Registreren | Inloggen       Colofon
  • Home
  • Nog steeds gezond nieuwsgierig

Nog steeds gezond nieuwsgierig

22/03/2017 17:00

Nog steeds gezond nieuwsgierig

 

ACHTERGROND - Het Centrum voor Landbouwkundig Onderzoek in Suriname (Celos) bestaat 21 maart vijftig jaar. Pas na de onafhankelijkheid in 1975 kon het zich richten op onderzoek dat meer is toegespitst op de Surinaamse situatie. De proeftuinen van weleer zijn er weliswaar niet meer, maar de ambities zijn onverminderd: ‘We kunnen nog niet doen wat we graag willen.’

Tekst: Anna Wielkens - beeld: Irvin Ngariman

IMRO FONG POEN komt zijn oud-collega's lachend tegemoet voor de kantine. Het Celos-gebouw is ruim opgezet met veel groen dat overigens keurig wordt onderhouden tussen de gebouwen. Voor een bezoeker die het complex voor het eerst betreedt, heeft het veel weg van een doolhof. Het doet hem zichtbaar goed om op zijn oude werkterrein te zijn.

Na de nodige anekdotische verhalen stelt Fong Poen voor om het gesprek in de aula te voeren. Zijn ogen glinsteren als hij over zijn loopbaan vertelt. Gepassioneerd vol overtuiging ging hij in december 2011 zijn nieuwe uitdaging aan, als interim-manager. Het Celos was op dat moment stuurloos maar functioneerde niet slecht. Van samenwerking was echter nauwelijks sprake. "Er was duidelijk onderscheid tussen het 'gewone' personeel en de wetenschappers. Ik heb er toen voor gezorgd dat de zaak weer bij elkaar kwam." De onderlinge cohesie vond Fong Poen belangrijk. Daarom bepaalde hij toen onder meer dat er elke vrijdag een personeelsmeeting was waarbij de wetenschappers uitleg gaven over lopende onderzoeken. Projecten moesten vooraf worden besproken met alle betrokkenen.

De oud-directeur had mooie plannen met het instituut. Op termijn zag hij het Celos veranderen in een dat zich ontwikkelt tot een zelfstandig regionaal en internationaal gerenommeerd land- en bosbouw kenniscentrum van de Anton de Kom universiteit (Adek). Een hartkwaal gooide roet in het eten waardoor Fong Poen noodgedwongen vanuit huis moest werken, maar hij was zijn tijd ver vooruit. In 2012 was het onderlinge e-mailverkeer nog niet in schwung zoals het nu geschiedt. Desondanks lukte het hem wel om van huis uit leiding te geven.

Dependance

Er was geen taalbarrière

HET CELOS IS van oorsprong een dependance van de Landbouwhogeschool in Wageningen, Nederland, die onderzoek deed naar landbouw en bosbouw in Suriname. Hier konden studenten uit Nederland, die ingezet werden bij het oplossen van problemen in de betreffende sectoren, tropische agrarische kennis opdoen. Het aanbod van Suriname en de grond net buiten Paramaribo werden dankbaar aanvaard door de Landbouwhogeschool, na een lange periode in Indonesië te hebben gewerkt. De overeenkomst met Suriname werd getekend op 7 april 1965. Voor de Landbouwhogeschool was Suriname ideaal werkterrein, omdat er geen taalbarrière was en vanwege de grote verscheidenheid aan land-en bosbouwvormen.

Pas na de onafhankelijkheid in 1975 kwam er meer ruimte, waardoor het Celos zich meer kon richten op de Surinaamse situatie. Het profiel van het onderzoek, onderwijs en de dienstverlening zijn daarbij ook veranderd. Van een buitenlandse instelling, gericht op dito studenten werd het accent gelegd op Suriname.

Het Celos werkt nauw samen met de Anton de Kom universiteit. Deze samenwerking houdt in dat wetenschappers en studenten worden gefaciliteerd bij het doen van wetenschappelijk onderzoek en onderwijsactiviteiten, zoals colleges en practica.

Cassave

DE AFGELOPEN JAREN heeft een uitgebreid onderzoeksprogramma dat gericht was op cassave, veel aan het licht gebracht over de teelt, het management, en de verwerking van het gewas. "Dankzij uitstekend teamwerk van de verschillende afdelingen is het gelukt om de bedreigde cassave-genenbanken met meer dan honderd variëteiten in Phedra en Saramacca te behouden", zegt Fong Poen. Cassave heeft een enorme potentie om ontwikkeld te worden tot zowel halffabricaat als eindproduct. Dit gewas is slechts een van de vele die Celos heeft verbouwd en onderzocht. In Phedra werden ook tests en onderzoeken gedaan naar soja, maïs en drooglandrijst.

"We hebben ongeveer honderd cassavesoorten en nog genoeg plantjes om proeven te kunnen doen", vertelt Maria Barron-Callebaut, hoofd agrarische productie en onderzoeker bij Celos. Toch is ze nog niet helemaal tevreden. "We kunnen nog niet doen wat we graag willen, omdat we geen veredelde variëteiten hebben. Alleen voor de rijstsector bestaat een Surinaams veredelingsinstituut, het Adron. Maar we hebben ook onderzoek gedaan naar soja en maïs", benadrukt ze.

Het Celos zou eigenlijk weer een plek in de samenleving moeten innemen als plantvermeerderingsinstituut. Barron-Callebaut vertelt enthousiast over het verbreken van de 'cyclus van de gastheer'. Hiermee bedoelt ze de grond waarop gewassen worden verbouwd. Zo mag een gewas niet te lang op dezelfde grond verbouwd worden. "Wij kunnen boeren adviseren over een rotatiegewas. Pinda is bijvoorbeeld goed om te planten in dezelfde grond nadat er cassave is geoogst." Verder wordt onderzoek gedaan naar bodemziekten en plagen, en wordt advies gegeven hoe de variëteiten het beste geplant kunnen worden.

De onderzoeker is ervan overtuigd dat de agrobusiness zou kunnen bloeien met behulp van moderne teelt- en verwerkingstechnologie in combinatie met de juiste veldwerktuigen en verwerkingsmachines: "Dit kan de lokale handel en industrie stimuleren." Als voorbeeld illustreert Barron-Callebaut meel en zetmeel die worden geïmporteerd, terwijl cassavemeel in veel opzichten in de behoefte kan voorzien. De mogelijkheden om zelf eindproducten te vervaardigen, zijn legio. "De productie moet hand in hand gaan met industriële processing. Er komen constant modernere machines en apparaten op de markt die onderzoek diepgaander en naar een hoger niveau kunnen tillen." Barron-Callebaut hoopt dat lokale kapitaalkrachtigen willen investeren in een betere infrastructuur voor het onderzoek.

Man van de praktijk

We zijn hier een grote familie

Veldwerkers CELOS_IN (4)

HET PERSONEEL IS trots op zijn werkgever. Niet verwonderlijk dus dat er personeelsleden zijn die langer dan twintig jaar verbonden zijn aan het instituut. Radjinderkoemar Janki werkt al dertig jaar bij het Celos als bouwvakker, een man van de praktijk. "Ik ben dankbaar dat ik bij Celos mag werken. Als mijn gezondheid het toelaat, blijf ik tot mijn pensionering bij dit bedrijf. Als mens weet je nooit hoe je leven loopt." Het bedrijf is veel veranderd, zegt hij. Hij doet zijn verhaal in de werkplaats. "Vroeger waren er veel landbouw- en tuinbouwprojecten", haalt hij zich voor de geest.

Janki heeft alle Celos-proeftuinen bezocht, van Phedra tot Raleighvallen, en heeft er enorm van genoten. Vooral wanneer er geoogst werd. "Dan kreeg iedereen groente mee." De nieuwe werkplaats heeft hij zelf helpen bouwen. Door de jaren heen kwamen er nieuwe machines en materialen. Met weemoed denkt hij terug aan de koffiedame die op gezette tijden rondging met koffie, thee of stroop. Met de komst van de nieuwe directeur krijgt hij trainingen. Daar is hij blij mee. Met zijn collega's heeft hij een goede band. "We zijn hier een grote familie. Dat maakt dat werken hier prettig is." Janki ziet graag dat er meer projecten worden uitgevoerd met name in tuinbouw.

Sattiansing Narain koos bewust voor Celos, omdat het dichtbij huis was en hij zich bezig kon houden met zijn passie: tuinbouw. Hij begon op deze afdeling maar is later overgeplaatst naar de kwekerij. Op 1 april is hij 24 jaar in dienst. De veranderingen door de jaren heen ervaart hij als positief. Vooral de komst van jongeren in het bedrijf. Met de cohesie zit het helemaal goed. "Ik ben blij met de jongeren. Ze luisteren naar de ouderen maar komen ook met nieuwe ideeën."

De economische situatie heeft ook het Celos-personeel in een wurggreep maar Narain blijft positief. "Tien jaar geleden was het niet zo moeilijk maar je moet je leven zodanig inrichten dat je wel uitkomt met datgene wat je hebt." Sinds 2014 zwaait dr. Inez Demon de scepter bij het Celos. Haar werkomgeving ademt de sfeer van het instituut uit: veel groen (tot aan de gordijnen toe), houten meubels, kunstwerk van hout en aan de muur de visie en missie in het groot. Op een uitvergroot affiche hangen trouwens deze voor het bedrijf belangrijke kernwaarden in elk kantoor van het gebouw. "Met het personeel draag ik de missie en visie uit door continu te werken aan het hoogst haalbare in de werkzaamheden die we verrichten." Zo wil zij dat Celos-medewerkers een gezonde dosis nieuwsgierigheid aan de dag leggen ten aanzien van ontwikkelingen op lokaal, regionaal en internationaal niveau.

Celos verzorgt ook trainingen, doet verschillende analyses in de zes laboratoria en vervaardigt geografische kaarten. Demon: "Afhankelijk van het type onderzoek vindt publicatie van de resultaten plaats in rapporten of wetenschappelijke tijdschriften en wordt het gedeeld met onze stakeholders via presentaties, posters en informatieve bladen. Bij afstudeeronderzoeken, waarbij Celos studenten van de Adek faciliteert, worden de resultaten in een thesis gepubliceerd. Sommige onderzoeksresultaten worden gebruikt om beleid en adviezen van onder andere de overheidsinstanties, in wier naam het onderzoek gedaan is, vorm te geven."

Groter netwerk

CELOS IS DOOR de jaren heen veel partnerschappen aangegaan met lokale, regionale en internationale stakeholders. Het gaat daarbij ook om capaciteitsversterking, uitwisseling van data- en expertise met als doel verbeterde en uitgebreidere analyse van problemen. "Daarnaast wordt ons via de samenwerking met verschillende instituten toegang verschaft tot een groter netwerk en fondsen. Ook wordt zo meer bekendheid gegeven aan ons instituut en onze projecten", licht Demon toe.

Ze hoopt dat binnen het instituut de drang naar uitmunten en innovatie blijvend de boventoon zal voeren. "Ik wil dat het Celos in binnen- en buitenland een gerenommeerd instituut wordt voor onderzoek, onderwijs en dienstverlening ten behoeve van de agrarische en bossector, waar de Surinaamse overheid en gemeenschap niet omheen kan. Ik wil de infrastructuur verbeteren om de randvoorwaarden te scheppen die garanderen dat we de gestelde doelen en de missie en visie realiseren."

Dit artikel is verschenen in onze bijlage van 18 maart 2017.

Share on Facebook    

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina