Registreren | Inloggen       Colofon
  • Home
  • SKORO TORI: Demotivatie bevordert hosselen

SKORO TORI: Demotivatie bevordert hosselen

10/02/2017 17:00

SKORO TORI: Demotivatie bevordert hosselen

 

RUBRIEK - In deze rubriek gaat onderwijsspecialist Winston de Randamie in op actuele zaken aangaande het Surinaams onderwijs en het schoolgaande kind. Daarbij levert hij niet alleen kritiek maar draagt ook oplossingen aan.

Tekst: Winston de Randamie - illustratie: Edward Wong Loi Sing

ALLE VOLKEREN EN naties die lid zijn van de Verenigde Naties, hebben bij de proclamatie van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens beloofd de overeenkomst als gemeenschappelijk ideaal te willen bereiken. Het verenigen van werknemers in vakbonden is dan ook een belangrijk onderdeel van dit ideaal. Tijdens het conflict tussen de regering en stakende leerkrachten is de rol van de vakbond in het onderwijs ter sprake gekomen. Zo heeft Eddy Jozefzoon, adviseur van de president, meermalen verklaard dat de commissie onder leiding van voormalig president Jules Wijdenbosch niet in onderhandeling met de vakbonden zou zijn. Deze uitspraak van Jozefzoon zou volgens bondsvoorzitter Wilgo Valies kwaad bloed gezet bij de gesprekken voor herwaardering.

Volgens Valies is er terdege sprake van een werkgever-werknemer-relatie die gewaarborgd is in de grondwet van ons land en ILO-conventies. In artikel 1 lid 1 van de Grondwet staat dat de republiek Suriname een democratische Staat is, gebaseerd op de soevereiniteit van het volk en op eerbiedi- ging en waarborging van fundamentele rechten en vrijheden. Ook in de vijfde afdeling, en wel onder artikel 30 lid 1, staat dat werknemers vrij zijn om vakverenigingen op te richten voor de behartiging van hun rechten en belangen. De ILO-conventies 87 en 98 handelen over vakbondsrechten. Zo is het recht van alle werknemers op het samenstellen van en het deelnemen aan vakverenigingen en het recht op collectieve onderhandeling gewaarborgd.

Volgende job

Uiteindelijk heeft kantonrechter Susan Chu gezorgd dat het escalerende conflict voorlopig uit een impasse is geraakt en heeft ze partijen weer aan de onderhandelingstafel weten te brengen. Maar de route die de Staat ingezet zou hebben om gedemotiveerde leerkrachten door middel van een rechtelijk vonnis te dwingen weer voor te klas te krijgen, verdient geen schoonheidsprijs. Het is niet alleen ondoordacht geweest, maar zou verstrekkende gevolgen voor de kwaliteit van het onderwijs hebben.

De demotivatie bij de leerkrachten bevordert het fenomeen van "hosselen", zoals vakbondsleider Valies het genoemd heeft. Het is één van de meest ernstige problemen waarmee het onderwijs momenteel geconfronteerd wordt. Sommige leerkrachten concentreren zich niet optimaal in het verzorgen van de les en op hun leerlingen in de klas, maar meer op hun volgende job(s). Dit fenomeen beïnvloedt de kwaliteit van het onderwijs en het leren van onze kinderen. Het hosselen veroorzaakt ook een enorm negatieve impact op het persoonlijke leven van de leerkracht.

Gedragsproblemen

Het wordt met de dag moeilijker

Wijlen hoogleraar Kees van der Wolff schreef in het boek 'Gedragsproblemen in scholen': "De leerkracht behoort tot de groep van mensen die werken in contactuele beroepen die elke dag weer uitvoering geven aan de hoge verwachtingen van de samenleving. Ze worden dagelijks geconfronteerd met complexe problemen en vraagstukken. Vaak hebben deze problemen te maken met omstandigheden die niet binnen de regels passen. En toch wordt van hen verlangd dat ze effectief, efficiënt en transparant werken, terwijl de omstandigheden waaronder ze hun werk moeten verrichten zich hiervoor niet lenen."

Het wordt met de dag moeilijker voor de leerkracht zijn of haar werk naar behoren te doen. Een schoolleider schat dat ongeveer 30 procent van het aantal leerlingen in de klas vanwege een leerachterstand niet mee kan gaan. Deze achterstand kan later in het leven van het kind leiden tot slechte kansen in het vinden van werk, weinig of geen inkomen genereren en een apathie ontwikkelen voor politieke en sociale participatie. Leerkrachten raken tegenwoordig steeds sneller uitgeblust door de hoge werkdruk en verwachtingen die vanuit het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur op hun schouders terechtkomen. Het ongenoegen en de straatprotesten van de onderwijsgevenden werden volgens bondsvoorzitter Valies versterkt door de manier waarop de regering eenzijdig besluiten wenst te nemen: zonder in overleg met de onderwijsvakbonden te treden.

Groter verhaal

Wie de recente perikelen naderbij bekijkt, stelt vast dat leerkrachten, leerlingen en ouders al ontelbare keren hun ongenoegen hebben geuit over de gang zaken binnen het onderwijs. Vanaf de jaren zeventig wordt het onderwijs door grote stakingen en straatbetogingen geteisterd. In het topjaar 1973 trokken massabetogingen door de straten van Paramaribo die geleid hebben tot de val van de regering onder leiding van Jules Sedney.

Maar hoe komt het dat het onderwijs om de haverklap zoveel mensen op straat brengt? Hoewel de recente protestacties verbonden zijn met de problemen van het onderwijs, zitten de wortels van het ongenoegen dieper. Het onderwijsprotest kan niet los worden gekoppeld van het 'groter verhaal'. De betogingen namen ook meer de kleur aan van de maatschappelijke context waarin ze zich voltrokken. Ze kregen daarom steeds meer vorm binnen de traditionele werkgever-werknemertegenstelling. Het onderwijs is nu eenmaal bevolkt door een harde kern van 'beroepsbetogers' die oproepen voor de klassieke onderwijseisen: herwaardering van het onderwijs en loonsverhoging.

Versnipperde lesuren

Onderwijsgevenden grijpen sneller naar stakingen om hun stem te laten horen

Een potentiële reden die geleid heeft tot actiebereidheid onder onderwijsgevenden, is zeker het relatieve gebrek aan inspraak en betrokkenheid bij het onderwijsbeleid. De versnipperde lesuren over verschillende scholen is een belangrijke ontmoedigingsfactor voor leerkrachten uit het secundair onderwijs.

Maar het gebrek aan inspraak heeft ook met de inhoud te maken, bijvoorbeeld met de leerplannen. Die worden van hogerhand opgedrongen en daardoor als beperkend en belastend ervaren. Leerkrachten geven blijk van een gevoel van onmacht ten opzichte van het onderwijsbeleid dat door beleidsmaker dwingend opgelegd wordt. Ze vinden dat sinds het aantreden van deze regering het sociaal overleg wat moeilijker loopt en lijkt ook dit kanaal niet langer gegarandeerd te zijn. Doordat ze de indruk hebben niet gehoord te worden, geen greep hebben op de werksituatie, grijpen de onderwijsgevenden wellicht sneller naar stakingen om hun stem te laten horen. ◊

Dit artikel is verschenen in onze bijlage van 4 februari 2017.

Share on Facebook    

Gerelateerde Paramaribo Post artikelen

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina