Registreren | Inloggen       Colofon
  • Home
  • THEO PARA: Transitional justice versus straffeloosheid

THEO PARA: Transitional justice versus straffeloosheid

07/11/2016 12:00 - Theo Para

THEO PARA: Transitional justice versus straffeloosheid

Foto: dWT Archief  

CONTRAPUNT - Stanley Henkeman van het Zuid-Afrikaanse Instituut voor Recht en Verzoening heeft zijn lezing over transitional justice (overgangsrecht), voor een haast lege zaal gehouden. Dat is spijtig, omdat de vreedzame transitie van apartheid naar democratie fascinerend was en het concept van transitional justice behulpzaam kan zijn in het verwerken van Surinames traumatische verleden.

Tekst: Theo Para - beeld: dWT archief

Transitional justice is een verzamelnaam voor vormen van  gerechtigheid en verzoening, in situaties van overgang van dictatuur en/of burgeroorlog naar democratie, aangepast aan de verhoudingen en omstandigheden van het land. Na jaren onderhandelen tussen het ANC van Nelson Mandela en de Nasionale Party  kwam de Waarheids- en Verzoeningscommissie in Zuid-Afrika tot stand. Het was een vorm van transitional justice, waarbij daders van politiek gemotiveerde misdrijven, die ten tijde van het apartheidsregime waren gepleegd, rekenschap moesten afleggen. Het was een vorm van erkenning en genoegdoening naar de slachtoffers en nabestaanden toe. Afhankelijk van de aard en ernst van de misdrijven kon een individuele dader na het vertellen van de waarheid en betonen van spijt, amnestie verkrijgen of alsnog voor strafrechtelijke vervolging in aanmerking komen.

In Suriname kreeg overgangsrecht ondermeer vorm in het 8 Decemberstrafproces, dat het gevolg was van het besluit tot vervolging van het  Hof van Justitie, het hoogste rechtscollege van de republiek. Het beantwoordde aan diepgewortelde nationale waarden zoals het strafbaar zijn van moord. De stuiting van de verjaring van de Decembermoorden was mede het gevolg van de strijd voor gerechtigheid van nabestaanden, mensenrechtenorganisaties en progressieve vakbeweging. Alle betrokken partijen hadden publiek verklaard de onafhankelijke rechtsgang te accepteren, een verworvenheid in het vormgeven aan nationale verzoening, het proces van herstel van vertrouwen. Echter, toen in 2012  het tijd was voor het requisitoir, de aanklacht, greep president Bouterse, tevens hoofdverdachte in het strafproces, in met de zelfamnestiewet, die nationaal en internationaal op onderbouwde afwijzing kon rekenen.

In 2016, nadat de rechters, ondanks de zelfamnestiewet, tot voortzetting van het strafproces hadden besloten, legde de president-hoofdverdachte onder het mom van 'staatsveiligheid', met artikel 148 van de grondwet, het Openbaar Ministerie aan de ketting. De Surinamers mochten de aanklacht niet horen, laat staan het vonnis.

Surrogaat-Waarheidscommissie

In de zelfamnestiewet had Bouterse, als doekje voor het bloeden, de 'onmiddellijke' instelling van een waarheids- en verzoeningscommissie, beloofd. Die commissie bleef een loze belofte. Als substituut voor een wettelijk ingestelde waarheidscommissie, begon Bouterse met behulp van de ideologisch verwante  'patriot', nabestaande en publicist Sandew Hira, een surrogaat-proces van waarheidsvinding, een sentimentele mediashow met ook in de naam de vooringenomenheid: 'De Getuigenis van President Bouterse'. Hira, gerecruteerd en gefinanceerd door kamp Bouterse, gelanceerd door de paarse staatsmedia, wierp zich op als wetenschapper en kampioen van dialoog en verzoening.

Die slogans bleken een schaamlap voor het moreel discrediteren van de strijd voor gerechtigheid van nabestaanden, het propageren van stopzetting van het 8 Decemberstrafproces en verdediging van onvoorwaardelijke amnestie voor daders. Hira ging zover, tegemoet komend aan het dader narratief, een deel van de slachtoffers van de Decembermoorden van een couppoging te beschuldigen.

Ongeloofwaardigheid en een verradersimago werden zijn deel. Hij moest zijn Starnieuws-column stopzetten. Een overweldigende meerderheid van zijn lezers en lezeressen gaf hem wekelijks een moreel pakslaag. Mislukt als 'verzoener' richting de authentieke, decennia oude organisaties van nabestaanden, richtte hij zijn eigen (!) nabestaanden comité op.

Dat comité moest onder de vlag van 'alle slachtoffers en nabestaanden', de dader agenda van onvoorwaardelijke amnestie, inclusief een top-down, mislukte nationale rouwdag, uitdragen. Hira en zijn comité waren de gastheren van Henkeman. Zij gebruikten de Zuid-Afrikaan als bron van geleend gezag, om zijn omstreden comité aan een 'leidende rol' te helpen, in plaats van diens neutraliteit in het nationale conflict aan te wenden als brugfunctie, als mogelijkheid Henkeman ook met de authentieke nabestaanden- en mensenrechtenorganisaties in gesprek te brengen. Wat was het resultaat van die zelffocus? Een haast lege zaal!

Nationaal moment Bastion Veere 

Hira heeft als 'begeleider', Henkeman niet alleen afgehouden van contact met de nabestaanden- en mensenrechtenorganisaties, ook zijn mediaverslag van het bezoek aan 'Fort Zeelandia', plaats delict, was maskerend. Hij repte met geen woord over het Nationaal Monument Bastion Veere 8 december 1982, een expressie van transitional justice. Het  is niet zonder reden. Op de gedenksteen staat niet alleen een ode aan alle vijftien slachtoffers van de moorden, maar ook de opgave: 'Recht en waarheid maken vrij.' Omdat voor Hira, verzoening in Suriname gelijk staat aan identificatie met het dadersregime, verzwijgt hij een fundamenteel verschil tussen het Zuid-Afrika van Mandela en het Suriname van Bouterse. De laatste impliceert een dadersregime, de eerste de regering van de bevrijding.

Dat Mandela een waarheid- en verzoeningscommissie zou voorstaan onder het apartheidsregime is ondenkbaar. Maar ook leren van het post-apartheid Zuid-Afrika vraagt een kritische geest. Zo riep Hira op het voorbeeld van de verzoeningsweg tussen twee monumenten in Zuid-Afrika, te kopiëren, zonder kritische bespreking van het voorbeeld. In 2011 opende, de door corruptieschandalen geplaagde ANC president Jacob Zuma, de omstreden Weg van Verzoening tussen het Freedom Park en het symbool van witte suprematie en de apartheidsstaat, het Voortrekkers Monument. Het Voortrekkers Monument wordt particulier beheerd en is geïllustreerd met afbeeldingen die de zwarte bevolking als moreel inferieur neerzetten. Verschillende anti-koloniale critici wilden het monument neerhalen.

Dat het monument, inclusief zijn verwerpelijke narratief, mocht blijven bestaan, kon als teken van democratische tolerantie worden gezien. Maar waarom ook morele legitimiteit aan zo een discriminatoire narratief verlenen onder het mom van 'verzoening', ging veel critici te ver. Verzoening betekent herstel van maatschappelijk vertrouwen, opdat conflicten op vreedzame wijze worden opgelost, het betekent niet het verslappen van de kritiek op historisch onrecht en discriminatie. Dat Hira, die zelf een eigen dekoloniale theorie - Decolonize The Mind (DTM) - claimt, in zijn selectieve kopieerzucht kritiekloos over deze moreleupgradingvan het koloniale Voortrekkers Monument heen stapte, getuigt van politiek opportunisme.

Ook in Suriname zullen kunstmatige bouwkundige constructen, de reële intermenselijke en institutionele  processen van waarheidsvinding, erkenning, rekenschap, recht, compensatie, herdenking en verzoening, niet kunnen vervangen. Symboliek als expressie van reële processen kan zinvol zijn. Als substitutie van die processen, is het niet meer dan manipulatie.

30 jaar Moiwana

Hira en zijn Comité ontzeggen met hun steun voor onvoorwaardelijke amnestie, niet alleen het mensenrecht op recht aan slachtoffers en nabestaanden van 8 december 1982. Op 29 november is het 30 jaren geleden dat tientallen dorpelingen te Moiwana door een militaire eenheid van Bouterse werden afgeslacht. Zonder kritische bevraging liet Hira in 'De Getuigenis van President Bouterse', een smakeloos geromantiseerde STVS TV show, zijn 'vriend' Melvin Linscheer, toenmalig Commandant van de Zuidelijke Troepen, dit misdrijf tegen de menselijkheid, op leugenachtige wijze goedpraten. Terwijl er het onuitgevoerd vonnis van het Inter-Amerikaanse Hof voor de Mensenrechten ligt, dat de daders van deze massamoord moeten worden vervolgd en berecht. Transitional justice is ondenkbaar zonder rekenschap, het beoogt immers herstel van de sociale norm van respect voor het leven en de menselijke waardigheid.

Contrapunt verschijnt iedere eerste zaterdag van de maand.

Share on Facebook    

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina