Registreren | Inloggen       Colofon
  • Home
  • Mtakuja...collectief recht

Mtakuja...collectief recht

28/04/2017 17:00

Mtakuja...collectief recht

 

ACHTERGROND - Hoe maken wij een rechtvaardige maatschappij in een ongelijke wereld? De bewoners van het dorp Mtakuja in Tanzania hebben een organisatie opgericht voor het gezamenlijk in productie brengen van hun gemeenschapsland. Een voorbeeld voor Suriname, betoogt sociaal geograaf Ravic Nijbroek die momenteel in Afrika vertoeft. ‘Alle belanghebbenden moeten het conflict begrijpen en dan gezamenlijk de nieuwe regels maken.’

Tekst en beeld: Ravic Nijbroek

HET GEBIED BIJ de voet van het Kilimanjaro-gebergte in Moshi, noord Tanzania, staat bekend om één van Tanzanias grootste suikerrietplantages, TPC Limited. Het stafdorp doet denken aan het Billiton-stafdorp, zoals aan het eind van zijn gloriejaren. Ook Moengo moet er eens zo uit hebben gezien, zoals mijn moeder, Linda Asin, vaak over haar jeugd heeft verteld omdat mijn opa Louis Asin een stafpositie had bij Suralco. Maar als het in Suriname gaat om grootschalige transformatie van een onbewoond landschap naar voedselproducerend gebied, dan gaat de eerste prijs wel naar Wageningen.

De bauxietmijnen brachten weliswaar meer geld in het laadje maar hun koloniaal productiemodel was gericht op zo goedkoop mogelijk grondstoffen uit de grond halen, verwerken en exporteren, waarbij ook het merendeels van de winsten naar het buitenland gingen. In Wageningen moest men zorgvuldig investeren in het langzaam kweken van rijstvariëteiten die perfect waren voor de Surinaamse bodem en klimaat, totdat het bedrijf na decennia de parel van het Caribisch gebied was geworden. Net als bij het TPC-stafdorp in Moshi, hadden ze ook in Wageningen tennisbanen, een sporthal, en een bloeiende samenleving. TPC verbouwt suikerriet op een areaal van achtduizend hectare.

Ter vergelijking: men verbouwde in Wageningen rijst op zesduizend hectare. In 2000 werd het bedrijf goeddeels verkocht aan buitenlandse investeerders (de staat is nog steeds voor een kwart aandeelhouder) en werd er zwaar geïnvesteerd in het ontwikkelen van nieuwe variëteiten en de nodige infrastructuur. TPC's suikerproductie is sindsdien verdrievoudigd! Maar TPC heeft niet altijd zulke successen gekend. Na de onafhankelijkheid van Tanzania (in 1964) kwam het bedrijf te staan onder beheer van de staat die meer socialistische ideologieën erop nahield. Het werd beheerd vanuit een sterke centrale overheid die controle wilde over alles in het hele land. Dusdanig mismanagement heeft bijna geleid tot faillissement. De parallellen met Wageningen zijn triest.

Menigeen kent nog de ondergang van de Stichting Machinale Landbouw (SML), onder beheer van de overheid in de jaren tachtig. Waar in Tanzania in 2000 wel redding kwam voor TPC, heeft Staatsolie tevergeefs geprobeerd Wageningen nieuw leven in te blazen door te experimenteren met suikerrietverwerking voor ethanolproductie. Dit project startte in 2013 en werd medio 2015 on hold gezet; het zal dus nog even duren voordat we Wageningen weer positief kunnen vergelijken met TPC.

Gezamenlijk recht

Mtakuja _kids

IK BEN ECHTER niet in Moshi om de suikerrietplantage te bewonderen maar ben uitgenodigd voor een bezoek aan een gemeenschappelijke (collectieve) boerderij van het dorp Mtakuja (in Swahili betekent dit 'jullie zullen komen'). De bewoners van Mtakuja hebben een organisatie opgericht om gezamenlijk een plan te maken voor het in productie brengen van hun gemeenschapsland. Al het land dat voorheen eigendom was van de ongeveer negenhonderd gezinnen bestond uit kavels van alle maten en vormen, willekeurig geplaatst rondom het dorp (het is gebruikelijk dat de dorpsleiding kavels toewijst aan families). Het gebied is zeer droog; er valt minder dan 400 mm regen per jaar (in Suriname gemiddeld zes maal zoveel).

Na twee jaar bemiddelen met alle belanghebbende groepen, is met de bewoners overeenstemming bereikt om het alleenrecht op hun grond voor bepaalde tijd op te geven in ruil voor het gezamenlijk recht.Met ontwikkelingshulp is een nieuwe boerderij 120 hectare opgericht met een modern irrigatiesysteem. Elk gezin heeft recht op een halve hectare per jaar, om er naar believen te planten, zolang de gezinnen zich maar houden aan hun eigen regels, zoals het irrigatieschema dat wordt beheerd door een bestuur dat (gedeeltelijk) bestaat uit gekozen leden uit het dorp. De hele constructie, de 'governance', is gezamenlijk bedacht en wordt zo uitgevoerd.

Wat het verhaal van het Mtakuja zo speciaal maakt is dat dit de minst waarschijnlijke plaats is waar men een collectieve boerderij zou verwachten. Het dorp was vroeger namelijk een Ujamaa (broederschap in Swahili), een systeem van socialistische collectieve dorpen die waren opgericht in de jaren zestig door Tanzania's eerste president, Julius Nyerere. De Tanzaniaanse gedachtegang na de onafhankelijkheid was dat men af wilde van kolonialistische productiemodellen die voordeel gaven aan een kleine groep (vaak blanke) elites terwijl het volk in armoede bleef. Nyerere wilde een egalitaire maatschappij die gekenmerkt moest zijn door een Afrikaanse vorm van eenheid, saamhorigheid, en ontwikkeling.

Helaas ging de oprichting van Ujamaa-dorpen ook gepaard met geforceerde migratie van arme Tanzanianen die op hun nieuwe collectieve boerderijen voedsel moesten produceren voor de massa. Alles werd gecoördineerd door de centrale overheid. Het Ujamaa-model had binnen enkele jaren gefaald maar gelukkig niet zo erg als in China waar de zogenaamde Grote Sprong Voorwaarts van Mao Zedong ook bestond uit geforceerd collectief landbouwarbeid, en vaak ook nog door intellectuelen uit steden die niets wisten van landbouw. Men schat dat er van 1958 tot 1961 tussen de 20 en 43 miljoen Chinezen zijn omgekomen van honger.

Als wetenschapper bij een internationaal tropisch landbouwinstituut doe ik onderzoek naar hoe kleinschalige boeren gezamenlijk hun landbouwproductie kunnen verhogen op een duurzame manier (sustainable agricultural intensification in het Engels). Ik ben dus benieuwd naar hoe de mensen uit Mtakuja zo ver zijn gekomen om na de tegenslagen van het Ujamaa-verleden toch weer een collectief landbouwproductiesysteem op te zetten. Voor wat betreft vraag ik mij ook af wat voor maatschappij wij Surinamers willen? Willen we liever Mtakuja of Ujamaa? Willen we lokaal en gezamenlijk bepalen hoe onze straat, buurt, wijk, stad en land wordt beheerd, of laten we dat centraal over aan DNA-leden en partijvoorzitters?

Economische signalen

Mtakuja _Kilimanjaro (2)

ENKELE MAANDEN GELEDEN heeft Oxfam een studie gepubliceerd die aantoont dat de wereldwijde ongelijkheid angstwekkende vormen aanneemt. Vandaag de dag hebben maar liefst acht personen (allemaal mannen, de meeste blank) evenveel rijkdom als 50 procent van de wereldbevolking (3,6 miljard mensen). Slechts 68 landen hebben een hoger BNP dan Bill Gates, de rijkste man op de lijst, en niet landen maar corporaties maken twee derde van werelds grootste economieën uit. De steeds vaker op elkaar volgende economische crisistoestanden zijn misschien een kenmerk dat de zaak vroeg of laat gaat bossen. We krijgen niet alleen economische signalen dat iets niet klopt, maar het volk komt ook steeds vaker uit zichzelf in opstand in verschillende delen van de wereld.

Denk aan de Oranjerevolutie in Ukraïne, de Arabische Lente in Noord-Afrika en het Midden-Oosten en aan buurland Brazilië, waar de protesten zodanig oplaaiden dat er sprake was dat het WK van 2014 misschien geschrapt zou worden. Ook in Suriname ziet men vaker dat mensen 'moe zijn' (zoals Curtis Hofwijks de uiting van nationale frustratie heeft ingezet), nu zijn er zelfs protesten voor zeeschildpadden! Deze frustraties zijn niet alleen vanwege de overduidelijke toenemende concentratie van rijkdom binnen een kleine elite groep. Maar vooral omdat het politiek systeem zodanig geconstrueerd is dat het volk (schijnbaar!) geen macht heeft het te veranderen.

Om de economische winsten te kunnen beheren, wordt de totale maatschappij centraal beheerd vanuit een machtscentrum (Ujamaa), en is er lokaal alleen een schijn van participatie. Neem als bijvoorbeeld dat burgers een nieuwe regel willen voorstellen voor het beheer van een bepaalde natuurlijke hulpbron in hun district (zoals de zandafgravingen te Braamspunt). De toegewezen politieke persoon in ons governance-model is de districtscommissaris (dc). Maar deze bestuurder is lokaal noch direct gekozen en hoeft als zodanig geen verantwoordelijkheid af te leggen maar formeel aan de minister van Regionale Ontwikkeling.

Absurd

Het lijkt allemaal op een mooi democratisch model maar lokale inspraak is mijlenver te zoeken

MAAR DEZE MINISTER heeft het ook niet voor het zeggen, want hij of zij is benoemd door de president en heeft weinig keuze dan de voorgedragen dc's te accepteren. En de president op zijn beurt wordt gekozen door de leden van De Nationale Assemblee (DNA). Het lijkt allemaal op een mooi democratisch model maar lokale inspraak is mijlenver te zoeken. Alle macht is zoveel mogelijk geconcentreerd en als resultaat daarvan leven wij in een hyper-hiërarchische beheerstructuur. Werkelijk absurd Het is dan geen wonder dat wanneer er een lokaal probleem is, Surinamers vaak direct naar een centraalgestuurde oplossing zoeken, het liefst via een open brief of een petitie aan de president.

Deze vorm van governance is werkelijk absurd. Het is daarom evenmin een verrassing dat een groep DNA-leden naar Braamspunt gaat om het conflict daarna centraal op te lossen. Deze oplossing zal niet duurzaam zijn. Zelfs niet als deze groep is aangevuld met een geomorfoloog, die de sedimentbewegingen van de kust heeft bestudeerd, een visser uit de lokale bevolking, wiens inkomen afhangt van de kustelijke ecosystemen, een bioloog die gespecialiseerd is in maritieme biodiversiteit, een vertegenwoordiger van de verschillende eco-touroperators en een eigenaar van één van de graafmachines.

Er is te veel wetenschappelijk bewijs dat aantoont dat dit soort vraagstukken niet worden opgelost in een middag of tijdens een DNA-vergadering. Succes wordt bereikt pas nadat de nodige tijd is geïnvesteerd waarbij alle belanghebbenden met elkaar hebben kunnen praten en de verschillende belangen duidelijk zijn. Alle belanghebbenden moeten het conflict begrijpen en dan gezamenlijk de nieuwe regels maken. Alleen dan zullen zij zelf hun eigen nieuwe regels nakomen en ervoor zorgen dat buitenstaanders zich ook daaraan houden.

Duurzame maatschappij

Mtakuja _Kilimanjaro

DE NOBEL-PRIJSWINNENDE econoom Elinor Ostrom heeft veelal beschreven waarom lokaal beheer van bijvoorbeeld natuurlijke hulpbronnen duurzamere en eerlijkere uitkomsten heeft dan centraal beheer. Zij heeft wetenschappelijk en nog belangrijker concreet bewezen dat meerdere kleine groepen die besluitvormingsmacht hebben over de regels en wetten van hun gemeenschap, ook een duurzamere en rechtvaardigere maatschappij kunnen vormen, dan wanneer dit gebeurt vanuit een centrale top-down-beheerspositie: Ostrom noemde dit polycentric governance. En dit heeft ze niet alleen bewezen voor het beheer van natuurlijke hulpbronnen, zoals grondwater, maar ook bijvoorbeeld van universiteiten, ministeries en klimaatsverandering.

Hoe complexer en hiërarchischer onze beheerstructuren en -systemen zijn, zoals nu in Suriname, hoe moeilijker het is om een duurzame maatschappij op te bouwen en des te inefficiënter het is om regels en wetten te monitoren en handhaven. Er is geen twijfel dat een andere duurzame en rechtvaardige maatschappij mogelijk is in Suriname. We zitten al decennia vast in een politiek model waarbij we verwachten dat het stemmen op dezelfde partijvoorzitter en dezelfde partijkleur, een verandering zal brengen. Deze verandering zal niet komen vanuit de DNA of een protestactie op het Onafhankelijkheidsplein.

Het zal komen vanuit meerdere groepen mensen die gezamenlijk besluiten om betrokken te zijn bij het lokaal beheer van hun woonomgevingen. De maatschappelijke transformatie zal niet komen uit een revolutie maar uit een evolutie. Een transformatie bestaande uit honderden kleine lokale revoluties waarbij wij met geduld gezamenlijk de nieuwe regels maken van onze maatschappij. Mtakuja!

ravic.nijbroek@gmail.com

Dit artikel is verschenen in de weekendbijlage van 22 april.

Share on Facebook    

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina