Registreren | Inloggen       Colofon
  • Home
  • Eigen dierentuin

Eigen dierentuin

09/06/2017 17:00

Eigen dierentuin

 

Erik Graanoogst zit al meer dan twintig jaar in de export van exotische vogels. Al lang groeide het idee om iets voor zichzelf te hebben. Een plaats waar hij lekker kan wandelen en genieten van dieren. Het resultaat is een zeven hectare groot dierenpark in Lelydorp met apen, vogels en reptielen. ‘Ik wil het voorlopig nog klein houden.’

Tekst: Maikel Marichael - beeld: Jason Leysner

VANUIT PARAMARIBO IS het een goed uur rijden om aan te komen ergens in het midden van de Reebergweg te Lelydorp. "Is dit wel het juiste adres?" vraagt fotograaf Jason tevens chauffeur van dienst vertwijfeld. Google Maps noch de telefonische instructies van eigenaar Erik Graanoogst maken ons wijzer. Geen metershoge hekken of stalen poorten waarachter mogelijk een dierenpark schuilgaat. Geen billboard met plattegrond en een 'Welkom'- opschrift. Ook geen horden bezoekers en de geur van warungs die een graantje meepikken. En toch zou het hier moeten zijn. Doordat iemand ons vanaf zijn oprit staat toe te zwaaien, slagen we er uiteindelijk in het juiste adres te vinden. En jawel, het park ligt in het privédomein van de eigenaar.

Ik heb altijd al een liefde voor vogels gehad

Die privé-eigenaar is Erik Graanoogst, een 57-jarige slanke, hoffelijke en vitaal ogende man met snor. Nadat we onze auto aan de kant hebben gezet, komt hij ons tegemoet gelopen. Een dierenpark in het midden van Lelydorp, waarom toch? "Ik heb altijd al een liefde voor vogels gehad", zegt hij terwijl hij ons krachtig de hand schud. Die liefde kreeg hij mee van zijn nu negentigjarige vader die al van jongs af aan bezig was met het vangen, opkopen en verkopen van vogels. "Zo heb ik snel de kneepjes van het vak geleerd. Ik heb nog slagen gekregen van mijn vader omdat ik niet naar school wou gaan." Lachend vervolgt hij: "Ik was veel liever bij de vogels gebleven."

Dierenpark

Dierentuin Erik Graanoogst _JL_ (5)

ONDERTUSSEN ZIT GRAANOOGST zelf al meer dan twintig jaar in de export van exotische vogels. "Al heel lang broeide het idee om iets voor mezelf te hebben", vertelt hij. "Een plaats waar ik lekker kon wandelen en genieten van de dieren." Het resultaat is een zeven hectare groot dierenpark met onder meer een vogelkast van dertig meter breed, vijftig meter lang en acht meter hoog. "En zo zal ik nog twee kasten maken", zegt Graanoogst trots. Momenteel heeft het park nog niet veel bezoekers maar dat is een bewuste keuze. "Ik wil het nog klein houden. De bezoekers die ik nu heb, kennen het park vooral via mond-tot-mondreclame. Als het eenmaal volledig af is zal het kenbaar worden gemaakt aan het grote publiek."

Het was uiteindelijk met de steun van familie dat Graanoogst zeven jaar geleden de beslissing nam om van zijn hobby zijn beroep te maken en van zijn privé-eigendom een volwaardig vogel- en apenpark te maken. Voor een vergunning klopte hij aan bij Dienst 's Lands Bosbeheer (LBB), waarna hij bezoek kreeg van de overheid. "Die functionarissen waren stomverbaasd en zeiden me: 'Wat u hier hebt aan potentieel is fantastisch.' Graanoogst nam ook contact op met de directeur van Paramaribo Zoo, John Altenberg. "Ik zocht niet echt zijn goedkeuring maar ik wilde niet in zijn vaarwater komen." Altenberg had geen problemen met een dierenpark in Lelydorp waarna de aanleg ervan kon beginnen.

Graanoogst heeft honderden dieren in zijn collectie. Rotshanen, kerk- en bril-uilen, boskippen, toekans, arenden en zelfs een doodgewoon hert. Dé attractie op zijn domein vormen echter de kapucijn- en bergapen. Bezoekers blijven soms wel een uur hangen bij de schattige aapjes en houden er een heuse fotoshoot. Dat de dieren niet mensenschuw zijn speelt daarbij een rol. Onze fotograaf kan ervan meepraten. De kleine kapu- cijnaap kruipt op zijn rug en likt zijn nek. "Wees blij dat hij je camera niet probeert te ontfutselen", lacht Graanoogst. "Vorige week heeft hij een Niveapotje uit de tas van een vrouw gehaald. Hij is ermee in de hoogste boom geklommen om het daarna te laten vallen."

Zeldzame diersoorten

Enkel wat voortkomt uit de kweek van die dieren, mag geëxporteerd worden

VEEL DIEREN ZIJN zeldzaam. De Kabalebo bijvoorbeeld, is een reigersoort, gevonden door vissers aan de Kabaleborivier. "Ik heb een afspraak met die vissers dat als er reigers verstrikt raken in hun netten, ze mij altijd mogen bellen. Anders doden zij die vogels toch maar. Vervolgens kijk ik bij levering welke dieren ik kan gebruiken, de rest laat ik weer los." Een andere zeldzame soort die je in het park kan terugvinden, zijn de hoornpadden. Het zijn de enige kikkers ter wereld die tanden hebben. Meer dan vierhonderd heeft Graanoogst er ook al zie je het merendeel door de groene schutkleur niet liggen. Aangezien je ze amper ziet liggen, moet je op hun geluid afgaan. Je vindt ze slechts twee à drie keer per jaar, net na de regentijd en meestal in januari. "Ze maken ongelooflijk veel lawaai. Als je in januari met jouw wagen langs bepaalde wegen in West-Suriname rijdt met jouw ruiten open, hoor je ze van mijlenver."

Met al die beschermde dieren in zijn bezit, is het niet verbazend dat Graanoogst veel buitenlands bezoek krijgt. Zo kwam onlangs een Zuid-Koreaanse filmploeg langs die interesse toonde in de eitjes van zijn zeldzame pipa pipa-kikkers, ofwel de Surinaamse pad. "Ze hebben een aantal eitjes meegenomen om te documenteren hoe die zich ontwikkelen." Rond zeldzame dieren wordt echter strikte wetgeving gehanteerd. Omdat hij een vergunning heeft, mag Graanoogst van elke beschermde diersoort slechts één tot twee koppels houden. Ze komen niet in aanmerking voor export. "Enkel wat voortkomt uit de kweek van die dieren, mag geëxporteerd worden," zegt hij. De dieren die Graanoogst exporteert gaan naar alle uithoeken van de wereld.

Nederland en Duitsland, maar ook Amerika, Japan, Indonesië of Dubai. "Omdat ik een contract heb met KLM, werk ik enkel met dierentuinen en vogelparken. KLM vliegt namelijk niet voor particulieren en handel." Graanoogst weet ondertussen welke landen het meest in aanmerking komen voor de export van bepaalde dieren. Slangen gaan bijvoorbeeld vaak naar Amerika, voor dierenwinkels in Miami en New York. "Ik exporteer heel weinig slangen naar Nederland, al weet ik dat daar veel interesse voor is." Door administratieve belemmeringen duurt het echter drie maanden voordat Graanoogst naar Nederland kan afzetten. Terwijl zijn slangen in amper twee dagen in de VS arriveren.

Meterslange slangen

Dierentuin Erik Graanoogst _JL_ (14)

"SLANGEN, DAAR HEB je niks aan. Ze dienen enkel om naar te kijken", zegt Graanoogst onderweg naar de reptielen. Hij heeft er een zestigtal, al had hij er ooit meer dan tweehonderd. "Ik ga binnenkort nog een grote reptielenhal voor ze maken." Meterslange slangen liggen er in bakken van ongeveer twee vierkante meter. "Zo kunnen er wel tien tot vijftien bij elkaar leven", vertelt Graanoogst. Alleen om ze te voeren haalt hij ze uit elkaar. "Het is al voorgevallen dat de ene slang de andere heeft opgegeten omdat hij oog had voor het voer van de andere slang een rat. Die slang is wel overleden omdat hij die andere niet kon verteren."

Graanoogst heeft ze van alle soorten, zoals de boa constrictor, de labaria of lanspuntslang en de maccaslang, ook wel de bushmaster genoemd. Eén van zijn slangen is een vier meter lange en 65 kilo zware anaconda. Toch is dit niet de langste in zijn soort; anaconda's kunnen tot twaalf meter lang worden. Twee jaar geleden deed zich de kans voor een dergelijk mega exemplaar te krijgen. Op een ochtend kreeg hij telefoon van een man die in het binnenland in een moeras aan het graven was. Met zijn graafmachine had hij een twaalf meter lange anaconda boven gehaald. Nog voordat Graanoogst de nodige voorbereidingen kon treffen om de slang op te halen, belde de man terug. "De slang was op hem afgestormd, waarna hij hem met de graafmachine had doodgeplet. Het is jammer maar ik begrijp dat volledig. Veiligheid boven alles."

Zijn favoriet is een zeven jaar oude ratelslang. Die is niet voor export beschikbaar en houdt hij voor zichzelf. De slang is door zijn motiefrijke huid prachtig maar ook uiterst giftig. Eén beet legt alle zenuwbanen stil waardoor je onmiddellijk overlijdt. "Als je zijn buurt komt, waarschuwt hij je door met zijn staart te ratelen. Als je dus gebeten wordt, is het je eigen schuld", aldus Graanoogst. Welke slang de giftigste is, weet hij niet, al komt de koraalslang aardig dicht in de buurt. De rood- zwart gebandeerde slangen met wit of zwarte kop kan je overal vinden, zelfs in Paramaribo. De koraalslang heeft kleine tandjes en niet veel gif en kunnen je hoogstens in het puntje van je teen bijten. "Maar ze zijn uiterst gevaarlijk. Eén druppel gif is voldoende om tien paarden mee te doden. Als de koraalslang je bijt, val je direct dood neer. Binnen de seconde spatten al je aders open." 

Griezelig

Dierentuin Erik Graanoogst _JL_ (50)

WERKEN MET LEVENSGEVAARLIJKE reptielen brengt dan ook de nodige risico's met zich mee. De zwager van Graanoogst overleed ooit bijna na een beet in zijn de voet door een labaria. Met een afgebonden voet werd hij in allerijl gebracht naar het ziekenhuis. "Toen de dokters eenmaal de bondage rond zijn voet losmaakten, viel hij flauw", verhaalt Graanoogst. "Na twee dagen spuwde en plaste hij bloed. Zelfs zijn traanvocht was bloederig, als je met een naald op zijn lichaam prikte, vloeide het bloed zo uit zijn lichaam."

Als laatste redmiddel werd nog een nierspoeling uitgevoerd, die bleek aan te slaan. Na een aantal nierspoelingen bleek zijn zwager er weer bovenop te komen, waarna hij volledig genas. "Zijn been hebben ze wel helemaal moeten opensnijden. Al het rotte vlees werd eruit gehaald en opgevuld met watten en antibiotica. Maar hij heeft het overleefd, dat is het belangrijkste." Ondanks alle enge verhalen en risico's oogt de toekomst mooi, met een officiële, nog nader te bepalen opening in het verschiet.

Graanoogst wil nog twee vogelkasten van dezelfde grootte als die hij nu heeft, voor zijn slangen een reptielenkast bouwen met veel licht en ruimte en ook de zeldzame Kabalebo-reigers moeten verhuizen. "De kast waar ze nu inzitten is te klein." De werken zullen nog wel een aantal jaar in beslag nemen, schat hij in. Daarna ligt er voor deze ruwe diamant in Lelydorp niks meer in de weg om een toeristische trekpleister te worden voor zowel dagjesmensen als toeristen. ◊

Dit artikel is verschenen in de weekendbijlage van 3 juni.

Share on Facebook    

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina