Registreren | Inloggen       Colofon
  • Home
  • Veilig en gestimuleerd gedijen

Veilig en gestimuleerd gedijen

17/02/2017 17:00

Veilig en gestimuleerd gedijen

 

ACHTERGROND - Kinderen moeten allemaal dezelfde kansen krijgen om te kunnen werken aan een goede toekomst. Maar zonder een juiste start, kan veel verkeerd gaan. Klinisch psycholoog Lilian Ferrier weet dat als geen ander. Al decennia zet zij zich hartstochtelijk in voor het Surinaamse kind. Met het Bun Funderi-project is haar levensdoel een stap dichterbij. ‘Alles wat ik weet, wil ik in beleid omzetten.’

Tekst: Euritha Tjan A Way - beeld: Stefano Tull

HET IS WEEKEND EN er is een spectaculaire show in het Flamboyant Park. 'Geen oppas? Geen nood!', denkt een jonge moeder kennelijk. Zij heeft haar baby meegenomen en staat te swingen met het kind op de arm op het ritme dat schalt uit de boemboxen. Het is geen verhaal, Ferrier heeft het meegemaakt. "Zeven jaar later kan het kind niet stilzitten. Het blijkt een kleine hersensbeschadiging te hebben. En niemand weet hoe het komt", legt zij uit. Mogelijk is de ervaring een gevolg voor het kleine kind.

Ferrier ziet soortgelijke gevallen op regelmatige basis. "Ouders weten niet hoe belangrijk deze fase voor het kind is. Dat hebben we ook gezien tijdens het onderzoek in Koewarasan waar we het proefproject hebben uitgevoerd van het Bun Funderi-project, en ook te Sunny Point en Moengo ", legt de klinisch psycholoog uit.

Duizend dagen

Zij heeft haar hart verpand aan het welzijn van het Surinaamse kind. Ferrier is gefascineerd van wat allemaal mogelijk is met die kleine grijze massa tijdens de eerste levensfasen. "Alles wat ik weet en alles wat ik leer wil ik omzetten in beleid om ouders en de omgeving van het kind bewust te maken over hoe belangrijk - zeker de eerste duizend dagen - vanaf de conceptie tot het tweede levensjaar zijn voor een kind. Het maakt in de periode grote sprongen in de ontwikkeling. Goede begeleiding en vroege ontdekking van problemen kunnen vaak erger voorkomen. Daarnaast is ook de periode tot negen jaar cruciaal voor de toekomst van het kind."

Ferrier die haar Foundation for Human Development (FHD) in 1989 heeft opgezet, geeft sinds 2013 ook leiding aan de presidentiële werkgroep Kind- en Jeugdbeleid. De FHD is belast met de uitvoering van het Early Childhood Development Programma, met als uitvloeisel het Bun Funderi-project, dat voor 500.000 US dollar werd gefinancierd door de IDB en voor 100.000 US dollar door de staat zelf. De psycholoog had daarbij de steun van een interministerieel team geleid door de first lady.

Schrikbarende cijfers

De relevantie voor het project is snel gevonden als ook gekeken wordt naar de bevindingen van het prospectief onderzoek naar de perinatale en zuigelingensterfte in Suriname, gedaan in 2010 en 2011. De bevindingen zijn schrikbarend: de perinatale sterfte (voor, tijdens of tot zeven na dagen de bevalling) in 2006, gerekend vanaf 22 weken zwangerschap was 1,5 keer hoger dan in de rest van Zuid-Amerika. Ook de zuigelingensterfte was in vergelijking met bijvoorbeeld Nederland vijf keer zo hoog en ook veel hoger dan in de ons omringende landen. Het aantal ondervoede kinderen moet eveneens dringend omlaag. Deze cijfers zouden veel minder kunnen zijn indien er op tijd wordt ingegrepen tijdens de eerste duizend levensdagen van het kind, stelt het FHD.

De sleutel ligt volgens Ferrier bij de bewustwording. Ouders moeten weten waarop zij moeten letten en wat zij kunnen doen om hun kind de beste start te geven. Tijdens de pilot van het Bun Funderi-project hebben de onderzoekers dan ook gediend als tussenpersoon tussen de RGD-poli Koewarasan, oftewel het consultatiebureau, en de ouders of zwangeren. De onderzoekers gingen op huisbezoek om de doelgroep zoveel mogelijk van informatie te voorzien. FHD koos voor deze poli omdat het een gevarieerde samenstelling van de bevolking bevat en omdat Ferrier tijdens het werken in de crèche van Weid Mijn Lammeren, die ook in dat gebied is, al enkele problemen had gesignaleerd die te maken hadden met de opvoeding.

Geen tijd

Bun Funderi

"Verder is deze poli heel erg druk. Met een gemiddeld aantal van 120 baby's per consultatiedag, is het bijna ondoenlijk voor het personeel om zijn taak goed uit te voeren. Kinderen worden wel gewogen, maar heel vaak niet gemeten. Er is vrijwel geen tijd om een goed gesprek te voeren, waarbij ouders advies krijgen over hoe om te gaan met de ontwikkeling en opvoeding van hun kind. Ik neem het de verpleegsters daar niets kwalijk, er is gewoon geen tijd."

Het team heeft dus geprobeerd de kloof in te vullen door huis aan huis te gaan en de mensen te voorzien van informatie. Uit die huisbezoeken en gesprekken blijkt dat er heel weinig bekend is bij mensen over de ontwikkeling van het kind. Er zijn ook heel weinig vrouwen die in de eerste zes maanden van het levensjaar alleen borstvoeding geven. Ook zijn er heel veel tienermoeders die de opvoeding van hun kind aan de schoonouders overlaten of die het helemaal zelf moesten bekijken. Kortom, er werd een enorme behoefte aan kennis gesignaleerd.

"We gingen dan bijvoorbeeld meekijken hoe de pap werd gemaakt en dan zagen we dat een baby van twee maanden bijvoorbeeld suiker in de pap krijgt. Of dat het prakje voor een kind van zes maanden al met maggiblok werd klaargemaakt. Allemaal zaken die ertoe leiden dat hart en vaatziekten op steeds jongere leeftijd voorkomen. We gingen ook op het erf van zo een ouder rondkijken en gaven aan wat werd verwacht van een veilige omgeving en hoe belangrijk dat is voor de ontwikkeling van een baby."

Een van de verworvenheden van het project noemt Ferrier dat de babymelk niet langer wordt verkocht bij de RGD-poli's. "We kunnen niet twee boodschappen doorgeven. Je kunt niet borstvoeding promoten maar tegelijkertijd ook babyvoeding aanbieden", vindt de psycholoog.

Artsen

De vordering van de baby's worden niet door de arts gevolgd

Tijdens de pilot periode herkende het team een andere grote boosdoener, die op vrijwel alle RGD-poli's het geval blijkt te zijn. "De vorderingen van de baby's worden niet door de arts gevolgd. Dat wordt overgelaten aan de verpleegsters en dat kan niet. Het is specialistisch werk", zegt Ferrier terwijl ze met haar vlakke hand op tafel slaat. De situatie in werkelijkheid is dat de arts de baby bij het eerste consult ziet en daarna niet meer of alleen als het ziek is. Dat leidt tot situaties waarbij het kind volledig is gevaccineerd, maar met anderhalf jaar bijvoorbeeld nog niet stevig staat of nog steeds met o benen loopt. Of een kind dat met twee jaar nog niets zegt of gehoorgestoord is, want het gehoor is niet getest.

Ferrier toont een poster die is gemaakt door het Bureau Openbare Gezondheidszorg (BOG) en de Pan American Health Organisation (Paho).

Ze wijst aan hoe simpel en eenvoudig en toch accuraat de ontwikkeling van het Latijns-Amerikaanse kind is weergegeven. Door de tekeningen is het zeer makkelijk te zien wat een kind wanneer moet kunnen. Ferrier klinkt misprijzend. "Het is nooit opgehangen. De artsen wilden liever blijven werken met het wiegenschema van Nederland, dat gericht is op de Nederlandse opvoeding. Terwijl dit beter is voor het kind in deze regio en makkelijk te volgen is voor de ouders." Dit en meerdere zaken zijn gecommuniceerd met het ministerie van Volksgezondheid dat het project nu verder moet monitoren.

Betrokkenheid

Lilian Ferrier -ST (7)

Een ander aspect dat Ferrier en haar team grote zorgen baart, is de mate van betrokkenheid van ouders bij de opvoeding van hun kind. "We hebben een familyday georganiseerd op Koewarasan, Sunny Point en Moengo. De ouders moesten met hun kinderen langskomen, zodat we de interactie zouden kunnen zien. Nou de opkomst was zeker in Sunny Point zeer teleurstellend."

Ferrier kwam de geringe betrokkenheid ook wel vaker tegen in onderzoekingen in het verleden. Met een stem die overslaat van verontwaardiging: "Weet jij dat wij onderzoek hebben gedaan naar hoe lang mensen een kind laten huilen? Het bleek soms wel 45 minuten te zijn! Opvoeders denken dat ze dat kind het huilen dan af hebben geleerd 'want ze hebben een schone luier en hebben gegeten dus er is niets aan de hand'. Dat is toch uit den boze? Dat kind is dan stil, maar wat je dat kind heb geleerd is dat het niet op jou kan rekenen. En dat is bepalend voor de ontwikkeling van het sociale gedrag voor de rest van zijn of haar leven", klinkt het bijna verdrietig. Ferrier benadrukt dat de eerste periode van nul tot zes maanden de hechtingsfase is voor het kind. Het wil zich dan beschermd voelen en de ouders moeten het dan ook heel vaak vast houden. "Verwennen kan niet in die fase. Een baby dan in bed zetten met een papfles is 'onkan'. Borstvoeding moet het krijgen! Of in een stoel zetten voor de buis… Nee toch! Zonder een gevoel van veiligheid kan een kind zich niet verder ontwikkelen."

De reacties van de ouders op de informatie verstrekt tijdens de huisbezoeken, is volgens Ferrier zeer positief geweest. "We dienden als een soort vraagbaak en hebben een questionnaire ontwikkeld over wat mogelijk gevraagd kan worden bij zo een huisbezoek. Verder is er nu de Bun Funderi-app ontwikkeld waardoor wij in contact blijven met deze en ook alle andere ouders die gebruik ervan maken." De integrale dienstverlening die is getoond tijdens deze pilot moet dienen als een uniek en succesvol model van dienstverlening; lokaal, nationaal en regionaal.

Halt in All polities

Ferrier, die in 2014 een pioniers Award heeft gekregen van de Caribische Associatie voor Nationale Organisaties van Psychologen (Canpa), benadrukt dat opvoeden tijd en geduld vergt. "Ik stel de ouders die dan vinden dat ze nog met van alles willen meedoen, de vraag: waarom ben je dan ouder geworden? Je leven is nooit meer hetzelfde als je een kind hebt. Kinderen zijn kleine wonderen, maar ze moeten gedijen in een veilige en stimulerende omgeving. En die omgeving moet via beleid gecreëerd moet worden."

Ferrier is dan ook zeer ingenomen met het  Health in All Policies-initiatief van het ministerie van Volksgezondheid. De bevindingen van het project worden daarin ook meegenomen voor implementatie. De psycholoog kan uren doorpraten over de ontwikkeling van het kind, en haar honger naar kennis over de ontwikkeling van deze kleine wonderen is zelfs na veertig jaar nog lang niet gestild. Dus werk aan de winkel voor een stevige start van jong Suriname. 

Dit artikel is verschenen in onze bijlage van 11 februari 2017.

Share on Facebook    

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina