelst ook de veiligheid van arbeiders, sociale en milieuaspecten en financiële duurzaamheid. FSC-certificering, die geldt als internationaal de hoogste certificering, is dus een kostbare kwestie. Afgezet tegen de extra gevergde investeringen, biedt de 'premiumprijs' voor FSC-gecertificeerde houtproducten echter 'geen sterke stimulans' voor deze certificering. Zo concludeert Tropenbos International. Hierdoor heeft nu nog maar één Surinaams bedrijf de FSC-certificering. Er wordt gewerkt aan SFM-certificering waarbij ook hoge eisen worden gesteld.

Veel verspilling

MAAR MET DE forse groei van de rondhoutexport naar Azië neemt ook het aantal vellers en uitslepers van stammen sterk toe. Die opereren voornamelijk als subcontractors. "En dat zorgt voor problemen", zegt Hendrison. "Het rondhout verkoopt zo goed dat er ongecontroleerd te veel bomen worden geveld. Vervolgens worden vooral stammen uitgesleept die goed bereikbaar zijn, waardoor waarschijnlijk veel stammen achterblijven in het bos."

Door deze praktijk is sprake van 'veel verspilling'. Hendrison constateert dat op de houtverzamelplaatsen veel blokken liggen die 'afgekeurd' zijn en wegrotten. "Als er op het eindpunt zoveel afgekeurd hout ligt, hoeveel stammen zouden dan niet in het bos zijn achtergebleven? Er kan onder de gegeven omstandigheden niet effectief worden gecontroleerd." Deze conclusie ligt voor de hand want officieel mag geen houtblok het bos verlaten, alvorens SBB dat heeft gecontroleerd.

Deze 'hit en run'-praktijken van buitenlandse spelers schaden het imago en de financiële belangen van de houtkapsector. Door de toenemende export wordt het Surinaams rondhout namelijk 'onbetaalbaar' voor lokale markt en ontstaat er een schaarste. De prijs van rondhout is in vijf jaar tijd verdubbeld. De lokale verwerkingsindustrie wordt hierdoor in haar voortbestaan bedreigd.

De bos- en houtsector hield ruim twee jaar geleden, in samenwerking met de duurzaamheidsgroep, een presentatie voor de regering over de problematiek van rondhoutexport. Er dreigt een 'ware rondhoutrun' op ontsloten bosgebieden, staat in de presentatiepaper. Er zou een commissie worden ingesteld om deze 'noodsituatie' aan te pakken. "Daar is tot op heden niets van gekomen", zegt Hendrison.

Gemeenschapsbossen

Houtkapper 3

DE ZORGEN BETREFFEN vooral de houtkapvergunningen (hkv's) aan lokale gemeenschappen en de gemeenschapsbossen. Die behelzen 800.000 hectare van de 4,5 miljoen hectare die beschikbaar is voor houtoogst. Dat de controle te wensen overlaat, constateert ook bosbouwer Giani Razab Sekh, werkzaam voor Tropenbos Suriname en de geaccrediteerde Rainforest Alliance, die FSC-certificering aanbiedt. "Ongeveer 75 procent van de sector werkt zonder een langetermijnplan voor bosbeheer", schat Razab Sekh in. "Als land zijn we op papier een van de besten in duurzaam beheer met zoveel controlepunten. Maar de omslag naar de praktijk is er niet, want daarvoor heb je honderd procent controle nodig."

SBB telt landelijk slechts elf boswachtersposten terwijl bijna 2,9 miljoen hectare aan houtkaprechten is uitgegeven. "We hebben daarvoor ongeveer 130 boswachters. Dat is bij lange na niet voldoende", zegt Iflaw Hasselnook, onderdirecteur bosbeheer, over de noodzaak tot capaciteitsversterking van SBB. Tijdens het weer opbouwen van de controle-infrastructuur had toepassen van 'wettelijke elementaire duurzaamheidsregels' prioriteit. Het gedogen van houtkapactiviteiten op de conventionele manier - dus zonder gedegen inventarisatie - heeft geleid tot veel illegaliteit. Hasselnook: "Door de jaren wordt er een schatting gemaakt dat illegale houtkap tussen tien en twintig procent is. Dat is onacceptabel."

In 2019 heeft SBB het elektronische Sustainable Forestry Information System Suriname (SFISS) gelanceerd. Hiermee wordt gestreefd de illegaliteit terug te dringen naar 'beheersbare proporties'. Concessie- en vergunninghouders kunnen online hun inventarisaties en kapregisters invoeren en opvragen. Van elk geoogst houtblok - dat een label krijgt - wordt elektronisch geregistreerd van welke geïnventariseerde boom het afkomstig is. Met het SFISS, dat dan een 'cross check' verricht, zal iedereen volgens een planning moeten werken. "Dat van bomen achterlaten en inefficiënt werken zal ook worden gereduceerd", zegt Joey Zalman van het SBB-directoraat Onderzoek en Ontwikkeling, belast met de invoering van SFISS.

Hasselnook spreekt tegen dat controle op gemeenschapsbossen minder strikt is. "Daar opereren meestal multinationals en hun productie is veel hoger, want zij hebben meer geld en meer machines", verklaart hij de grote hoeveelheden rondhout uit het gemeenschapsbos van de Matawai van bijna 100.000 hectare groot. Daar is volgens cijfers van SBB in 2018 ruim 53.000 kuub rondhout geoogst. De verwachting voor 2019 is 80 tot 90.000 kuub. Gemiddeld levert een commerciële boom zo'n 3 kuub rondhout op. Dus de 53.000 kuub uit het Matawai-gemeenschapsbos is gelijk aan ruim 17.660 gevelde bomen. "Maar ook zij moeten volgens de wettelijke regelingen en voorwaarden werken", benadrukt Hasselnook.

Berekening Global Forest Watch

IN HET AMANZONE-REGENWOUD staan volgens een wetenschappelijke publicatie per hectare gemiddeld 600 bomen met een stamdoorsnee van 10 cm en hoger. Global Forest Watch (GFW) constateert via satellietbeelden dat in 2018 sprake was van 507 hectare verlies van bosbedekking (vegetatie hoger dan vijf meter) in het Matawai-gemeenschapsbos. GFW gaat bij verlies uit van minimaal 30 procent. Dus volgens deze rekenmethode zijn dus minimaal (507x600x30%) 91,260 bomen verdwenen uit het Matawai-gemeenschapsbos.

Het gaat niet om alleen commerciële bomen, want het stamaantal per hectare neemt toe naarmate de diameterondergrens wordt verlaagd. Ook berekent GFW bosdegradatie tot vermindering van bosbedekking. De oorzaak daarvan hoeft niet per se ontbossing te zijn. Maar aangezien Suriname niet geteisterd wordt door bosbranden en zware stormen, is de constatering van GFW ten aanzien van het Matawai-gemeenschapsbos reden te meer voor nader onderzoek met de vereiste inspecties ter plaatse.

Afgezien van dat duurzaamheidsregels veelvuldig worden geschonden, wijst Razab Sekh van Rainforest Alliance op het hoge tempo in dat gebied: "Vanwege de capaciteit van de multinationals zijn deze in staat grote arealen te oogsten en zijn er gevallen waarbij zij, als wij de productiecijfers analyseren, de draagcapaciteit van het bos overschrijden."

Als u vragen heeft over dit artikel kunt u contact opnemen met Els van Lavieren van CI-S per e-mail evanlavieren@conservation.org

Lees hier deel 1: De status van ons bos

Lees hier deel 2: De status van beschermde gebieden

Lees hier deel 3: Onze rivieren en goudwinning

Lees hier deel 5: Uitgiftebeleid hout- en goudconcessies

Lees hier deel 6: Jongeren over de serie

Lees hier deel 7: Wat willen onze beleidsmakers?

Share on Facebook    

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina