• Home
  • Over leven op straat

Over leven op straat

05/10/2016 17:00

Over leven op straat

 

ACHTERGROND - Ze zijn van alle tijden, maar trekken vooral de aandacht in perioden van economische crises. Het aantal dak- en thuislozen in ons land blijft toenemen en deze rondzwervende en vaak verwarde mannen zullen door bezuinigingen steeds verder afdwalen. “Ik ben eigenlijk al doodgeslagen, maar ik ben te moe om te vallen.”

Tekst: Caroline van Schubert - beeld: Jason Leysner

MET ZIJN BENEN voor zich uitgestrekt leunt hij tegen de muur van een supermarkt. Zijn broek is gescheurd, bovenlijf ontbloot en de vergeelde nagels aan zijn blote voeten al maanden niet geknipt. Het is de vaste hangplek van Glenn (24). Bijna een jaar zwerft hij nu rond in Paramaribo, verslaafd aan cocaïne en marihuana. Zijn leven opnieuw oppakken na een gevangenisstraf bleek te zwaar voor hem te zijn.

Tussen zijn wijs- en middelvinger houdt hij een joint waar hij zo nu en dan een hijs van neemt. Zijn donkerbruine ogen richten zich op straat, maar de lege blik verraadt geen enkele emotie. Glenn is rustig en praat niet wanneer hij in een van zijn psychoses zit, maar hij heeft ook een duistere kant. "Dan poept hij waar hij wil. Soms loopt hij naakt over straat, randt meisjes aan", weet Vanessa, straathoekwerker bij Bureau Dak- en Thuislozen (BDT). Na deelname aan een dodelijke vechtpartij is hij doorgedraaid, door de bonu-praktijken die op hem werden uitgevoerd in de gevangenis.

Op mijn achttiende jaardag stierf mijn moeder

"Hij was vroeger een echte hosselaar. Stelen deed hij nooit. Gewoon een rustige en nette jongen." Nu wil hij niet eens meer baden. Ook Steve, pas 21 jaar oud, heeft al op jonge leeftijd kennisgemaakt met een leven op straat. Hij zat in zijn tweede jaar van de technische school toen zijn moeder overleed. "Op mijn achttiende verjaardag ging ze dood en dat was heel moeilijk voor me. Ik ben toen drugs gaan gebruiken om het niet te voelen. Ik werd vaak boos en agressief, waardoor ik niet meer bij mijn zus kon blijven wonen", zegt Steve zacht.

Zijn woedeaanvallen heeft hij onder controle nu hij medicatie krijgt. Sinds een aantal maanden is hij intern opgenomen bij BDT na een jaar op straat te hebben geleefd. "Ik heb vaak op straat geslapen, meestal voor dezelfde winkel. Het was eng, want auto's rijden langs en je weet niet wie erin zit. Daarom was ik vaak samen met anderen, dat voelde veiliger. Er waren veel mensen zoals ik, maar de meesten hadden nog wel plaatsen waar ze konden gaan, zoals ouders of broers of zussen. Ik had niemand."

Nieuwe gezichten

 Vanesa

BUREAU DAK-EN Thuislozen is met een vestiging in het centrum en Latour de enige stichting in ons land die zich, gesubsidieerd door de overheid, specifiek richt op de opvang van dak- en thuislozen. Daklozen hebben letterlijk geen dak boven hun hoofd. Thuislozen hebben vaak nog wel een huis, maar kunnen of willen daar niet of weinig blijven. "Iedere dag zie ik nieuwe gezichten op straat", verzucht Claudia Cotin, BDT's locatiemanager van vestiging Latour.

Voor haar ligt het schrift waarin ze de nieuwe registraties bijhoudt. Dit jaar, al 26 mannen en één vrouw. Een zorgelijke ontwikkeling, ook omdat lang niet alle nieuwe daklozen zich aanmelden bij de opvang. Cotin merkt ook dat de cliënten steeds jonger worden. "Meer dan de helft van deze groep is pas tussen de twintig en 25 jaar oud. Het zijn vooral creolen, daar reken ik ook de marrons onder, en Hindoestanen die zich melden." Het is voor Cotin belangrijk om naar de kern van dit probleem te kijken. "Kijk naar wijken waar wij werken, zoals Winti Wai, Ephraïm, Pont, Menkendam; ieder huis heeft daar wel een verslaafde.

Iedereen komt op straat door problemen, dat kan van alles zijn. De crisis zal alleen maar bijdragen aan een toename; mensen die hun inkomsten en uitgaven niet meer kunnen balanceren en daardoor in de problemen komen. Er komt een dag dat ze het dan niet meer aankunnen." Niet alleen in Latour, maar vooral ook in het centrum van de stad, rondom de Waterkant, is de toename van het aantal daklozen duidelijk merkbaar. "Veel bosnegers, van die jongens die nog in de schoolbanken hadden moeten zitten", merkt straathoekwerker Yvette op.

Iedere dag rijdt ze samen met chauffeur Guno tussen acht en tien uur 's ochtends met een busje van BDT in het centrum rond om daklozen op te halen voor een bad en een broodje. "Natuurlijk, overal ter wereld zijn zwervers, maar in Suriname is het erg. Ik denk ook dat het komt omdat de sociale voorzieningen slecht zijn hier. Mensen kunnen nergens naartoe", vertelt ze terwijl haar ogen gericht zijn op de straat, zoekende naar daklozen die ze mee kan krijgen. "Het is soms moeilijk om de nieuwe te identificeren, maar je ziet het wel aan ze, dat ze het leven op straat nog niet gewend zijn.

Er zijn twee groepen: de verslaafden en de pcs'ers

Het werk is voor ons moeilijk, want je mag ze niet tegen hun wil meenemen, en vaak willen die nieuwe nog niet. Terwijl dit juist zo belangrijk is, omdat je deze groep makkelijker terug kunt brengen naar het gewone leven dan degenen die al jaren rondzwerven." Haar oog valt op een man in de Domineestraat, al jaren leeft hij op straat. 'Kon koti yu wiwiri' roept ze naar hem. High en onaanspreekbaar, maar open voor een kort kapsel, stapt hij wankelend de bus in Niet alleen de nieuwe daklozen zijn een zorgpunt, maar ook degenen die al jaren met een psychische stoornis op straat rondzwerven.

"De doelgroep is grofweg onder te verdelen in twee categorieën: de verslaafden en de pcs'ers (daklozen met een psychische stoornis, ... red)", zegt Cotin. Dit zijn de mannen voor wie geen intensieve mentale hulpverlening beschikbaar is, die zwerven op straat, soms drugs gebruiken en voor grote overlast zorgen. Het is ook deze groep die het moeilijkst te bereiken is voor hulpinstanties, omdat ze niet zelf om hulp vragen. "Deze mannen zijn ziek en kunnen erg gevaarlijk zijn. Zo is er een cliënt die psychoses krijgt en dan mensen gaat verwonden", zegt Cotin.

"We moeten de cliënten respect geven, want dat missen ze op straat. Ze worden gekapt, geslagen en getrapt. Natuurlijk zijn het geen lieverdjes, maar we moeten niet vergeten dat ze ziek zijn en met medicatie geholpen kunnen worden." Frank, een neef van Ronnie Brunswijk, valt onder deze categorie. Zijn armen schokken ongecontroleerd langs zijn lichaam; een bijwerking van de medicatie tegen zijn schizofrenie. Zijn vergeelde ogen bewegen rusteloos op en neer. Onder zijn blote voeten heeft zich inmiddels een dikke eeltlaag gevormd. Slapen doet hij op een houten plank in een vervallen woning.

Soms gooien ze ook stenen naar me

Tien jaar zwerven hebben duidelijk z'n tol geëist. "Ik ben eigenlijk al doodgeslagen, maar ik ben te moe om te vallen", lacht hij breed. Zijn voortanden heeft hij jaren geleden al eens verloren tijdens een gevecht. "Kijk, hier werd ik aangevallen met een machete", wijst hij vervolgens naar een groot litteken in zijn nek. En op zijn jukbeen het meest recente bewijs van zijn turbulente leven op straat. "Twee weken geleden werd ik met een stok geslagen. Soms gooien ze ook stenen naar me."

Tot zijn dertigste leidde hij een rustig leven. "Ik had een vrouw, maar ze liep uit. Ik streste veel, dus ging ik cocaïne roken. Now mi trow nanga a weti uma", lacht hij, maar zijn glimlach slaat snel om in een ernstige blik. "Het is zielig voor me hoor, ik kan niet met haar en ook niet zonder." Om zijn pols zit een wit rubberen bandje, met daarop de woorden I love SU. Maar het leven in zijn geliefde land is zwaarder geworden sinds de crisis. "Het land is mooi, maar draait niet lekker. Bouterse moet weg, laat mijn oom de boel draaien, dan wordt alles anders", lacht hij vervolgens weer.

Bezuinigingen

OP INSTRUCTIES VAN de minister van Volksgezondheid moet Bureau Dak- en Thuislozen vanaf oktober bezuinigen. "Meer dan een bed, brood en bad kunnen we ze op dit moment niet geven", zegt Reza Doekhie, nu twee jaar directeur bij BDT. Zijn toekomstdromen voor de daklozenopvang zijn groot, maar door geldgebrek heeft hij die plannen in de ijskast moeten zetten. "Ieder jaar komen er nieuwe dak- en thuislozen bij, maar er is weinig gelegenheid voor resocialisatie. De stichting bestaat nu twaalf jaar en ik had graag gezien dat we verder waren."

Dakths 

Zo rijdt ook de ophaaldienst waarbij daklozen worden opgehaald om te baden en te eten bij BDT een stuk minder. "We zijn nu puur een crisisopvang. Hele dagen ben ik bezig met geld zoeken, maar het is moeilijk. We zitten in een huurpand, dat moet ook betaald worden. De mannen kunnen hier een beetje recreëren, maar daarmee lossen we het probleem niet op." Vooral de inkrimping van de ophaaldienst is voor de locatiemanager Cotin moeilijk te verkroppen. "Wat is nog onze kerntaak wanneer we niet meer op straat mogen gaan om de cliënten op te halen?", vraagt ze zich hardop af.

"Het werk van BDT ligt op straat. De meest kwetsbare mensen zoeken niet zelf naar hulp. Ze worden steeds viezer en vuiler, ze stinken." De toename van daklozen enerzijds en het verliezen van grip op de groep die er al was, baren haar zorgen. "Het gaat al achteruit, en dat wordt nog erger. Dat incident eind mei, waarbij een dakloze een man doodsloeg met een straattegel voor die winkel, laat de gevolgen al zien. We bereiken de doelgroep steeds moeilijker en kunnen minder hulp bieden." Een andere doorn in het oog is de wijziging van de Wet Nationale Basiszorgverzekering.

Voorheen konden daklozen met een psychische aandoening nog samen op een dokterskaart van het Psychiatrisch Centrum Suriname (PCS), maar nu moeten ze een eigen verzekeringskaart hebben. Cliënten die financiële bijstand krijgen, betalen zelf hun medicatie. "Velen hebben geen identiteitskaart en familie kunnen we ook niet altijd achterhalen. Zonder die gegevens kunnen ze niet verzekerd worden, terwijl velen van ze ziek zijn en medicatie nodig hebben", zegt Cotin. BDT heeft wel een eigen arts die zijn medewerking verleend, maar dat is niet voldoende volgens Cotin. Ze pakt een klein wit potje van haar bureau en schudt het. "Wij als personeel zamelen ook zelf geld in om medicatie te kopen."

Basiszorg

Mijn ouders hebben nooit van mij gehouden

TERUG OP STRAAT passeert het busje dakloze Erik. Zijn vergeelde grijze haren verklappen een jarenlang leven op straat. "En het geschiedde na deze dingen, dat God Abraham verzocht; en Hij zeide tot hem: Abraham! En hij zeide: Zie, hier ben ik!", roept hij. Straathoekwerker Yvette probeert hem over te halen mee te gaan om te baden. Geestesziek, maar drugs gebruikt hij niet.

Het komt door zwarte magie dat hij op straat is gekomen, is zijn eigen verklaring. "Mijn ouders hebben nooit van me gehouden, ze hebben me gebruikt. Als kleine jongen moest ik al voor mezelf zorgen, de straat op om werk te zoeken. Het is aan mij dat ik op straat ben beland", schreeuwt hij uit in onsamenhangende woorden.

"Voor deze mensen kunnen we niets doen, zegt Yvette terwijl ze Erik met haar ogen opneemt. "Hij wil niet mee, dus we mogen hem niet dwingen. Ik zie weinig daklozen die echt weer de draad op kunnen pakken. Soms zie je ze een tijdje niet, maar zwerven ze na een jaar toch weer rond. Dat komt omdat er ook geen nazorg voor ze is." Ze schudt haar hoofd. "Nee, helaas, er komen er meer bij dan dat eraf gaan. Dit is vaak toch het leven dat ze kennen."

Dit artikel is verschenen in onze bijlage van 1 oktober 2016.

Share on Facebook    

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina