Registreren | Inloggen       Colofon
  • Home
  • Hocus pocus: Rekenen en wiskunde

Hocus pocus: Rekenen en wiskunde

24/10/2017 16:00

Hocus pocus: Rekenen en wiskunde

 

ACHTERGROND - Rekenen en wiskunde worden steeds vaker aangewezen als de zorgenkindjes in het onderwijs. De examenresultaten en schoolrapporten bevestigen dit droevige beeld. De Surinaamse Vereniging van wiskunde en rekenleraren spant zich al negen jaar in fu par anu drai a boto. ‘we hebben de oplossing hier’.

Beeld: Agatha Castillo 

Beeld: Jason Leysner en Leanda Zeldenrust

IN EEN KOELE ruimte op het terrein van sportvereniging Oase zet Ewald Levens verschillende stencils op tafel. Hij rommelt nog wat in zijn tas en haalt drie dikke boeken tevoorschijn. Elk A4 groot en meer dan honderd pagina's dik. Deze stapel boeken zou het zorgenkind in het onderwijs - rekenen-wiskunde - tot het geliefde en vrolijke kind moeten maken. De voorzitter van de Surinaamse Vereniging van Wiskunde en Rekenleraren wijst overtuigend naar de boeken: "We hebben de oplossing hier." Ook dit jaar was het weer raak.

Landelijk scoorden scholieren van het gewoon lager onderwijs gemiddeld tussen de 4 en 5 voor de rekenvakken tijdens het staatsexamen. Geen verrassing, maar wel een ongewenste trend van zeker de afgelopen tien jaar. Om onder andere die reden is ook de vakvereniging Surinaamse Vereniging van Wiskunde en Rekenleraren (SVWR) opgericht. Het Instituut voor de Opleiding van leraren (IOL) organiseerde in 2007 een reken-wiskunde workshop. Al gauw werd duidelijk dat rekenvakken op alle niveaus als probleemvakken worden gezien. Naast de overvolle klassen, gebrek aan voldoende en goed lesmateriaal is voor de SVWR het grootste probleem: hoe leggen leerkrachten de leerstof zodanig uit dat leerlingen die snappen. "De didactische vaardigheden moeten dus aangepast en verbeterd worden."

Vijf vuistregels

 Vraag het kind om je uit te leggen hoe hij of zij aan het antwoord komt

DEZE BEVINDINGEN LEIDDEN tot het opstellen van de drie boeken reken-wiskundedidactiek bestemd voor leerkrachten van pedagogische instituten. Zowel het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (Minowc) als de SVWR werkt aan de boeken. Het voorstel is om het materiaal zo snel mogelijk op de pedagogische instellingen te doceren. "Dus behalve het normale curriculum wilden we dat er een apart vak rekendidactiek gedoceerd wordt op de pedagogische instellingen." Levens: "De leerstof onder de knie hebben, betekent nog niet dat jij weet hoe je de stof op verschillende manieren aan de kinderen moet uitleggen." En daar knelt de schoen. Bij de opleiding tot leraar worden rekenleerkrachten daar niet apart in getraind. Ook weten ze niet hoe met de verschillende leertempo's van de kinderen om te gaan.

In een van de boeken staat duidelijk: "Laat uw leerling zoveel mogelijk verwoorden wat hij denkt. Praat met hem of haar. Niet tegen hem of haar. Pas als u het probleem of de moeilijkheid werkelijk begrijpt, kunt u helpen." Levens onderbouwt: "Als je een kind een som geeft om op te lossen en die geeft een verkeerd antwoord, ga dan niet gillen dat het fout is en vervolgens een ander kind de beurt geven. Vraag het kind om je uit te leggen hoe hij of zij aan het antwoord komt." Op deze manier leert de leerkracht hoe het kind denkt en kan dan gericht bijsturen. Deze regel vormt samen met nog vier andere regels de basis hoe kinderen te helpen met rekenen. In het boek wordt ook geadviseerd kinderen te helpen inzicht te krijgen in rekenen, sommen in een context of model te gebruiken zodat het niet abstract is, het oefenen van rekentafels en elke dag minimaal vijf minuten hoofdrekenen uitvoeren. Dat laatste doet wonderen, garanderen de schrijvers.

Chaos

DUIDELIJKE TAAL ZOU je denken. Gelijk aanpakken dus. Het Minowc heeft echter andere prioriteiten. Het didactische boek wordt nog steeds niet officieel gebruikt. En van het extra vak, rekendidactiek, is geen spoor te bekennen. Muriël Hoepel, onderdirecteur Minowc meldt dat het ministerie weet van de didactische boeken. "Maar het is niet dat het ministerie niet willing is om gebruik te maken van de hulp die aangeboden wordt, maar we zijn al bezig met de reconstructie van de methode en pas daarna willen we andere aanpassingen doorvoeren." Volgens Hoepel heeft het ministerie momenteel een rapport in handen waarin alle aanpassingen, problemen en meningen over de nieuwe rekenmethode verwerkt zijn. Pas als deze doorgevoerd worden zal het ministerie nagaan hoe en waar er nog meer in de linie van dit vakgebied aanpassingen nodig zijn. Zij benadrukt trouwens dat rekendocenten op de pedagogische instellingen al zijn voorzien van soortgelijke boeken. "En als ook dit aangepast moet worden zullen we dat zeker doen maar dan pas na de uitvoering van de resultaten van deze analyse."

In 2010 startte het ministerie met het ontwikkelen en implementeren van een nieuwe Surinaamse rekenmethode 'Plezier in Rekenen'. Het is dezelfde methode als de Nederlandse Wereld in Getallen, maar dan gesurinamiseerd. In januari 2013 wordt in het derde leerjaar van de lagere school hiermee gestart. Vervolgens volgen de lagere klassen. Maar, gaat het kind over naar het vierde leerjaar dan wordt overgestapt naar de oude methode. Materiaal om de nieuwe rekenmethode voort te zetten is vooralsnog beperkt tot niet beschikbaar. Dit zorgt ervoor dat er op alle niveaus steeds afgewisseld wordt tussen de oude en nieuwe methode. Terwijl er kleine brandjes geblust worden, moeten leerlingen, ouders en leerkrachten zelf nagaan hoe zij met de situatie omgaan. "Mijn dochter was een paar dagen depressief omdat zij om rekenen en wiskunde is blijven zitten", zegt Tascha.

Haar dertienjarige dochter ervaart al sinds de lagere school problemen met de rekenvakken, maar toen had zij een leerkracht die zelfs in de pauze de tijd nam om haar de sommen uit te leggen. "Nu wil ze haar leerkracht niet meer om hulp vragen, omdat ze die niet krijgt. De juffrouw zegt steeds straks, straks en uiteindelijk helpt ze haar toch niet." Financiële ruimte om het kind vorig jaar naar bijles te sturen was er niet. Voor rekenen en wiskunde kreeg de tiener een 3 als eindcijfer. "Mijn dochter heeft een 9 voor Engels, 8 voor Nederlands, 7 voor Spaans, maar met rekenen gaat het helemaal niet. Ze is letterlijk op twee punten blijven zitten. Als ze een 4 had dan was ze wel over." De kreten van haar dochter dat zij het probeert en probeert, maar toch niet snapt gaan bij de moeder door merg en been."Als ze toch van alles overnemen uit het buitenland laten ze dan vakantieschool overnemen." Hierbij zou het kind mogelijk in staat zijn alsnog de kans te krijgen de vakken opnieuw te doen. "Een kind een heel jaar opnieuw laten doen omdat zij twee punten tekort komt, is demotiverend."

Bijles

Sommige onderwerpen kunnen of pas later of eerder gedoceerd worden

Hocus Pocus Boeken

WAAR DE EEN tekort komt, ziet de ander een opportunity om bij te springen. Door het falen van het regulier onderwijs in de rekenvakken is het aanbod van bijlessen toegenomen. Leanda Zeldenrust is een kei in rekenen en biedt sinds haar zeventiende rekenbijlessen. "De behoefte was er altijd en zal er ook altijd zijn, maar sinds de introductie van de nieuwe rekenmethode is de vraag nog groter geworden." Leduc Consultancy & Training is sinds drie jaar het eerste officiële huiswerkbegeleidingsinstituut. Zelf is Zeldenrust ook docent economie op het Imeao en zij studeert voor haar master in onderwijskunde. Tijdens de bijlessen die haar team verzorgt, wordt er gekeken naar welke fouten de leerlingen maken tijdens hun berekening. "Soms kijken leerkrachten alleen naar het antwoord en niet naar de manier van de berekening, waardoor er een foutenanalyse wordt gemaakt en het kind niet juist verbeterd wordt." Ook merkt de economiedocent op dat het rekenonderwijs toetsgericht is.

"Tegen de tijd dat wij leerlingen hier willen laten begrijpen wat hun fouten zijn, moeten wij hen al voorbereiden op de volgende toets. Elke week is er bijna een toets."Maar Levens staat niet te springen om bijlessen. Vaak wordt niet dezelfde methode gebruikt en leren kinderen niet zelfstandig problemen oplossen. "Mits de leerling thuis zelf al heel veel werk heeft verricht en er gewoon niet uitkomt." Daarnaast biedt het geen garantie voor succes. Daar is Zeldenrust het gedeeltelijk mee eens.Haar instituut stimuleert kinderen daarom om zelf veel te oefenen. "Het is niet de bedoeling dat mensen hier jaar in en jaar uit komen. Wij leren mensen houden van rekenen. Wij onderzoeken samen met het kind waar, en al vanaf de basis, het verkeerd gaat. Als je basis verkeerd is, dan stapelt dat alleen maar op en wordt de achterstand steeds groter."

Teveel leerstof, te weinig tijd Bovendien vinden de twee rekenfanaten dat er teveel ballast gedoceerd wordt. Levens: "Sommige onderwerpen kunnen of pas later of eerder gedoceerd worden. In de examenklassen is het niet verstandig om nieuwe onderwerpen te krijgen bijvoorbeeld." Zeldenrust: "In de eerste klas van het mulo wordt bijna alleen maar herhaald. Je zou dan al kunnen beginnen met een nieuw onderwerp." En over de leerstof op het gewoon lager onderwijs zegt zij dat er opnieuw naar gekeken moet worden hoeveel diepgang je geeft aan het onderwerp. Door te weinig lesuren, teveel onderbrekingen in het onderwijs zoals nationale vrije dagen en teveel leerstof is het onmogelijk voor de leerlingen om de berekeningen daadwerkelijk te begrijpen en tot zich te nemen. Dat terzijde is de kunst bij rekenen, oefenen. Zowel zij als Levens stelt voor meer aandacht te besteden aan rekenen. "Als een leerkracht merkt dat een leerling zwak is in een bepaald vak, dan zou er een systeem gecreëerd moeten worden dat zij aan die vakken meer uren besteedt. Of extra lesuren op de zaterdag. Rekenen moet een hobby zijn, het is leuk en het is oefenen en oefenen totdat je het onder de knie hebt", opperen de deskundigen.

Bijscholing

JAAR IN, JAAR uit geven reken- en wiskundeleerkrachten bij de SVWR aan dat zij behoefte hebben aan bijscholing. Om nu te proberen meer grip te krijgen op de rekenresultaten zal de SVWR vanaf januari 2018 gratis trainingen verzorgen aan rekenleerkrachten. In 35 trainingssessies zullen landelijk 1.400 leerkrachten extra tools worden bijgebracht zodat zij rekenproblemen kunnen aanpakken. De hulp van SVWR wordt vaak ingeschakeld. "Leerkrachten bellen haast elke dag om te vragen hoe zij een som anders kunnen uitleggen. Wij gaan dan met een werkgroep ons over het probleem buigen en geven de leerkrachten tips." Met deze werkwijze heeft Tascha goede ervaring. Dezelfde leerkracht die in de pauzes met haar dochter werkte, belde haar enthousiast op dat zij een training heeft gevolgd, waardoor zij nu veel beter de sommen kan uitleggen. "Die kleine moeite van die leerkracht heeft ervoor gezorgd dat mijn kind het toen wel goed deed." Ook Zeldenrust staat pal achter het bijscholen van leerkrachten. Volgens haar heb je voor de rekenvakken the best of the best nodig. "Als je van rekenen houdt, wil je anderen dat ook leren en kan je niet aanzien wanneer ze fouten maken. Dan ga je dat analyseren en verbeteren." ◊

Dit artikel is verschenen in onze bijlage van 14 oktober

Share on Facebook    

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina