Witte onschuld

04/01/2017 17:00

Witte onschuld

 

ACHTERGROND - Als een van de personen die het nieuws in Nederland in 2016 heeft bepaald, is het niet verwonderlijk dat Gloria Wekker is genomineerd voor de 'Vrouw in de Media award'. De 66-jarige antropologe wekte bewondering met haar boek ‘White Innocence. Paradoxes of Colonialism and Race’. Maar ook wrevel. ‘De kritiek doet mij overigens niet zoveel.’

Tekst: Armand Snijders - beeld: Stefano Tull

ZE VINDT HET heerlijk om weer even terug te zijn in haar geboorteland. "Ik kom als het even kan iedere twee jaar. Het voelt toch altijd weer als een beetje thuis. Alleen aan die warmte moet ik altijd een beetje wennen." Ze mag dan wel in 1950 op Surinaamse bodem geboren zijn, de gelegenheid om een echt tropenkind te worden kreeg ze niet. In 1951 verhuisde het gezin Wekker, bestaande uit vader, moeder en vijf kinderen, van wie Gloria het jongste was, naar Nederland. Daar werd haar broertje Paul nog geboren.

Met een joodse vader en een creools-indiaanse moeder moest ze haar plaats zien te vinden binnen een, in die tijd nog, overwegend witte gemeenschap. De gezinsleden merkten gelijk dat ze 'anders' waren. Haar vader was in Suriname politie- inspecteur en mocht voor een half jaar naar Nederland. Dat was gebruikelijk in die koloniale tijd. Hij kon geen gelijkwaardige baan vinden en werd bode bij het Gemeenschappelijk Administratiekantoor. Uiteindelijk besloot hij te blijven om verder te studeren. "Mijn moeder vond het geen goed idee om met de kinderen terug naar Suriname te gaan, wat ik tot op de dag van vandaag een hele wijze beslissing van haar vond. In Nederland waren we in die tijd een echte bezienswaardigheid. Als we in een dierentuin waren keken andere mensen vooral naar ons, niet naar de dieren."

Wekker wist zich met succes een weg omhoog te banen op de maatschappelijke ladder. Ze rondde in 1981 haar studie culturele antropologie af aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde in 1992 aan de Universiteit van Californië. Haar dissertatie werd in 1994 in het Nederlands uitgegeven met als titel 'Ik ben een gouden munt. Subjectiviteit en seksualiteit van Creoolse volksklasse vrouwen in Paramaribo'. Haar vervolgpublicatie 'Politics of Passion: Women's sexual culture in the Afro-Surinamese diaspora' werd in 2007 door de American Anthropological Association bekroond met de Ruth Benedict-prijs. In 2001 werd ze professor Gender en Etniciteit aan de Faculteit der Letteren van de Universiteit Utrecht.

Bespreekbaarder

We zijn ons niet bewust van ons culturele archief

VAN 1987 TOT 1992 woonde Wekker in Los Angeles, met een onderbreking van negentien maanden die ze in Suriname verbleef voor haar eerder genoemde onderzoek. Het was overigens een hernieuwde kennismaking, want als zeventienjarige had ze ook het laatste leerjaar van de middelbare school gedaan in Amerika. Tijdens haar jarenlange verblijf in de Verenigde Staten werd in feite de basis gelegd voor 'White Innocence'. "Het viel mij op dat het slavernijverleden en thema's als racisme en discriminatie daar veel meer de aandacht hadden en bespreekbaarder waren dan in Nederland. Dat is voor een deel wel te verklaren: in Amerika zelf waren slaven, dus iedereen maakte daar kennis mee. De Nederlanders stuurden ze alleen maar door naar Suriname, 'ons Indië' en andere plaatsen. Het grootste deel van de Nederlandse bevolking kreeg er maar weinig van mee. Daardoor ontbreekt die bewustwording over wat er in het verleden is gebeurd, in tegenstelling tot in Amerika. We zijn ons niet bewust van ons culturele archief."

De reacties op de publicatie van haar boek tonen volgens Wekker aan dat het slavernijverleden nog altijd erg gevoelig ligt bij veel witte Nederlanders. In 'White Innocence' beschrijft ze hoe de Nederlandse koloniale geschiedenis doorwerkt in geïnstitutionaliseerd racisme in de Nederlandse maatschappij. Ze rekent af met het positieve, zelfgenoegzame beeld dat witte Nederlanders, "in het bijzonder witte oudere mannen", over zichzelf hebben ten aanzien van racisme, Zwarte Piet, het slavernijverleden en meer van dat soort heikele kwesties.

Onverwacht

Gloria Wekker -ST (6)

ZE ZEGT ZELF behoorlijk verrast te zijn door alle aandacht die het haar heeft opgeleverd. "Het kwam onverwachts, ik dacht dat ik het vooral voor vakgenoten en een kleine groep andere geïnteresseerden schreef. De grote belangstelling zal ook wel gekomen zijn door de tijd waarin we nu leven, met de opkomst van partijen zoals de PVV van Geert Wilders, de Zwarte Pieten-discussie en de toestroom van asielzoekers en zorgen over de steeds meer afnemende macht van Nederland binnen Europa. Tien jaar geleden speelde dat allemaal minder en zou er nooit zo'n ophef zijn ontstaan."

Met haar boek heeft ze de vinger op een zeer gevoelige zere plek gelegd. Critici stellen dat ze een te eenzijdig beeld schetst en er te veel met de beschuldigende vinger naar de witte Nederlander wordt gewezen. "Toen ik in de jaren negentig mijn dissertatie over seksualiteit bij creoolse vrouwen in Paramaribo publiceerde, was iedereen daar vol lof over. Men vond het een goede studie en ik heb er zelfs een Amerikaanse prijs voor gekregen. Maar nu kom ik met een onderzoek waarin ik het zelfbeeld van de witte Nederlander tegen het licht heb gehouden en daar valt men dan over, dat gaat een stap te ver. Gelukkig heb ik vooral van jongeren in Nederland heel veel positieve reacties en bijval gehad. Die herkennen het beeld dat ik heb geschetst en willen ook verandering."

"De kritiek doet mij overigens niet zoveel. Het zegt meer iets over die witte man, het is die typische verongelijktheid als hij met zichzelf wordt geconfronteerd. Maar eigenlijk ben ik wel blij met dit soort zielige reacties, het bevestigt de bevindingen van mijn onderzoek. En het meest positieve is dat het boek discussies op gang heeft gebracht. Feit is dat veel witte Nederlanders nooit goed naar zichzelf hebben gekeken. Ze hebben een soort heimwee naar de goeie ouwe tijd, toen ze nog wat betekenden in de wereld, heimwee naar een gevoel van suprematie. Daar spelen mensen als Wilders handig op in. Ook premier Mark Rutte doet daar aan mee. Ik zag laatst een spotje waarin alleen maar witte mensen voorkomen en waarin hij sprak dat hij van Nederland een beter land wil maken. Hij praat over een Nederland van de jaren vijftig dat niet meer bestaat. Hij zegt dingen die echt niet kunnen."

Onrust universiteit

Er kwamen schokkende dingen naar voren

DE ONDERSZOEKSRESULTATEN DIE de commissie Diversiteit van de Universiteit van Amsterdam onder haar leiding publiceerde, vielen ook niet bij iedereen in goede aarde. De commissie was aan de slag gegaan naar aanleiding van de onrust op de universiteit en de bezetting van het Maagdenhuis, begin 2015. Studenten eisten dat er meer diversiteit zou komen. Het rapport concludeerde dat 26 procent van de eerstejaarsstudenten zwart zou moeten zijn of een migranten- of vluchtelingenachtergrond hebben. Dat is het Amsterdamse percentage leerlingen met een niet-westerse achtergrond dat jaarlijks slaagt voor het vwo. Het percentage met die achtergrond is nu 15 procent.

Nu zeggen cijfers en percentages niet alles, maar volgens de antropologe is er op de universiteit ook sprake van discriminatie. "Tijdens gesprekken met studenten en docenten kwamen schokkende dingen naar voren, zoals transgenders, homo's, vrouwen, mensen met een handicap en degenen met een oorspronkelijk niet-Nederlandse achtergrond, die niet dezelfde behandeling krijgen als andere mensen. Een heel herkenbaar voorbeeld was een donkere docent die, met aan zijn zijde een witte assistent, studenten acht weken les heeft gegeven. Toen de studenten daarna de cursus moesten evalueren, zeiden de meesten dat ze de witte docent wel goed vonden maar dat hij zijn zwarte assistent moest zien kwijt te raken. Het kan natuurlijk zijn dat de docent niet voldeed, maar dat acht ik onwaarschijnlijk. Hij was immers wel aangenomen en hij had een uitstekend cv. Ik denk dat het eerder te maken heeft met de vooringenomenheid, dat wil zeggen het culturele archief, van de studenten."

Dat Nederland in de afgelopen tien, vijftien jaar een flinke ruk naar rechts heeft gemaakt en discriminatie en racisme steeds meer de kop opsteken, valt volgens Wekker te verklaren. "We zitten al een tijd in een glijvlucht naar rechts. Alle partijen schuiven die richting op om het electoraat te behagen. Dat gebeurt niet in een keer 180 graden, maar het gaat zo sluipend... Het is als een kikker in een pan met heet water, dat heel langzaam steeds heter wordt en waarvan die kikker niets merkt. Je ziet het ook in andere landen, het is ook het afzetten tegen de politieke elite. Dat zag je met de verkiezing van Donald Trump." Ze vindt zijn winst heel verontrustend, "een opstand van de zure witte mannen, met in hun kielzog witte en zelfs zwarte vrouwen."

De gedachte dat Nederland mogelijk iets soortgelijks staat te wachten bij een eventuele verkiezingsoverwinning van van Geert Wilders in maart volgend jaar, zet ze het liefst van zich af. "Hoe ik er tegenaan kijk en hoe ik de toekomst zie als hij premier zou worden? Daar wil ik liever niet op ingaan."

Sylvana Simons

WAAR ZE WEL op in wil gaan zijn de politieke ambities van de Surinaams-Nederlandse Sylvana Simons. Die sloot zich eerder dit jaar aan bij de politieke partij Denk, ruim een week geleden stapte ze daar weer uit en begon een nieuwe partij 'Artikel 1', waarmee ze de verkiezingen ingaat. Simons zet zich vooral af tegen de toenemende discriminatie en onverdraagzaamheid in Nederland. Wekker draagt haar een warm hart toe en heeft zich afgelopen week zelfs als lijstduwer aangesloten bij Artikel 1. "Ik vind dat Sylvana een hele moedige stap heeft gezet. Hoe ze sinds haar toetreding tot Denk beledigd, bejegend en bedreigd wordt, daar lusten de honden geen brood van. Kijk, zij symboliseert in optima forma hoe je je volgens de witte man als zwarte vrouw niet moet gedragen. Want in zijn ogen moet het een vrolijke tevreden, liefst sexy, zwarte vrouw zijn. Sylvana is gearticuleerd, heeft een uitgesproken mening waar ze voor uitkomt en kan anderen van repliek dienen. Daar houden traditionele witte mannen niet van."

Tot begin februari zal Wekker zelf vanuit Suriname het opwellende verkiezingscircus volgen, terwijl ze geniet van de relatieve rust in haar geboorteland. Tenminste, tot op zekere hoogte: ze werkt de komende tijd ("liefst onder de manjaboom in de tuin") aan de Nederlandse bewerking van 'White Innocence'. "En ik wil wat onderzoek gaan doen voor een roman over mijn joodse grootmoeder. Dat was een hele bijzondere vrouw, dus zij is echt de moeite waard om over te schrijven."

Vorige week is ze overigens nog wel voor een paar dagen heen en weer naar Nederland gevlogen, op uitnodiging van de omroep VPRO. "Het was wel fijn dat ik de 23e in Nederland was. In 1951 kwamen wij op 23 december vanuit Suriname in Nederland aan. Tijdens de reis van drie weken kregen we echt Hollands eten. Als we dat op hadden, dan vroegen wij als kinderen 'wanneer gaan we eten?' We waren rijst gewend, aardappels waren geen eten. Toen we op de 23e op de Surinamekade in Amsterdam afmeerden en aan land gingen, zijn mijn ouders gelijk op zoek gegaan naar een Chinees restaurant en ze vonden er een op het Rokin. Sindsdien zijn we elk jaar op de 23 december daar gaan eten. Ook nu mijn ouders niet meer leven houden wij die traditie in stand. Dat restaurant zit er nog steeds, dus het is heel bijzonder. Het roept herinneringen op aan vroeger en aan Suriname, want die band blijft altijd bestaan." ◊

Dit artikel verscheen in onze weekendbijlage van 31 december.

Share on Facebook    

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina