Registreren | Inloggen       Colofon
  • Home
  • IVAN FERNALD: Reflectie op ons onderwijs - deel I

Goed onderwijs is van levensbelang

27/03/2017 12:30

In een serie artikelen voor de Ware Tijd komt onderwijsdeskundige Ivan Fernald tot een reflectie van het onderwijs in Suriname.

In een serie artikelen voor de Ware Tijd komt onderwijsdeskundige Ivan Fernald tot een reflectie van het onderwijs in Suriname.    

ONDERWIJS - We worstelen al een hele tijd met problemen in het onderwijs. De kwaliteit en de efficiëntie staan ter discussie. Heden ten dage zijn, mede als gevolg van de voortschrijdende technologie en de nieuwe uitdagingen die de wereld aan ons oplegt, de curricula en didactische werkvormen aan revisie toe. Het rendement is laag in relatie tot de inspanningen en financiële offers die gebracht worden.

Tekst: Ivan Fernald - Beeld: dWT Archief

VEEL SURINAMERS ZIJN niet op de hoogte van de werkelijke verspilling die zich (in het onderwijs) manifesteert. Een betrekkelijk groot deel van het ontwikkelingspotentieel gaat verloren of wordt niet optimaal benut. Wij kunnen niet achteroverleunen en afwachten wat op ons afkomt. De tijd is rijp voor een heroriëntatie van het onderwijs in Suriname. Strategische keuzen moeten gemaakt worden ten gunste van duurzame ontwikkeling. Er moeten vooraf beleidsdoelen en prestatie indicatoren gesteld worden. Wij hebben niets aan ad-hoc maatregelen. Een samenhangend pakket van maatregelen zal genomen moeten worden om het aantal drop-outs en zittenblijvers drastisch te verminderen. Daarbij mogen er geen concessies gedaan worden aan de kwaliteit van het onderwijs.

Betere tijden

Het onderwijssysteem van Suriname heeft enkele decennia geleden voldaan aan de verwachtingen. Aansluiting op gerenommeerde onderwijsinstituten in het buitenland was voor hier opgeleide leerlingen geen probleem. Afgestudeerden van het vwo, de Pedagogische Instituten en andere onderwijsinstellingen hebben zonder noemenswaardige problemen hun weg gevonden naar vervolgopleidingen in Nederland, België maar ook in landen in de regio zoals de Verenigde Staten, Brazilië en Cuba. De kennisinhoud en het curriculum waren afgestemd op de toenmalige eisen die de maatschappij stelde.

Het menselijk kapitaal is van onschatbare waarde voor de ontwikkeling van ons land. Educatie is een instrument bij uitstek om kennis te vergaren en vaardigheden te ontwikkelen waardoor wij beter toegerust worden om de huidige en toekomstige uitdagingen met vertrouwen tegemoet te treden. Het onderwijs zal zorg moeten dragen voor een constante aanwas van jong kader dat over voldoende relevante kennis en vaardigheden beschikt om zichzelf ten volle te ontplooien en in een breed beroepenveld een bijdrage te leveren aan ontwikkeling van ons land.

Omvang problematiek

Niet alleen is het curriculum aanzienlijk verouderd, ook is er sprake van een grove inefficiëntie van ons onderwijs

INDIEN WIJ DE data bekijken, zoals cijfers en onderwijsindicatoren (IDB Quarterly Bulletin, Worldbank, Unesco institute for Statistics, Onderzoek en Planning, ministerie van Onderwijs Wetenschap en Cultuur (MinOWC), en op hun eigenlijke waarden beschouwen, dan geeft dit redenen tot ernstige bezorgdheid. Niet alleen is het curriculum aanzienlijk verouderd en zijn de didactische werkvormen minder doeltreffend, ook is er sprake van een grove inefficiëntie van ons onderwijs. Het rendement is bijzonder laag. Dit blijkt uit de hoge uitvalpercentages, groot aantal zittenblijvers, lage slagingspercentages; kortom er is sprake van een aanzienlijke verspilling van financiën en tijd. De gelden die voor onderwijs worden uitgetrokken dienen efficiënt te worden aangewend. Uit de cijfers valt onder andere het volgende af te leiden:

• Suriname heeft het hoogste aantal zittenblijvers in de Caribische regio;

• Een op de vijf leerlingen blijft zitten in de eerste klas van het Gewoon Lager Onderwijs (glo).

• Het landelijk slagingspercentage van de glo-toets in het schooljaar 2015-2016 was 52.1 procent. Dat is een daling van ruim 4 procent ten opzichte van het schooljaar 2014-2015. Ruim de helft van het aantal glo-toets kandidaten slaagt dus niet voor het mulo.

• Circa 33 procent van de leerlingen van het Voortgezet Onderwijs Junioren (voj) haakt voortijdig af. Het landelijk zittenblijverspercentage van de Lager Beroepsonderwijs (lbo) was 23.3 procent in 2015.

• Het aantal geslaagden voor het toelatingsexamen 2016 van mulo naar vwo/havo is het laagste in de afgelopen vijf jaar. Het percentage geslaagden voor toelating tot vwo is in 2016 geslonken naar 17.3 procent. Dit percentage was in 2015 nog 23.6 procent.

• Het havo is een tweejarige opleiding, maar de meeste studenten doen er drie jaar over. Al geruime tijd ligt er een voorstel bij het MinOWC voor extensie van de opleiding naar drie jaar.

• Het aantal zogenaamde studielimieters (zij die de gemiddelde studieduur ruimschoots overschreden hebben) op de Antom de kom Universiteit Suriname (Adekus) is onaanvaardbaar hoog. (1400 van de vijfduizend studenten in 2013 onthult de heer Sidien, de gewezen voorzitter van het Universiteitsbestuur). De weinig florissante gegevens en slechte resultaten zorgen aan het einde van het schooljaar voor heftige ontevredenheidsbetuigingen in onze samenleving. Nadat echter 'de storm' geluwd is, gaat men doorgaans over tot de orde van de dag.

Grafiekje Onderwijsserie

Doelgerichte maatregelen

In elk geval is het een complex probleem dat een multidisciplinaire aanpak vereist

DE ONTWIKKELING VAN de Surinaamse mens is voor een belangrijk deel toevertrouwd aan het MinOWC. Dit ministerie staat voor de verantwoordelijke taak om leiding te geven aan het proces van educatie middels stringent beleid en nauwgezette uitvoering. Indien de kernproblemen niet blootgelegd worden, zal het ministerie ook geen doelgerichte maatregelen nemen. Het probleem wordt naar het volgend jaar verschoven en het is dus niet te verwachten dat er dan wel verbeteringen zullen optreden. Schommelingen in overgangs- en slagingspercentages zullen altijd wel optreden. Maar een duurzaam herstel en een aanhoudende stijgende lijn zullen zich niet ontwikkelen.

Wij mogen gezien de resultaten van de glo-toets, slagingspercentages voj en het hoog aantal zittenblijvers en drop-outs gerust spreken van een debacle in het onderwijs. In elk geval is het een complex probleem dat een multidisciplinaire aanpak vereist. Menigeen heeft zijn of haar opvattingen over de oorzaken van de problemen waarmee het onderwijs te kampen heeft. Maar al te vaak worden beweringen gedaan met betrekking tot niet bevredigende onderwijsresultaten die gebaseerd zijn op eigen (individuele) ervaringen en veronderstellingen.

Noodzakelijk

Goed inzicht in de problematiek is de enige basis voor een beter beleid. Gedegen (wetenschappelijk) onderzoek zou de werkelijke oorzaken moeten blootleggen. Objectief onderzoek is slechts mogelijk indien er geput kan worden uit recente gegevens. De data moet betrouwbaar en volledig zijn. Dat is in Suriname niet altijd het geval. Dataverzameling is noodzakelijk om inzicht in de problematiek te krijgen. De gegevens moeten overzichtelijk worden gepresenteerd waardoor de juiste conclusies getrokken kunnen. Als het onderzoek valide is, kunnen wij generaliserende uitspraken doen over de knelpunten en oplossingsmodellen. Dan kan het beleid op verantwoorde wijze worden aangepast en doeltreffende maatregelen genomen worden. 

Binnenkort deel 2 : 'De doorstroming stagneert'

Ivan Fernald

Ivan Fernald was twintig jaar directeur van het Instituut voor Middelbaar Economisch en Administratief Onderwijs (Imeao) en was minister van Defensie van 2005-2010 in het kabinet van president Venetiaan. Als manager bij RPBG heeft hij in de afgelopen vijf jaar ook de praktische kant van de economie ervaren en heeft hij de leiding gehad van Suriname Information Technology Training (Sitt). Fernald is momenteel parttime docent op het instituut voor opleiding van leraren (IOL). Er zijn eerder publicaties van zijn hand verschenen waarbij onderwijs in relatie wordt gebracht tot nationale ontwikkeling.

Share on Facebook    

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina