Registreren | Inloggen       Colofon
  • Home
  • THEO PARA: Waarom geen OAS-steun Hira-conferentie

THEO PARA: Waarom geen OAS-steun Hira-conferentie

08/01/2018 16:00

THEO PARA: Waarom geen OAS-steun Hira-conferentie

 

CONTRAPUNT - Sandew Hira, de ‘waarheidsvinder’ van president Bouterse, die campagne voert voor stopzetting van het 8 December-strafproces, had in augustus aangekondigd dat de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), zijn ‘nationale conferentie voor dialoog, verzoening, waarheidsvinding en gerechtigheid’ zou ondersteunen.

Tekst: Theo Para - beeld: Ben Ong

OAS-secretarisgeneraal Luis Almagro zou hem die toezegging hebben gedaan. (Suriname Herald, 28 augustus 2017). Op 9 december heeft Hira's pro-straffeloosheidsconferentie plaatsgevonden. Over steun van de OAS hebben de organisatoren in de media geen woord meer gerept. Waarom bleef de 'steun van OAS' een abortieve poging tot geleend gezag?

'Gratis' amnestie?

Bisschop Karel Choennie van de roomskatholieke kerk had in de eerste helft van het vorig jaar diplomatiek succes geboekt door zowel toezeggingen te verkrijgen van Almagro, als van het Vaticaan, voor steun aan het proces van nationale verzoening in Suriname. De republiek worstelt met de voltooiing van dat gecompliceerde proces. Suriname heeft met de beëindiging van de militaire dictatuur en Binnenlandse Oorlog, met het herstel van een constitutioneel democratische rechtsorde, het houden van zeven vreedzaam verlopen verkiezingen en het voortzetten van het 8 Decemberstrafproces, cruciale vooruitgang geboekt in het feitelijke proces van nationale verzoening.

Bij nationale verzoening gaat het niet per se om interpersoonlijke verzoening tussen daders en nabestaanden, dat is veelal niet haalbaar en voor veel nabestaanden zelfs ongewenst. Bij nationale verzoening gaat het fundamenteel om herstel van maatschappelijk vertrouwen na dictatuur, oorlog en ernstige schendingen van de rechten van de mens. Soms zijn er situaties waarin daders en slachtoffers/nabestaanden wel tot enige vorm van verzoening komen. Er moet dan wel sprake zijn van erkenning van schuld en afleggen van rekenschap door de daders. Bij de post-apartheid Waarheidsen Verzoeningscommissie van Zuid-Afrika was daarvan wel sprake.

Naar dat voorbeeld was Hira in 2012, voordat hij opportunistisch draaide en propagandist werd van onvoorwaardelijke amnestie, tegenstander van het paarse voorstel voor de Amnestiewet van 2012. 'De waarheidscommissie is een wassen neus geworden. Amnestie is geen beloning voor waarheidsvinding. Amnestie krijg je gratis. En waarheidsvinding? Al vertel je sprookjes voor de waarheidscommissie, het heeft geen enkele invloed op je amnestie. Daardoor wordt de hele exercitie van de waarheidscommissie een lachertje.

In het huidige voorstel van de coalitie is er geen morele basis: er wordt 'gratis' amnestie gegeven. Waarheidsvinding is niet nodig. Op grond daarvan ben ik tegen het voorstel van de coalitie voor een 'gratis' amnestie en voor het voorstel om het geven van amnestie naar een waarheidscommissie over te dragen.' (Starnieuws, 3 april 2012)

Geen stem voor nabestaanden?

Anders dan de symbolische pogingen om het begrip verzoening als schaamlap voor de cultuur van straffeloosheid te gebruiken, staat de bisschop een serieus maatschappelijk proces voor, binnen de rechtsstatelijke kaders van de Grondwet, ons hoogste sociale contract. De voltooiing van het proces van nationale verzoening is vooral gericht op genoegdoening van de slachtoffers en nabestaanden, inclusief herstel van hun mensenrecht op recht.

Een geloofwaardig verzoeningsproces is er niet op gericht mensenrechtenschenders in het openbaar bestuur van rekenschap te verlossen en moreel witwassen, 'gratis' amnestie te verlenen. Voortzetting van de machtspositie van mensenrechtenschenders in het openbaar bestuur, vormt een ernstige belemmering voor het proces van nationale verzoening. Niet op de laatste plaats omdat de voortzetting van het morele leed van nabestaanden impliceert.

Hoe ging de regering-Bouterse om met de door de bisschop gecreëerde kans op OAS-steun voor het proces van nationale verzoening? Almagro heeft Suriname in augustus bezocht. Dat gebeurde op uitnodiging van de regering-Bouterse. Echter, in plaats van de kostbare tijd van deze gezaghebbende regionale functionaris nationaal te benutten en te kiezen voor een inclusieve benadering, koos de president voor de weg van uitsluiting. De OAS-secretaris- generaal werd afgeschermd van allen die niet de agenda van de straffeloosheid propageren.

De bisschop, de initiatiefnemer voor OAS-betrokkenheid, werd uitgesloten van contact met Almagro. Hetzelfde gold voor de authentieke, decennia oude mensenrechtenorganisaties en overgrote meerderheid van nabestaanden. Naast de regering kwam slechts het pro-Bouterse Comité Slachtoffers en Nabestaanden van Politiek Geweld, het Hira-comité, in aanmerking voor een ontmoeting met de OAS-secretaris-generaal. Zogenaamd vertegenwoordigde dit comité, dat pas decennia na de mensenrechtenschendingen werd opgericht, alle slachtoffers en nabestaanden.

Het getuigde niet alleen van gebrek aan respect, maar ook van kortzichtigheid, om te denken zo een erudiet jurist en diplomaat als Almagro, een vals beeld van de politiek-morele verhoudingen te kunnen voorhouden en voor een propagandistisch karretje te kunnen spannen. Maar het getuigde bovenal van disrespect voor de nabestaanden van de slachtoffers van ernstige mensenrechtenschendingen. Hen werd immers een stem aan tafel bij de OAS-secretaris- generaal onthouden. Die stem werd vervangen door de desinformatie van een comité dat een anti-rechtsstatelijke campagne voert tegen hun recht op recht. Een recht dat is verankerd in het Amerikaans Verdrag voor de Mensenrechten van de OAS.

Niet namens 8 december-nabestaanden

Slechts één 8 december-nabestaande, een broer van een slachtoffer, volgens zijn familie een verongelijkte, dolende ziel, sloot zich bij hem aan

Tijdens de recente 8 december-herdenking, 35 jaar na de ontvoeringen, brandstichtingen, folteringen en moorden, is onmiskenbaar gebleken dat Sandew Hira (Dew Baboeram, René) volstrekt geïsoleerd is van de 8 december-nabestaanden en de morele gemeenschap die hen draagt. Dat is geen verwijt, maar een empirische vaststelling. Zijn ruim twee jaar durende, door de paarse staatsmedia en de president-hoofdverdachte 'in natura' gesteunde en gefinancierde campagne tegen de strijd om gerechtigheid van de '8 decembergroep' en tegen de 'politici in toga', heeft een schrale vangst opgeleverd. Slechts één 8 december-nabestaande, een broer van een slachtoffer, volgens zijn familie een verongelijkte, dolende ziel, sloot zich bij hem aan.

Op de 8 december-herdenkingen in het Stadhuis van Amsterdam en de Kathedrale Basiliek in Paramaribo, maakten respectievelijk Joy en Arthur Baboeram, evenals René broers van de vermoorde advocaat John Baboeram, duidelijk dat Hira niet namens de familie spreekt. Arthur verwierp de ongefundeerde beschuldiging van Hira tegen zijn eigen broer dat die aan een couppoging zou hebben deelgenomen.

Dat de '8 decembergroep' René's omhelzing van Bouterse, tegen wie twintig jaar gevangenisstraf is geëist, niet als verzoening maar als hoogverraad ziet, is invoelbaar. De nieuwssite waar Hira een column voor schrijft, kopte: 'Sandew Hira en comité uitgejouwd bij herdenkingsdienst Decembermoorden.' (Suriname Herald, 9 december 2017). 8 december-nabestaande zijn geeft nog niet het recht je tegenover de OAS-generaal als spreekbuis van de 8 december-nabestaanden, uit te geven.

Reële verzoening

Reële processen van nationale verzoening zijn inclusief. Wie nationale verzoening gelijkstelt aan straffeloosheid, sluit feitelijk grote groepen van nabestaanden en de authentieke mensenrechtenorganisaties, die voor gerechtigheid staan, uit van het proces van nationale verzoening. Strafrechtelijke verantwoording, zeker in geval van ernstige schendingen van de mensenrechten, moet onderdeel vormen van het proces van nationale verzoening. Zelfs de onrechtmatige zelfamnestiewet van 2012 heeft misdrijven tegen de menselijkheid en de moord op tientallen dorpelingen te Moiwana uitgesloten van amnestie. Een inclusief proces kenmerkt zich ook door deelname van de reële, betrokken groepen.

Misrepresentatie, zoals gebeurt wanneer Hira door de president als de stem van de 8 december-nabestaanden wordt geafficheerd, versterkt het nationale wantrouwen. Facilitators van nationale verzoening moeten vooral in de ogen van nabestaanden geloofwaardig zijn, het succes hangt immers vooral van hun deelname af. Dat maakt het initiatief van bisschop Choennie, die onlangs zijn brede adviescommissie van gezaghebbende burgers heeft gepresenteerd, extra kostbaar. Juist in zo een kleine samenleving als de onze liggen zulke kansen en mensen niet voor het oprapen. Zeker voor hen die in Suriname met de gevolgen van de keuzen moeten leven, is zorgvuldigheid en wijsheid geboden. Zonder respect geen herstel van vertrouwen.

Voor Sandew Hira, die Nederlands staatsburger is, wonend in Den Haag, is het gemakkelijk zijn pen te dopen in de inkt van roekeloosheid: 'Choennie is gewoon een VHP'er of NPS'er met een bisschopmijter op. Choennie is niet iemand die boven partijen staat en mensen met elkaar wil verbinden. Bisschop Choennie is de oude pater Choennie die als weleer op zijn paard te oorlog gaat voor de oude politiek en de 8 decembergroep. De katholieken die geleden hebben door politiek geweld en niet tot de 8 decembergroep (behoren? TP) kunnen hem gestolen worden.' (Suriname Herald, 6 november 2017). Wie het durft Sandew Hira tegen te spreken, moet zich voorbereiden op een smadelijke repliek of karaktermoord.

Dat Hira is geradicaliseerd tot fanatiek apologeet van de hoofdverantwoordelijke van het ancièn regime van intolerantie, folter en moord, hoeft niet te verbazen. Hira laat zich leiden door de ideologie van de willekeur (lees: eigen gelijk boven alles). Het nabestaandenschap, de moraliteit of het respect voor de menselijke waardigheid, zijn daar ondergeschikt aan. Zoals hij de persoon van bisschop Choennie, midden in diens prille verzoeningspoging, factfree moreel heeft trachten te discrediteren, heeft hem als man die zegt voor waarheidsvinding, dialoog en verzoening te staan, nog nadrukkelijker gediskwalificeerd. Dit alles is Almagro kennelijk niet ontgaan. Of was het juist de bedoeling van Bouterse en Hira de OAS buiten de deur te houden? Pottenkijkers zijn bij quasi-verzoeningsprocessen immers ongewenst. ◊

Dit artikel is verschenen in de weekendbijlage van 6 januari

Share on Facebook    

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina