Registreren | Inloggen       Colofon
  • Home
  • IVAN FERNALD: Reflectie op ons onderwijs - deel 9

Havo is dringend aan revisie toe

24/08/2017 12:00

Blijdschap en verbijstering bij uitslag Havo 3, drie jaar geleden.

Blijdschap en verbijstering bij uitslag Havo 3, drie jaar geleden.  

ACHTERGROND - Leerlingen die geslaagd zijn voor het mulo-examen hebben recht op vervolgonderwijs op een middelbare school. 11.560 leerlingen hebben in 2017 deelgenomen aan de toelatingstoets mulo naar havo van wie amper 1.204 leerlingen zijn geslaagd. Dat is slechts 10.4 procent. De toelatingstoets meet de kennis en vaardigheden die nodig zijn in het eerste jaar van havo. De statistieken wijzen uit dat ongeveer 40 procent blijft zitten en ongeveer 27 procent aangemerkt wordt als drop-out.

Tekst: Ivan Fernald - beeld: dWT Archief

IN 2015 IS gebleken dat 70 procent van het Openbaar Atheneum (Havo1) en 68 procent van Havo 3 niet doorstroomt. Zijn er twijfels met betrekking tot de validiteit van de toelatingstoets of zijn er andere factoren die in beschouwing genomen moeten worden? De maatschappij verandert, de doorstroming stagneert maar er vindt geen innovatie plaats op havo-niveau. In dit artikel worden de toelatingstoetsen en stagnatie in doorstroming nader belicht. Het is een vervolg van artikel nummer 8: 'Havo onder het vergrootglas'.

Beperking van de instroom

DE MEESTE ONDERWIJSINSTITUTEN binnen het VOS stellen extra voorwaarden voor inschrijving van leerlingen die beschikken over een mulodiploma. Het Imeao kent geen extra drempel voor instroom. Het bezit van het mulodiploma is voldoende om toegelaten te worden tot het basisjaar Imeao. De Pedagogische Instituten hebben geen toelatingstoets maar stellen wel bijzondere voorwaarden. Voor de vakken Biologie, Aardrijkskunde en Geschiedenis moet de som der cijfers zestien of meer bedragen. De belangrijkste norm is dat er voor het vak Nederlands geen cijfer lager dan 6 gescoord mag worden. Dit is voor menige student een struikelblok.

Toelatingstoets VHN

Overzicht VHN 2008-2017, Revised

VOOR VWO/HAVO/natin (VHN) zijn de resultaten van de toelatingstoets bepalend voor inschrijving. Het percentage geslaagden voor het toelatingsexamen van mulo naar vwo schommelt tussen 16 en 25 procent. Het beste resultaat is gehaald in 2013 met een percentage van 25.9. Daarna is het resultaat geleidelijk teruggelopen naar 17.3 procent in 2016. Het resultaat van de toelatingstoets is 19 procent in 2017. Dat is een lichte stijging van 1.7 procent. Van de 11.560 kandidaten die meegedaan hebben aan het toelatingsexamen vwo hebben slechts 2.192 voldaan aan de norm. Een belangrijk deel van de leerlingen krijgt geen toegang tot het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs. Op de Universiteit zitten de toekomstige academici die allerhande functies zullen moeten bekleden waardoor wij beter in staat zijn om de toekomstige uitdagingen met vertrouwen tegemoet te treden.

10.4 procent slaagt voor toelating havo

DE DOORSTROMING VAN mulo naar havo is zeer selectief. 11.560 leerlingen hebben in 2017 deelgenomen aan te toets van wie er 1.204 (10.4 procent) geslaagd zijn. Het resultaat voor toelating havo is in de afgelopen tien jaar nooit boven 14 procent uitgekomen. Het toelatingscijfer havo is onaanvaardbaar laag. Hieraan kunnen wij niet schouderophalend voorbijgaan.

Toelating tot Natin

IN 2017 HEBBEN 2.432 leerlingen de toets gemaakt van wie er 937 (39 procent) zijn geslaagd voor toelating Natin. Dat is een aanzienlijke verbetering ten opzichte van het vorig jaar. In 2016 was 27.4 procent geslaagd en dat is het slechtste resultaat in tien jaren. De statistieken wijzen uit dat er schommelingen zijn in percentages van opeenvolgende jaren. Het beste resultaat voor toelating natin is gerealiseerd in 2010 met een percentage van 42.9.

Is de toelatingstoets havo valide?

DEZE TOETS MEET of de leerlingen de kennis en vaardigheden bezitten die nodig zijn om succesvol de opleiding op havo aan te vangen. De kennis en vaardigheden blijken bij veel leerlingen niet toereikend te zijn. Na een strenge selectie wordt een relatief klein deel (10.4 procent) toegelaten tot havo. De vraag is: Hoe vergaat het de categorie leerlingen die slaagt voor de toelatingstoets. Welk percentage stroomt door naar het tweede jaar havo? In 2014 zijn er 1.345 studenten uit een groep van 11.128 geslaagd voor de toelatingstoets van mulo naar havo. Slechts 70 procent van de studenten van het 'Openbaar Atheneum' stroomt door naar het examenjaar havo in 2015. Voor 'Havo 3' is dat 68.7 procent. Het drop-outpercentage in het eerste jaar havo is bijzonder hoog. Dat behoeft enige beschouwing. Bij de opmaak van de doorstroomresultaten moeten de drop-outcijfers verwerkt worden anders is de data niet accuraat en volledig. Het zittenblijverspercentage moet naast het drop-outpercentage geplaatst worden. Dan wordt de werkelijke inefficiëntie zichtbaar.

Slide1

Uit de beschikbare data blijkt dat een aanzienlijk deel niet doorstoomt naar het tweede leerjaar van havo. Is er hiervoor een aannemelijke verklaring? De validiteit van de toelatingstoets is in het geding. Maar ook het curiculum, de onderwijsleersituatie en de begeleiding op de havoscholen moeten onder het vergrootglas.

Leraren havo klagen over de beginsituatie

DE MEESTE LERAREN die ik gesproken heb, klagen steen en been over het kennisniveau en het abstractievermogen van studenten die afkomstig zijn van mulo. Het hoge percentage zittenblijvers zou het gevolg zijn van de vele hiaten in kennis en het onvermogen van studenten om zich zelfstandig en gedisciplineerd te kwijten aan de lestaken. Dit kan een belangrijke factor zijn voor doublures in het eerste jaar havo. Maar waarom is de school niet bij machte om een hoger slaagpercentage te behalen (44 procent direct geslaagden). Het wordt geacht dat de studenten in de examenklas beschikken over de vereiste kennis en over competenties beschikken. Zij hebben immers voldaan aan de bevorderingsnormen. Het onderwijs op havo-niveau is dringend aan revisie toe.

Niet vervallen in symptoombestrijding

DE MAATSCHAPPIJ VERANDERT, de doorstroming stagneert maar er vindt geen vernieuwing plaats van het onderwijs. Havo presteert reeds jaren ondermaats, maar afgezien van versoepeling van herexamennormen zijn er geen maatregelen genomen. Symptoombestrijding richt zich naar het onderdrukken van de negatieve effecten zonder de oorzaken van de problematiek weg te nemen. Dit zal niet leiden tot duurzame ontwikkeling.

Slide2

Havo is een tweejarige opleiding maar de meeste studenten doen er drie jaar over. Stemmen gaan op om de opleidingsduur formeel te verlengen naar drie jaar. De kernoplossing is niet verlenging van de opleiding met een jaar. Eerst zal er gedegen onderzoek moeten komen naar de kernoorzaken. Ik ben van oordeel dat de focus gelegd moet worden op de gehele kolom van VOJ en VOS. Daarbij moet in beschouwing worden genomen:

a. Onderwijsinnovatie en een kwalitatieve instroom van leerlingen

b. Professionaliteit van leerkrachten;

c. Curriculumaanpassing naar rato van doelstellingen en bijstelling van het opleidingsprofiel van havo. Wat willen wij met het type onderwijs. Moeten de afgestudeerden van havo uitsluitend toegang hebben tot het IOL en andere HBO-opleidingen? Is havo ook bedoeld als voor opstapje naar tertiair onderwijs via een schakeljaar universiteit?

Rapporten moeten uit de lade

LANGER DAN TIEN jaar ligt er een rapport bij het MinOWC waarin gepleit wordt voor een variabele opleidingsduur van havo. De overweging is om het curriculum uit te smeren over drie jaar voor studenten die de tweejarige opleiding niet kunnen volgen. De rigide scheiding tussen havo en vwo komt te vervallen. Daardoor zijn er meer verticale en horizontale doorstroommogelijkheden. Er vindt interne differentiatie plaats in niveaus.

Het ministerie van Onderwijs is de hoofverantwoordelijke instantie om doelgericht en systematisch te investeren in het onderwijs. Suriname heeft behoefte aan kwaliteit en een hoger rendement in het onderwijs, gezien de inspanningen en grote financiële offers die gebracht worden. 

Ivan Fernald

Ivan Fernald was twintig jaar directeur van het Instituut voor Middelbaar Economisch en Administratief Onderwijs (Imeao) en was minister van Defensie van 2005-2010 in het kabinet van president Venetiaan. Als manager bij RPBG heeft hij in de afgelopen vijf jaar ook de praktische kant van de economie ervaren en heeft hij de leiding gehad van Suriname Information Technology Training (Sitt). Fernald is momenteel parttime docent op het instituut voor opleiding van leraren (IOL). Er zijn eerder publicaties van zijn hand verschenen waarbij onderwijs in relatie wordt gebracht tot nationale ontwikkeling.

Dit artikel is verschenen in onze editie van 22 augustus

Share on Facebook    

Gerelateerde Paramaribo Post artikelen

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina