Registreren | Inloggen       Colofon
  • Home
  • IVAN FERNALD: Reflectie op ons onderwijs - deel 13

Aanzet tot een reddingsplan voor ons onderwijs

15/12/2017 15:00

Onderwijsminister Robert Peneux (l) ontvangt BvL-voorzitter Wilgo Valies op zijn kantoor.

Onderwijsminister Robert Peneux (l) ontvangt BvL-voorzitter Wilgo Valies op zijn kantoor.  

ACHTERGROND - De kwaliteit van het onderwijs is in het geding omdat de curricula verouderd zijn en de leerboeken niet meer passen in de tijd. De didactische werkvormen spelen onvoldoende in op de interessegebieden en de belevingswereld van leerlingen. De digitale technologie met ontzaggelijke mogelijkheden voor educatieve doeleinden wordt niet of nauwelijks geëxploreerd. Trends in de wereld worden niet in de gaten gehouden. De wereld vliegt aan ons voorbij. Het onderwijs staat compleet stil.

Tekst: Ivan Fernald - beed: Jason Leysner

TIPJE VAN DE SLUIER 1. Suriname heeft het hoogste aantal zittenblijvers in de regio in het primair onderwijs. Zittenblijven wordt nog te vaak als enige mogelijkheid beschouwd om te differentiëren.

2. 33 procent van de Surinaamse bevolking boven de vijftien jaar heeft slechts een lagere schoolopleiding, 12 procent heeft middelbaar onderwijs genoten en slechts 5 procent heeft een hogere opleiding (Ashwin Adhin,Dagblad Suriname, 29 april 2015)

3. Het Havo presteert al jaren ondermaats, maar verder dan aanpassing van overgangs-, slagings- en herexamennormen is men niet gekomen.

4. Het slagingspercentage van het mulo was 57 procent in 2017, terwijl dat in 2016 nog 62,4 procent bedroeg. Eén op de vijf leerlingen op het mulo blijft zitten. Het aantal drop-outs in het lager beroeps onderwijs, lbo, was 36 procent (2015). Deze vroege schoolverlaters hebben geen schijn van kans op de arbeidsmarkt.

5. Het percentage direct geslaagden van het vwo was 54 in 2017. Dat is een afname van 10 procent ten opzichte van 2016.

6. De Adekus zit in ernstige financiële problemen. De personele lasten slokken een dusdanig groot deel van het budget op dat onze hoogste onderwijsinstelling nauwelijks eraan toekomt om wetenschappelijk onderzoek te verrichten.

Onderwijsvernieuwingen hebben niet geleid tot de beoogde verbeteringen

1. DE AANPASSINGEN OP primair- en secundair niveau missen samenhang en verdienen het predicaat innovatie niet. Ik kom tot de conclusie dat de onderwijsvernieuwingen van de afgelopen jaren niet geleid hebben tot de beoogde verbeteringen.

a. Het lager beroepsonderwijs (lbo) is vernieuwd, maar de resultaten van 2017 waren zo bedroevend dat er een algehele herkansing aan te pas moest komen.

b. De nieuwe structuur van Imeao voorziet in een vierjarige opleiding die niveau 4-studenten aflevert, maar de aansluiting op Adekus kan, tegen de verwachtingen in, alleen via een schakeljaar.

2. In gevallen waarbij er wel vernieuwingen worden doorgevoerd is er geen consistentie. Op de lagere school is de 'elfjarige basisschool' teruggebracht naar een achtjarige structuur. Dat is in feite geen fundamentele verandering omdat de integratie van de tweejarige kleuterschool en de zesjarige lagere school op de meeste scholen al een feit was. Er zijn wel inhoudelijke veranderingen doorgevoerd in de onderbouw. Het is jammer dat er geen continuïteit is gegeven aan de nieuwe rekenmethode. In de vierde klas valt men terug op de oude methode. Die inconsistentie zien wij ook bij de taalmethode. Dit wekt geen vertrouwen, maar zorgt juist voor verwarring en frustratie.

Niet lijdzaam toezien

GOED ONDERWIJS IS van levensbelang. De samenleving mag niet met lede ogen toezien dat het onderwijs verder afglijdt. Het volk moet eisen stellen aan de bewindvoerders, het gaat immers om de kwaliteit van ons onderwijs, dus ons bestaan. Het roer moet om. Op het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (MinOWC) rust de verplichting om actie te ondernemen volgens een integraal ontwikkelingsplan. Symptoombestrijding legt geen zoden aan de dijk. De kernproblemen moeten worden aangepakt. Dat vereist structurele maatregelen op basis van gedegen onderzoek naar de werkelijke oorzaken van het debacle in ons onderwijs.

Nationaal debat

ER IS EEN mondiale transformatie gaande als gevolg van de stormachtige ontwikkelingen op het gebied van de digitale technologie. Het onderwijs in Suriname speelt daarop niet in. Wij moeten ons beraden over aard, vorm en inhoud van ons onderwijs. Het is van belang dat Suriname anticipeert op de technologische ontwikkeling, maar tegelijkertijd oog heeft voor de specifieke behoeften van onze samenleving. De situatie is Suriname is complex. Er is ook een grote discrepantie in voorzieningen tussen kuststrook en binnenland. De ambitie is om goed onderwijs te verzorgen op het totale grondgebied van Suriname. Onderwijs moet in dienst staan van nationale ontwikkeling. Daarom moet er een nationaal debat gevoerd worden. De conceptie is een heroriëntatie op ons onderwijs en het sleutelwoord is innovatie volgens een vooropgezet plan.

Kernvragen:

- WAT IS DE visie op vernieuwing. Op welke strategische pijlers rust het onderwijs?

- Wat is de gemeenschappelijke kennisbasis voor het onderwijs in de toekomst? Is er een kerncurriculum (met een uniform pakket van competenties zoals creativiteit, initiatief, innoverend ondernemerschap en assertiviteit)?

- Is centralisme van het onderwijs nog houdbaar?

- Is er consensus over gemeenschappelijke leerstof van glo, voj, vos, in de vorm van startkwalificaties of toegangseisen voor vervolgonderwijs?

- Hoe zit het met de verhouding tussen ontwikkelingsdoelen en eindtermen?

- Hoe kan onderwijs een tegenwicht vormen voor de maatschappelijke decadentie die om zich heen grijpt? -

- Op welke wijze kan onderwijs een rol spelen voor diversifiëren van de economie? Op grond van de heroriëntatie op onderwijs zal de operationalisering moeten plaatsvinden in leerplannen en handboeken.

Reddingsplan:

TIJDGEBONDEN BELEIDSPRESTATIES EN meetbare prestatie- indicatoren De toestand in het onderwijs is precair. Het ministerie moet langetermijnstrategie omzetten in operationele doelstellingen, waarbinnen tijdgebonden beleidsprestaties en meetbare prestatie-indicatoren moeten worden gehanteerd. De programma's die daaruit voortvloeien, dienen gebudgetteerd te worden. De toestand is zo alarmerend dat er, vooruitlopend op de transformatie c.q. hervorming van ons onderwijs, een reddingsplan nodig is om verder afglijden een halt toe te roepen. Daarbij moeten er crisis- en ondersteunende maatregelen genomen worden. De actie heeft alleen kans van slagen als er een breed draagvlak is. Een bijzondere rol is weggelegd voor de onderwijsvakbond. Het ministerie zal de vakorganisatie in alle oprechtheid moeten benaderen als partner die medeverantwoordelijk is voor de kwaliteit van het onderwijs. Als leraren niet volledig betrokken worden is de hervorming gedoemd te mislukken.

Licht in de tunnel

HET IS IN dit verband goed om enkele eenvoudige modellen c.q. projecten de revue te laten passeren die opvallende resultaten hebben geboekt

1. Julian With heeft het RIS-project ontwikkeld als gevolg waarvan de glo toetsresultaten van leerlingen uit het binnenland gestegen zijn van 7 naar 51 procent. Dat is een fantastisch resultaat. Het is een uitzonderlijke stijging en verdient nadere beschouwing. Sinds jaar en dag presteerde het binnenland ondermaats (onder het landelijk gemiddelde) Tot nog toe waren er nauwelijks structurele maatregelen getroffen om significant betere prestaties te boeken.

Wij moeten lering hieruit trekken en nagaan of dit model landelijk ingang kan vinden. De rode draad is dat men prestaties zeer strikt moet monitoren en moet beseffen dat goed onderwijs staat en valt met vakbekwame en gedreven leerkrachten.

2. Een pragmatisch model: nadoen wat excellente scholen doen Er zijn scholen die traditioneel fantastische resultaten boeken. Deze scholen presteren sinds jaar en dag ver boven het landelijk gemiddelde. Het moet toch mogelijk zijn om karakteristieken van excellente scholen te ontdekken. Hoe zit het met de communicatie over en weer tussen leerkracht en leerling? Welke didactische werkvormen worden gehanteerd? Is er orde en discipline op de school? Is er sprake van een kindvriendelijke omgeving? Hoe is de relatie met de ouders? Etc. In feite kan er een profiel van een goede school ontwikkeld worden en vervolgens kan de succesformule doorgevoerd worden op pilot scholen. Indien de resultaten bevredigend zijn kan hetzelfde model daarna landelijk worden doorgevoerd. Tenslotte presenteer ik een overzicht van maatregelen, die onderdeel (kunnen)zijn van een reddingsplan. Ik pretendeer niet volledig te zijn. Het is noodzakelijk om het onderwijs (weer) op het goede spoor te brengen.

FernaldIvan Fernald was twintig jaar directeur van het Instituut voor Middelbaar Economisch en Administratief Onderwijs (Imeao) en was minister van Defensie van 2005-2010 in het kabinet van president Venetiaan. Als manager bij RPBG heeft hij in de afgelopen vijf jaar ook de praktische kant van de economie ervaren en heeft hij de leiding gehad van Suriname Information Technology Training (Sitt). Fernald is momenteel parttime docent op het instituut voor opleiding van leraren (IOL). Er zijn eerder publicaties van zijn hand verschenen waarbij onderwijs in relatie wordt gebracht tot nationale ontwikkeling.

Overzicht Maatregelen Voor Een Reddingsplan Onderwijs _Page _1

Overzicht Maatregelen Voor Een Reddingsplan Onderwijs _Page _2

Share on Facebook    

Gerelateerde Paramaribo Post artikelen

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina