Registreren | Inloggen       Colofon
  • Home
  • Het Suriname REDD+ Programma

Wi na busi

02/01/2018 16:00

Wi na busi

 

ACHTERGROND - Lage kustgebieden van de Verenigde Staten, waaronder metropolen als New York en Los Angeles, die worden verzwolgen door mega vloedgolven dankzij digitale special effects. Een geliefd Hollywood-rampenfilmthema. Maar verre van fictie is de dreiging van de zeespiegelstijging voor laaggelegen kustgebieden wereldwijd als gevolg van klimaatverandering. Suriname staat zelfs nummer één op de lijst van de meest kwetsbare landen en Paramaribo bezet de tweede plaats van de stedenlijst. Het internationale REDD+ Programma moet het tij keren.

ONS LAND MAG dan wel buiten het risicogebied van orkanen liggen, maar we krijgen steeds vaker te maken metrukwindendie in kracht toenemen en veel schade veroorzaken. Het Nationaal Coördinatie Centrum voor Rampenbeheersing (NCCR) moest afgelopen jaren steeds vaker uitrukken. Regenbuien die korter maar intensiever zijn en veranderingen van seizoenen. Zo kan het in de grote regentijd best droog zijn of andersom. Allemaal effecten van klimaatverandering.

Ook zijn er gevolgen voor de leefwijze van gemeenschappen in het binnenland en voor het voorkomen van dieren in het bos. Het wordt moeilijker seizoenen in te schatten voor bewerking van kostgronden en lage of extreem hoge rivierstanden hebben invloed op welke soort vissen gevangen kunnen worden. Klimaatverandering heeft dus effect op ons leven, onze voedselvoorziening, inkomsten en bescherming.

Klimaatverandering is grotendeels het gevolg van uitstoot van het broeikasgas koolstofdioxide (C02). Dat terwijl Suriname als meest beboste land ter wereld, met een bosdekking van 93 procent, juist veel meer koolstofdioxide uit de lucht haalt dan uitstoot. De afgelopen dertig jaar verandert het wereldklimaat alarmerend. De aarde warmt op als gevolg van CO2-uitstoot door industrie, landbouw, transport, consumptie en boskap. De veel gebruikte fossiele brandstoffen bevatten koolstof die in combinatie met zuurstof CO2 vormt. De mondiale economische groei gaat gepaard met ontbossing, terwijl bomen juist de belangrijke taak hebben om overdag CO2 uit de lucht op te nemen om die samen met het opgenomen water weer tot zuurstof om te zetten. Door deze verstoring van de 'koolstofkringloop', als gevolg van ontbossing, warmt de aarde op.

Aanpakken of aanpassen?

Er kan op twee manieren worden gereageerd op de gevolgen van klimaatverandering: mitigatie of adaptatie

WETENSCHAPPERS VANUIT DE hele wereld buigen zich over klimaatverandering. Het speciaal opgezette Internationaal Panel voor Klimaatverandering (IPCC) verschaft informatie aan alle landen. Suriname is samen met 194 andere landen aangesloten bij de Raamovereenkomst van de Verenigde Naties over Klimaatverandering (UNFCCC), kortweg het Klimaatverdrag.

Er kan op twee manieren worden gereageerd op de gevolgen van klimaatverandering: door mitigatie of adaptatie. Ofwel aanpakken of aanpassen. Bij mitigatie worden de oorzaken van klimaatverandering aangepakt door bijvoorbeeld over te stappen naar hernieuwbare energiebronnen zoals zonne-, wind- of hydro-energie. Bij adaptatie wordt er aangepast aan de gevolgen door bijvoorbeeld op hoger gelegen gebieden aan landbouw te doen vanwege het stijgende water. Of kiezen voor verbouwen van andere gewassen die minder gevoelig zijn voor de negatieve effecten van klimaatverandering.

Galibi Juni 2016

Tweede aarde

BINNEN DE UNFCCC is in 1997 afgesproken dat 'industriële' landen, zoals die in de Europese Unie, de Verenigde Staten, Japan en China, verplicht minder broeikasgassen zouden uitstoten. Weinig landen hebben zich gehouden aan het zogenoemde Kyoto Protocol, dat eind 2012 afliep. Er is zelfs meer koolstofdioxide dan ooit in de lucht. In dit tempo is in 2030 een "tweede aarde nodig" om gezond te kunnen leven. Het is industriële landen versus de niet-industriële landen. Suriname bevindt zich in de tweede groep, de G77. Ondanks veel industrialisatie ziet China zichzelf als land 'in ontwikkeling'. De G77 + China vindt dat de rijke landen hun CO2-uitstoot drastisch moeten verminderen. Maar die zeggen op hun beurt: alleen als iedereen 'gelijkwaardig' vermindert.

Twintig procent van de CO2-uitstoot komt door ontbossing, voornamelijk in Zuid-Amerika, Zuidoost-Azië en Afrika. In 2008 besloot de UNFCCC-vergadering dat dit drastisch moet worden tegengegaan met een bijzonder beroep op bosrijke landen om tegen compensatie zo min mogelijk te ontbossen. REDD+ is een programma, dat in 2005 door de Verenigde Naties in het leven is geroepen, ter stimulering van vermindering van de CO2-uitstoot. Het is een internationaal financieringsmechanisme binnen het Klimaatverdrag om je land economisch tot ontwikkeling te brengen in combinatie met duurzaam bosbeheer.

REDD staat voor 'Reducing Emissions from Deforestation and forest Degradation'. Ofwel 'verminderen van uitstoot door ontbossing en bosverarming'. Van dat laatste is er sprake als de structuur van het bos wordt aangetast doordat bepaalde (grote) boomsoorten verdwijnen. De '+' staat voor het bijkomstig vergroten van de opslagcapaciteit van koolstofdioxide in bossen en duurzaam beheer van het bos.

Balans natuur en economie

Je mag daarbij werken aan economische groei maar doe het duurzaam

HET GAAT OM een balans tussen natuurbescherming, economische groei en sociale ontwikkeling, waarbij gekozen wordt voor economische activiteiten die zorgen voor minder CO2-uitstoot. Bijvoorbeeld het duurzaam inzetten van onze natuurlijke hulpbronnen door onder andere natuurtoerisme te ontplooien en aan duurzame agrobosbouw te doen. "Het concept van REDD+ is jouw bos in stand houden en er financieel voor worden gecompenseerd", vertelt Cedric Nelom, waarnemend algemeen directeur van het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling in Suriname (Nimos). "Hoe meer bos je in stand houdt, hoe meer geld je krijgt. Je mag daarbij werken aan economische groei maar doe het duurzaam."

Bosrijke landen kunnen met REDD+ projecten 'koolstofkredieten' ontvangen. Dat zijn certificaten die op de 'vrijwillige koolstofmarkt' verkocht kunnen worden aan bedrijven, organisaties of overheden. Het internationale REDD+ Programma wordt momenteel voorbereid of uitgevoerd in meer dan zestig landen wereldwijd. Suriname is sinds 2012 deelnemer en de technische coördinatie is in handen van het Nimos, dat daarmee trekker is van het REDD+ Programma in Suriname.

Onder meer de Verenigde Naties en de Wereldbank, maar ook internationale ngo's hebben hiervoor middelen beschikbaar gesteld. "Het geld komt niet zomaar los", benadrukt Nelom. Suriname zal moeten aantonen dat zijn REDD+ activiteiten daadwerkelijk zorgen voor het in stand houden van zijn bossen ten behoeve van het tegengaan van klimaatverandering in de wereld. De Wereldbank werkt met implementing agencies. Dat zijn geaccrediteerde instituten of agentschappen die adviseren bij het uitvoeren van projecten. Bij REDD+ is het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) uitvoeringspartner van Suriname. "Wij moeten het geld spenderen zoals aangegeven in ons projectvoorstel op basis van offertes. Vervolgens checkt het UNDP of alles volgens de regels is gedaan en voldoet dan rechtstreeks de betaling aan de derde partij", aldus Nelom.

Cedric Nelom En John GoedschalkNimos-directeur Cedric Nelom

Hoge eisen

VOOR DEELNAME AAN REDD+ is een gedegen vooropgestelde nationale strategie vereist. Alle relevante maatschappelijke groepen en stakeholders moeten kunnen deelnemen aan de discussies en besluitvormingen. Daarnaast moeten de kennis en rechten van inheemse en marrongemeenschappen worden erkend en gerespecteerd volgens nationale en internationale regels. REDD+ bestaat uit drie fasen. De voorbereidingsfase; de gereedheidsfase en de implementatiefase.

Suriname moest een samenhangend REDD+ Projectvoorstel schrijven, met daarin zijn visie en strategie voor duurzaam bosgebruik. Het voorstel moest nationaal breed gedragen zijn, waarbij de vertegenwoordiging en inbreng van inheemse en in stamverband levende gemeenschappen een essentiële voorwaarde is. Na in 2009 te zijn gestart, kreeg Suriname bij de derde poging in 2013 groen licht van de Wereldbank-Forest Carbon Partnership Facility (FCPF) voor zijn REDD+ Projectvoorstel. Dit illustreert de hoge eisen die worden gesteld. "We hadden de twee voorgaande keren niet voldoende de stakeholders geconsulteerd", vertelt Nelom.

REDD+ assistenten

We mogen heel trots zijn dat we een dergelijk mechanisme hebben als brug tussen de community en het programma

DIT EXTRA HUISWERK resulteerde in de training van personen uit verschillende inheemse- en marrongemeenschappen, aangewezen door hun traditioneel gezag, tot REDD+ assistenten. Zij maken over en weer de vertaalslag tussen het programma en de lokale gemeenschappen in hun eigen taal. "Om de bewoners te laten begrijpen dat indien je het bos laat staan, het zowel financieel als voor het milieu meer voordelen heeft", zegt Natasia Donoe. Zij is REDD+ assistent namens zeven dorpen in het Boven-Surinamegebied en tevens lid van de Vereniging van Saramaccaanse Gezagsdragers.

De eerste REDD+ krutu zijn gehouden mede onder leiding van REDD+ assistenten. Besproken is hoe het bos behouden moet blijven, wat de voorwaarden zijn en waarom het bos voor de lokale gemeenschappen belangrijk is. Arnold Arupa, REDD+ assistent namens de Wayana-inheemsen, zegt: "Het bos is alles voor de bewoners. Het is hun supermarkt, hun apotheek, hun slagerij, hun leven is onderdeel van het bos. Vandaar dat wij het REDD+ Programma zien als een goede mogelijkheid om duurzaam het bos te gebruiken zodat er een balans is." Donoe: "Onder de lokale gemeenschappen is nog niet echt het vertrouwen dat onze grondenrechten erkend zullen worden. Daarom is REDD+ een positieve ontwikkeling voor ons. Dat durf ik gerust namens ons allen te zeggen."

Er is veel in het buitenland gekeken, zoals in Costa Rica, om te leren hoe zaken aan te pakken. Maar de REDD+ assistent is geheel een eigen Surinaamse oplossing. Nelom: "Ik denk dat we heel trots moeten zijn dat we een dergelijk mechanisme hebben ingevoerd als brug tussen de community en het programma."

REDD+ Assistenten (1)REDD+ assistenten

Versterking uitvoeringsinstituten

HET READINESS PREPARATION Proposal (R-PP-voorstel) van Suriname gaat over de mogelijke uitvoer van REDD+ en het daadwerkelijk beginnen met de gereedheidsfase.Hierbij zijn aandachtspuntenopgevolgd van de FCPF, die een raamwerk en procedures verschaft voor gereedheid voor REDD+. In maart 2013 kreeg Suriname goedkeuring voor zijn R-PP-voorstel en daarmee een subsidie van 3,8 miljoen US dollar voor ondersteuning van het proces voor gereedheid.

Een FCPF-aandachtspunt is het versterken van organen en instituten die REDD+ moeten uitvoeren. Dat zijn naast Nimos onder meer de Stichting voor Bosbeheer en Bostoezicht (SBB) en diverse community-ngo's. "Wat dit land nodig heeft, zijn goed draaiende beleidsvoorbereidende instituten", stelt Nelom. "Instituten die het internationaal kunnen oppakken en nationaal kunnen vertalen, rekening houdend met alle gevoelens en inzichten die er zijn. En dat is de rol die wij willen vervullen."

Binnen het REDD+ Programma in Suriname is SBB belast met bevorderen van duurzame en optimale benutting van de bossen. Sinds 2012 is binnen SBB de Forest Cover Monitoring Unit operationeel, waarbij Geographic Information System-analisten als hoofdtaak het Surinaams grondgebied observeren op verandering van bosbedekking. Dit wordt gedaan binnen het directoraat Onderzoek en Ontwikkeling van SBB.

Gonini Geoportal

We hebben gezien dat de laatste jaren veel ontbossing heeft plaatsgevonden door mijnbouw en infrastructuur

NA HET MAKEN van een basiskaart voor het jaar 2000 met de categorieën: bos, niet-bos, hydrografie (water) en shifting cultivation (zwerflandbouw) is gestart met monitoren. Inmiddels zijn meerdere 'ontbossingskaarten' geproduceerd. De bedoeling is dat jaarlijks een ontbossingskaart wordt geproduceerd. GIS-analist Joey Zalman: "We hebben gezien dat de laatste jaren veel ontbossing heeft plaatsgevonden door mijnbouw en het aanleggen van infrastructuur."

Als onderdeel van het nationaal bosmonitoringssysteem is in december 2016 het Gonini Geoportal online gelanceerd, met als doel op transparante wijze geografische informatie te delen met het publiek. Op Gonini zijn alle geproduceerde bosbedekkingskaarten te zien en waar concessies zijn uitgegeven voor houtkap, goudwinning of grootschalige mijnbouw. Deze informatie is ook voor onderzoekers en beleidsmakers belangrijk om te berekenen hoe snel ontbossing zal gaan en wat te ondernemen om dit te vertragen. Naast voorspellingen over hoe het bos na tien jaar erbij staat, kunnen ook andere scenario's worden gemaakt indien voor duurzaam beheer wordt gekozen. Dat gebeurt aan de hand van modellen waarvoor speciale software is ontwikkeld.

Bij het verzamelen van geografische data wordt eveneens samengewerkt met lokale gemeenschappen. Met een speciaal verschafte phablet (phone en tablet), kunnen REDD+ assistenten en andere getrainden beelden maken en gegevens in de eigen taal inspreken. "Zo laat je de mensen vanuit hun eigen element en perspectief participeren. Wij leggen niets op", zegt Nelom. Op deze wijze worden ook landgebruikkaarten gemaakt, waarmee een gemeenschap haar kennis over het bos laat zien en alle manieren aangeeft hoe zij het land gebruikt: kostgrondjes, jachtgebieden, woongebieden, scholen, medische klinieken, kerken, winkels en andere voorzieningen. De opgeslagen informatie wordt door SBB gevalideerd en verwerkt. Ook landgebruikkaarten worden gepubliceerd op Gonini Geoportal.

"Nu al gaan mensen anders met het bos om en er wordt gesproken over hoe je dorp er na tien jaar uitziet", zegt REDD+ assistent Donoe. "Belangrijk is dat we de overheid meekrijgen en dat die inziet dat we zuinig op ons bos moeten zijn; dat men zich daarvoor 100 procent inzet. De schade die de goudwinning al heeft toegebracht is groot. In sommige dorpen is het kreekwater niet meer te gebruiken. Ook wij moeten niet onderschatten wat de mondiale waarde van het bos is en dat we voor het behoud ervan geld kunnen verdienen."

Consultatiesessie In Het Binnenland (Copyright Tropenbos International Suriname ) (1)Consultatiesessie in het binnenland / Foto: Tropenbos International Suriname

Structureel overleg

NA DE VOORBEREIDINGSFASE (2014-2018) moet Suriname klaar zijn voor uitvoeren van resultaatgerichte projecten volgens UNFCCC-richtlijnen. "We zitten op schema", zegt Nelom. "Er moeten nog wat technische studies worden uitgevoerd, die naar verwachting bij afloop van het project in december 2018 zijn afgerond. Wij hebben bestudeerd hoe diverse ministeries met elkaar kunnen overleggen, waarbij vooral technische organen van ministeries bijdragen aan het structureel overleg. Wat we hebben neergezet is de basis voor een aanpak waarbij vastgestelde ontwikkelingsdoelen gesynchroniseerd worden met het duurzame concept voor visie en strategie dat wij hebben ontwikkeld."

Er moeten nog enkele relevante stakeholders worden geconsulteerd voor afronding van de finale versie van de nationale REDD+ visie en -strategie. Globaal zal het inhouden dat Suriname aangeeft hoe de komende tien tot vijftien jaar het milieu en het bos te willen inzetten ten behoeve van duurzame ontwikkeling én het klimaat. Nelom: "REDD+ is een business opportunity voor ons. We hebben een lage ontbossingsgraad en dat betekent dat onze bossen veel van die broeikasgassen opnemen. Maar waarvoor ga je die gelden uiteindelijk gebruiken? Het antwoord is de visie en strategie die we ontwikkelen." 

Dit artikel is aangeboden door PMU Suriname REDD+ Programme en kwam tot stand in samenwerking met de Ware Tijd

Share on Facebook    

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina