Registreren | Inloggen       Colofon
  • Home
  • Halve eeuw Celos: Medicinale rijkdommen

Halve eeuw Celos: Medicinale rijkdommen

10/04/2017 14:00

Halve eeuw Celos: Medicinale rijkdommen

 

ACHTERGROND — Suriname bestaat voor 93 procent uit bos. Elke tropische bosbouwer kent het Celos bosmanagement systeem dat internationaal ook bekend staat als het Suriname bosmanagement systeem. Vandaag deel twee van de tweeluik over het vijftigjarig bestaan van Celos. ‘De kennis is er maar moet vergroot worden.’

Tekst: Anna Wielkens - beeld: Jason Leysner

ONDERWEG NAAR HET kantoor van Maureen Playfair, hoofd van de afdeling bosbouw,wordt pas duidelijk hoe groot het terrein van het Centrum voor Landbouwkundig Onderzoek in Suriname (Celos) is. Het instituut ligt verscholen achter in de linkerhoek van de oprijlaan van grote bomen die leiden naar het complex van de Anton de Kom universiteit (Adek). "Ze zit in de laatste vleugel van het gebouw in het laatste kantoor", legt haar collega uit.

Op weg ernaartoe valt een, met schaduwgaas, opgezette tent op vanwege de goed sierverzorgde planten. Op de bank voor het kantoor zitten twee collega's geanimeerd te praten. Playfair geeft de laatste instructies aan een student voordat het gesprek begint. Een speciaal ingerichte hoek trekt meteen de aandacht bij binnenkomst. Op een rek staan flesjes olie, zeepjes, zalfjes en gedroogde producten, allemaal afkomstig uit het bos.

"We hebben ons de laatste jaren geconcentreerd op non-timber forest products (ntf), dus bomen of vruchten die olie opleveren, zoals de krappa-, palm-, tonka-, en hoepelolie", vertelt Playfair om de aangewakkerde nieuwsgierigheid alvast te bevredigen. Haar afdeling inventariseert de rijkdommen in het bos en hoe die commercieel gebruikt kunnen worden. "De medicinale werking hebben we voor nu eruit gelaten." Om deze oliën te kunnen beschermen werkt het Celos samen met het ministerie van Handel, Industrie en Toerisme.

Menselijk handelen

Mensen moeten beseffen dat onze rijkdom in de biodiversiteit zit

BIJ HET INSTITUUT is een goed overzicht te krijgen van de omvang van de bossen en welke houtsoorten in het bos en aan de kust aanwezig zijn. "We kijken ook naar het effect van menselijk handelen op het bos." Mensen weten de afdeling wel te vinden. Vooral degenen die in de cosmeticabranche opereren. "We zien een stijgende lijn in het ontstaan van kleine industrieën waarvan vrouwen meestal de trekkers zijn."

Playfair probeert haar liefde voor de natuur over te brengen op haar studenten door ze erop te attenderen wat er al gedaan is en wat is blijven liggen. "Dan kijken ze me verontwaardigd aan als ze horen wat mogelijk is, welke informatie voor handen is en wat blijft liggen." In haar studenten ziet ze potentiële ministers. Voor haar is het daarom belangrijk dat ze nu al bewust worden over hoe het bos beschermd, gebruikt en behouden kan worden. "Je kunt dan niet zeggen dat je het niet weet als je ooit in die positie terechtkomt", herhaalt ze de informatie die ze haar studenten voorhoudt. "Dan heb ik alle recht om ze te klappen als ze anders handelen."

Het Celos heeft kaarten vervaardigd van de bossen waarmee bijvoorbeeld planmatig gekapt kan worden door concessiehouders. Ook beleidsmakers weten van deze kaarten. "We hebben wel goed contact met de sector en SBB (Stichting Bosbeheer en Bostoezicht, ... red.)." In de jaren tachtig werden beleidssessies georganiseerd waarmee beleidsmakers gericht advies vroegen aan de sector. Tegenwoordig gebeurt dat sporadisch. Het instituut heeft op Mapane een onderzoekgebied. Playfair: "Suriname is niet als andere landen in de wereld waar er aan grootschalige houtkap of landbouw wordt gedaan. Bij ons creëer je meteen een multiramp. Grootschalige landbouwprojecten zijn niet reëel. Mensen moeten beseffen dat onze rijkdom in de biodiversiteit zit".

Proefperken

Celos _JL-

PLAYFAIR KENT HET bos goed en vertoeft er graag maar doet niet zelf de metingen. Daarvoor zijn er mensen in het veld zoals Paul Prika, chief operations, die met een team van zes man, als onderdeel van het bosmanagementsysteem, door heel Suriname reist. "Voor het Celos zijn de proefperken op Mapane en Kabovan belang", zegt hij. Deze bosexperimenten zijn in de jaren zestig opgezet en zijn de oudste in hun soort in de wereld. Mapane ligt op minder dan twee uur rijden vanaf Paramaribo in het Carolina Ressort, nabij de dorpen Redi Doti en Cassipora. Kabo ligt iets verder richting Apoera, nog voor de Tibitirivier.

"De bomen worden in vakken van honderd bij honderd meter om de vijf jaar gemeten." Het team verzamelt dan gegevens over de diameter, lengte, kroonkwaliteit en stamkwaliteit om te weten hoe het bos groeit en hoe het herstelt. De onderzoeksgebieden worden omschreven als prettige omgevingen waar het goed toeven is. Het personeel gaat er graag heen. "Op dit moment doen we metingen in het Falawatra-gebied in opdracht van het FAO (voedsel- en landbouworganisatie, ..red.)." Het onderzoeksgebied ligt in een straal van een kilometer. "Studenten en mensen die geïnteresseerd zijn in bos en zich daarmee bezighouden hebben veel aan de verzamelde informatie."

Prika vindt het belangrijk dat mensen bewust met het bos omgaan. De grootste dreiging ziet hij in de mijnbouwsector. "De houtkap vernielt niet zo veel. Dat is minimaal. Houtkap is kostbaar en de concessionarissen houden zich meestal wel aan de regels en het oerwoud herstelt daarna goed."

Liefde voor het bos

In 2011 heeft het geresulteerd in het enige boek over het Celos-bosmanagementsysteem

TIJDENS DE GESPREKKEN bij het instituut wordt snel duidelijk dat de werknemers een gemeenschappelijke liefde hebben voor het bos en pleiten voor behoud daarvan. Zo ook de oud-directeur van het Celos Rudi van Kanten. In zijn kantoor documenteert hij alles wat het bos betreft. De koele sfeer in het bos is bijna voelbaar in zijn werkomgeving.

"In Costa Rica heb ik aardig wat kennis kunnen opdoen over bosbouw omdat ik wist dat ik deze kennis in Suriname nodig zou hebben. Ik heb een netwerk aan contacten kunnen opbouwen in meer dan dertiglanden. Mijn voorganger, Rick van Ravenswaay, had de weg al goed geplaveid", zegt oud-directeur Van Kanten die tegenwoordig directeur van Tropenbos is. Van Kanten ziet graag dat de wetenschappelijke kant van het bos wordt belicht. Hij voert ons terug naar een van zijn mooie momenten in 2005 toen er na jaren weer een internationaal bezoek aan Kabo. Daarvoor waren er naast enkele Nederlandse, Franse en Surinaamse wetenschappers ook twee Peruaansecollega wetenschappers uitgenodigd die werkten in respectievelijk, Brazilië en Costa Rica. "De laatste was zelf afgestudeerd op het Celos-bosmanagement systeem dat in Costa Rica en elders in Latijns-Amerika bekend staat als het Suriname bosmanagement systeem."

Tijdens zijn directeursperiode bij het instituut is het proces in gang gezet om de proefperken te Kabo en Mapana de status te geven van Speciaal Beschermd Bos. Dit is uiteindelijk gelukt in 2009, met behulp van het ministerie van Ruimtelijke ordening Grond en Bosbeheer, toen hij al directeur af was. Ook zijn in het Centraal Suriname Natuurreservaat bosinventarisatie proefperken geïnstalleerd als onderdeel van een wereldwijd netwerk. Enkele leden van de bosbouwploeg hadden ook geparticipeerd aan plot inventarisaties op het Lelygebergte dat een ander bostype heeft.

Van Kanten had bewerkstelligd dat bosbouwstudenten van de Adek praktijkstage konden lopen bij de La Molina Universiteit in Peru die aangeschreven staat als een van de beste bosbouwopleidingen in Latijns-Amerika. "Helaas kon dit niet worden verwezenlijkt omdat er nauwelijks Adek-bosbouwstudenten waren en omdat de gebrekkige kennis van de Spaanse taal ook een belemmering vormde." De oud Celos-topper heeft ook gewerkt aan een project over een boek van het Celos-bosmanagementsysteem. "Het was een moeizaam en langdurig proces, maar uiteindelijk heeft het in 2011 wel geresulteerd in het enige boek over het Celos-bosmanagementsysteem." Het boek wordt ook wel de 'bijbel' genoemd voor iedereen die interesse heeft in duurzaam bosbeheer.

Gemis aan wetenschappers

Celos _JL- (2)

VAN KANTEN ZEGT dat het Celos belangrijk is op het gebied van bosmanagement maar de kennis moet worden vergroot. Hij onderkent het gemis aan wetenschappers "die veel naar het bos gaan". Zijn hoop is gevestigd op de jongere generatie die moet overnemen, zodat zij goed kunnen levelen met buitenlandse wetenschappers. Vooral die van de Amazone landen waaronder Brazilië en Peru, en midden-Amerikaanse landen, zoals Costa Rica en Guatemala. Hij koestert nog steeds veel respect voor de Celos-gepensioneerde Kenneth Tjon die veel van het bos wist, en ook bekend is in de regio.

De wetenschapper ziet toch een lichtpunt in een afgestudeerde Adek-bosbouwstudente die nu in Europa woont en eind vorig jaar met anderen een bomenboek heeft geschreven over honderd Surinaamse houtsoorten. "Dit kan een stimulans zijn voor de Surinaamse jongeren om het voorbeeld te volgen.Wij moeten veel werken met Inheemsen en marrons die veel kennis over het bos hebben." Zijn ideaal beeld is dat de inheemsen en marrons ook bosbouw gaan studeren.

Bij Tropenbos Suriname voelt hij zich als een vis in het water. Toch denkt hij met weemoed terug aan het Celos. "Wij kunnen als land meer als wij harder werken en meer investeren in de landbouw en bosbouw. Dan kan bijvoorbeeld het idee worden ontwikkeld om meer proefperken op te zetten op het Celos terrein zodat studenten meer praktijk kunnen doen."

Naar zijn inzicht is het voor een onderzoeksinstituut als het Celos belangrijk dat er een piramide van wetenschappers ontstaat met BSc-ers (bachelors) aan de basis, MSc-ers (master) in het midden en PhD-ers (doctoraal) aan de top. "Vooral aan gepromoveerden ontbreekt het. Het is ook belangrijk dat er een nationaal fonds is waarmee je richting kan geven aan de wetenschap en dat gericht kan aanvullen met internationale fondsen." Te veel afhankelijk zijn van fondsen ziet hij als een belemmering om richting te geven aan beleid. ◊

 

Directeuren van CELOS tussen 1967 en 2017

 

1.

 

Jan Ruinard

2.

 

Hans Prade

3.

 

Ronald Sweeb

4.

Rick van Ravenswaay

 

5.

 

Rudi van Kanten

6.

 

Sita Silos

7.

 

Robert Peneux

8.

 

Inez Demon

Dit artikel is verschenen in de weekendbijlage van 8 april 2017.

Share on Facebook    

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina