Registreren | Inloggen       Colofon
  • Home
  • IVAN FERNALD: Reflectie op het onderwijs - deel 6 (slot)

Opmerkelijke schommelingen in slaagpercentages

21/06/2017 12:30

In een serie artikelen voor de Ware Tijd komt onderwijsdeskundige Ivan Fernald tot een reflectie van het onderwijs in Suriname.

In een serie artikelen voor de Ware Tijd komt onderwijsdeskundige Ivan Fernald tot een reflectie van het onderwijs in Suriname.  

ONDERWIJS - Het landelijke slaagpercentage voor het meer uitgebreid lageronderwijs (mulo) is voor het derde opeenvolgende jaar boven de 60 procent uitgekomen. Dit is bemoedigend maar het geeft nog geen reden tot tevredenheid omdat er in 2016 een terugval geweest is van 2 procent ten opzichte van 2015. Bovendien wordt een stijgende lijn, gezien de cijfers die ik verzameld heb, altijd gevolgd door een diepe val.

In 2010 bijvoorbeeld bedroeg het slaagpercentage 59,3 procent en het daaropvolgende jaar liep het terug naar 52,6 procent. In 2012 hadden wij een piekjaar met een resultaat van 63,5 procent. De euforie was van korte duur want in 2013 kelderde het percentage naar 56,1 procent. Wat zijn de oorzaken van fluctuaties in slaagpercentages? In dit artikel zal de ontstaansgeschiedenis van het Mulo belicht worden en het verloop in slaagpercentages worden gepresenteerd.

Tekst: Ivan Fernald - beeld: dWT Archief


1. Leerplicht Suriname

IN 1876 WERD de leerplicht in Suriname bij wet ingesteld voor kinderen van zeven tot en met twaalf jaar. Dat was 24 jaar voordat de Leerplichtwet in Nederland tot stand kwam. De lagere school was aanvankelijk eindonderwijs. Praktische opleiding voor het aanleren van een ambacht als timmerman, schoenmaker, kleermaker, schilder et cetera werd verkregen bij een baas. Technische vaardigheden kon men ook opdoen bij de 'koloniale vaartuigen' die destijds in Paramaribo waren gestationeerd.

Langzamerhand deed de noodzaak zich gevoelen voor een ambachtsschool en ontstond de behoefte aan uitgebreid lager onderwijs. De eerste inspecteur van het Departement van Onderwijs Dr. H. D. Benjamin heeft zich hiervoor bijzonder ingezet en op 8 november 1887 werden de deuren van de eerste school voor uitgebreid lager onderwijs (ulo) geopend. Lange tijd was die school bekend onder de naam 'Gecombineerde school'.

In 1903 veranderde de 'Gecombineerde school' in de 'Hendrikschool' naar de toenmalige gouverneur Jan Hendrik Smidt. Deze school ontwikkelde zich tot de eerste muloschool van Suriname. De eerste directeur was J. J. Heilbron. De Hendrikschool bestond uit acht leerjaren en was in die dagen elitair van aard. Het kwalitatief hoogwaardige gehalte van de Hendrikschool bleek uit het feit dat 37 leerlingen van de Hendrikschool kort na aankomst in Nederland slaagden voor gymnasium en hbs.

 De leerkrachten kregen een forse salarisverhoging

In 1930 waren er vier mulo- en vier uloscholen in heel Suriname. Dat waren de Hendrik-, Paulus-, Louise- en de Graaf van Zinzendorfschool. Gaandeweg werden de muloscholen toegankelijk voor het niet elitaire deel van de bevolking. Naarmate het onderwijs zich ontwikkelde en het aantal leerlingen toenam, werd er een zwaardere wissel getrokken op het bestuur en beheer van het onderwijs. Onder leiding van de voorzitter van het 'Surinaams Onderwijsgenootschap' Johan Ferrier werd er een groot onderwijscongres georganiseerd. Dit leidde tot de eerste reorganisatie van het onderwijs en wel op basis van het rapport D'Haens.

De voornaamste structurele aanpassingen waren de transformatie van de achtklassige mulo naar een vierjarige en de achtklassige ulo werd een tweejarige. De school voor beperkt lageronderwijs (blo) werd afgeschaft en de lagere scholen werden verdeeld in glo-A, glo-B en districts-glo. De leerkrachten kregen een forse salarisverhoging. Onderwijzers stonden destijds in hoog aanzien. Aan het beroep van onderwijzer werden hoge eisen gesteld. Leerkrachten waren meesters in hun vak. De algemene ontwikkeling en feitenkennis waren werkelijk bewonderenswaardig. Er werd ook veel aandacht geschonken aan discipline en attitudevorming. Op veelvuldig verzuim en lage cijfers volgde steevast huisbezoek. (Bronnen: De Gidsalmanak voor Suriname, 1901 AD- 2001 AD, Suriname in de twintigste eeuw, Rapport D'Haens, eerste reorganisatie Onderwijs)

Momenteel zijn er landelijk 72 muloscholen (Onderzoek en Planning 2016). De Hendrikschool viert op 8 november 2017 het heugelijke feit dat zij al 130 jaar onderwijs biedt. De huidige directeur van de Hendrikschool is Gusta Kesoemoarso. Deze school is een begrip geworden in Suriname en het staat bovendien op de Werelderfgoedlijst van de Unesco. Het is van het grootste belang dat dit monumentale gebouw behouden blijft voor Suriname.

2. Het verloop in slaagpercentages mulo

Tabel Ivan f

Overzicht Statistieken Eindexamen Mulo 2006-2016 (exclusief Staatsexamen)

HET EINDRESULTAAT MULO 2016 is (met 2 procent) licht gedaald ten opzichte van 2015 maar het heeft zich wel gehandhaafd boven 60 procent. Dit geeft nog geen reden tot tevredenheid. Wij moeten ons realiseren dat circa 38 procent van de kandidaten gezakt is voor het eindexamen mulo. Het beste resultaat is gehaald in 2015. Het slaagpercentage bedroeg toen 64,3. Het dieptepunt was in 2011 met een slaagpercentage van 52,6. Het herexamenpercentage schommelt tussen 13 en 15. Het percentage 'geslaagd na herexamen' wordt opgeteld bij het percentage van de direct geslaagden en dat is het eindresultaat.

Het laagste percentage 'direct geslaagden' in de afgelopen tien jaar was 44. Dit is driemaal gerealiseerd. Het beste resultaat 'direct geslaagden' is gehaald in 2015. Het bedroeg toen 55,1 procent en het eindpercentage (na herexamen) liep op tot 64,3. De afgelopen twee jaar was het percentage 'direct geslaagden' het hoogst en wel 55. Dat is een bemoedigende ontwikkeling. Er is een relatie tussen het percentage direct geslaagden en het eindresultaat. Doorgaans geldt: 'Hoe hoger het percentage direct geslaagden des te beter het eindresultaat'.

3. Business as usual

INDIEN DE LANDELIJKE slaagpercentages mulo over een reeks van jaren in beschouwing genomen wordt, constateren wij opmerkelijke verschillen tussen regio's, maar ook fluctuaties in prestaties van opeenvolgende jaren. Er zijn aannames maar er is geen afdoende verklaring hiervoor omdat er geen degelijk onderzoek gedaan is naar de (kern)oorzaken van de problematiek. Alle variabelen die van belang zijn moeten in beschouwing genomen worden. Er is een relatie tussen het aantal recidivisten in de examenklas en het uiteindelijk resultaat.

Leerlingen die het examen voor de tweede maal doen hebben een grotere slaagkans. Het slaagpercentage mulo is voor het derde opeenvolgende jaar boven 60 uitgekomen maar dat is geen garantie dat er een opwaartse lijn is ingezet. Wij moeten de ambitie hebben om een slaagpercentage van groter dan tachtig te realiseren en het aantal zittenblijvers en drop-outs aanzienlijk te verminderen. Wat is de succesformule van scholen die steevast boven het landelijk gemiddelde scoren?

De gedragslijn 'Business as usual' zal niet leiden tot duurzame ontwikkelingen. Indien er geen innovatie plaatsvindt en er geen structurele maatregelen genomen worden mag het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur niet verwachten dat de schoolresultaten significant zullen verbeteren. ◊

Ivan Fernald -ST

Ivan Fernald was twintig jaar directeur van het Instituut voor Middelbaar Economisch en Administratief Onderwijs (Imeao) en was minister van Defensie van 2005-2010 in het kabinet van president Venetiaan. Als manager bij RPBG heeft hij in de afgelopen vijf jaar ook de praktische kant van de economie ervaren en heeft hij de leiding gehad van Suriname Information Technology Training (Sitt). Fernald is momenteel parttime docent op het instituut voor opleiding van leraren (IOL). Er zijn eerder publicaties van zijn hand verschenen waarbij onderwijs in relatie wordt gebracht tot nationale ontwikkeling.

Dit artikel is in de krant van 20 juni verschenen.

Share on Facebook    

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina