Registreren | Inloggen       Colofon
  • Home
  • ‘Je moet jezelf vergeten want het werk gaat voor’

Plantage Rust en Werk: stijfkop met grootste veestapel

19/08/2016 17:00

Stijfkop met grootste veestapel

 

ACHTERGROND - Plantage Rust en Werk. Met de grootste veestapel in Suriname. “En met misschien wel de grootste stijfkop van het land”, zegt eigenaar Armand van Alen grinnikend over zichzelf. Het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij verklaarde hem ooit voor gek. Vee? Dat zou hem nooit lukken daar op die natte ziltige klei. Eigenwijs zijn heeft blijkbaar zo zijn voordelen.

Tekst: Akke de Bruijn - beeld: Akke de Bruijn & VCM N.V.

Armand van Alen (78) wacht ons op vroeg in de ochtend bij het bushokje op Leonsberg. Laarzen in de hand. De veerboot die het gezelschap zal overzetten, ligt al te wachten. "De vader van de huidige bootsman werkte al met mij, en nu dus zijn zoon", legt Van Alen trots uit. Aan boord stapt het personeel dat op Rust en Werk een betrekking heeft gevonden, maar in de stad is blijven wonen. Twatwa's reizen mee in hun kooitjes.

In het weekend is Van Alen op zijn plantage te vinden. Door de week is hij nog te druk met zijn bedrijf, Van Alen Beton Industrie (Vabi) in Paramaribo. Ondanks het feit dat zijn kinderen in de directie van zijn bedrijven zitten, is Van Alen daar nog aanwezig als adviseur. Maar aan het eind van de week vertrekt hij met zijn vrouw Adriana steevast naar hun tweede huis op plantage Rust en Werk. Zaterdagochtend is er een vast ritueel. Met een kop koffie, bananen en ander fruit van de plantage neemt hij samen met zijn bedrijfsleider Carl van Dijk de werkoverzichten van de afgelopen week door. De Nederlandse Carl van Dijk zocht in zijn jonge jaren ooit een stageplek in het buitenland. "Nadat ik over de hele wereld had gesolliciteerd, ontving ik alleen uit Nigeria en uit Suriname een reactie", legt Van Dijk uit. "Ik koos voor Suriname en kwam uiteindelijk bij Van Alen terecht. Na het afronden van mijn studie keerde ik terug." Van Dijk is nu al 21 jaar in dienst van de VCM. Samen met zijn Filipijnse vrouw woont hij permanent op de plantage Rust en Werk.

Gelukkig geen olie

Na het werkoverleg met Van Dijk stapt Van Alen in zijn canAm off-road. Tijd voor de inspectieronde. Van Alen manoeuvreert het wagentje eerst behendig langs de belangrijkste sluis, uit de achttiende eeuw maar aangepast aan de moderne tijd. Hier kunnen nu boten aanmeren die de runderen naar de stad brengen voor de slacht. Het gesprek zet zich al hotsend en hobbelend voort over de uitgestrekte vlaktes, door Van Alen in bijna veertig jaar in cultuur gebracht. Tot zover het oog reikt liggen massieve dijken, polders, kanalen, die een ingenieus systeem vormen met uitlaat van zoet water, afvoer, bezinkputten, graslanden en vijftig hectare kweekvijvers voor vis en garnalen. Een bassin van 700 hectare voor wateropvang levert genoeg water voor de droge tijd. "Vroeger is er geboord naar olie aan de rand van mijn plantage, maar gelukkig is er niets gevonden", lacht Van Alen.

"Nee", zegt Van Alen, "ondanks mijn Nederlandse naam ben ik geen buru." Met bleke wangen en een grote witte baard ziet hij er niet erg Surinaams uit. Zijn familie van moeders kant woont er echter al tweehonderd jaar. Ze kwamen mee met de stroom van Joodse immigranten uit Duitsland en Portugal. Via Brazilië en Frans Guyana belandden ze in Suriname.

Van Alen begon ooit bij zijn vader in de betonfabriek van Vabi. Na zo'n twintig jaren onder diens leiding, nam hij het bedrijf over. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Hij wilde boeren, net als zijn voorouders, de kolonisten. Al snel kreeg hij acht boerderijen in de stad en omgeving in huur of eigendom. "Als je rustig gaat zitten wachten, gebeurt er niets", benadrukt Van Alen. In de jaren tachtig, na de revolutie, was er een groot gebrek aan deviezen en daarom ging hij in het vee. "Ik begon met twee kalfjes aan de Verlengde Gemenelandsweg. Op een gegeven moment had ik acht koeien. Ik verhuisde toen naar Houttuin. Boeren stapten toen juist uit de veeteelt, ik ging erin. Iedereen verklaarde mij voor gek. Ik had een toekomstvisie. Want een betonfabriek zou niet kunnen groeien als het slecht ging met de deviezen. Dat zie je vandaag de dag ook weer!"

Zijn hobby werd zijn bedrijf. Maar toezicht houden op acht boerderijen, overal verspreid rond Paramaribo, dat was hollen en draven geblazen. "Ik stond vroeg op. Om vijf uur was ik in de stal, om zes uur maaide ik gras. Daarna bracht ik melk naar de stad en mijn kinderen naar school. Vervolgens was ik op weg naar Vabi. Dat was onhandig." Van Alen kreeg lucht van een stuk grond: plantage Herendijk. "De eigenaar had een schuld en zijn zonen wilden er niets mee. Ik heb de schuld overgenomen en ben met die grond aan de slag gegaan. Kanalen schoongemaakt, bos gekapt."

Negatief gebied

De grond was verzilt

Van Alen had grootse ontginningsplannen voor Herendijk en stapte naar het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij. Het ministerie reageerde negatief. "Ik had geen verstand van klei, zeiden ze. Er is alleen eb en vloed daar, het is negatief gebied. De grond was verzilt. Er zou geen veeteelt, geen landbouw mogelijk zijn." Dat liet Van Alen zich niet zeggen. Hij begon eerst met lukuntugras te planten. Dat verbrandde in de zon. Dan maar paardengras proberen. De stekken komen van de bermen langs de Highway. "Ik ben een stijfkop. Vijf hectare met paardengras had ik toen, op ziltige kleiige grond. De koeien vraten het af. Daarna 150 hectare gepland. In die tijd ging in Suriname 20 procent van de kalveren dood in veestapels. Bij mij lag dat tussen de 8 en 12 procent. Dus zo beroerd deden ze het niet bij mij!" Natuurlijk nodigde Van Alen LVV met graslanddeskundigen uit voor een bezoek. Zien is geloven.

Ondertussen deden de cacaoplantages Berlijn en Maasstroom van de Nederlandse snoepfabrikant Jamin, een stukje verderop aan diezelfde rechteroever van de Commewijnerivier, het slecht. Familie Van Alen nam in 1978 deze gronden over. Er werd een vergadering belegd voor de omwonenden. Op de vraag of zij er wilden blijven wonen of vertrekken, gaven vijftig gezinshoofden te kennen: "U bent nu de nieuwe eigenaar, maar we willen blijven want we hebben gezien wat u op Herendijk heeft gedaan." De behuizing van de mensen op Rust en Werk was vreselijk. De kanalen en dijken waren niet in orde, en bij hoog water sliepen de bewoners op tafels. Zo hielden ze droge voeten. "Er was een grote modderpoel, je zakte tot je knieën in de blubber. Ik heb direct goede dijken aangelegd en zo 2.500 hectare in polder gebracht. Op Rust en Werk is er geen wateroverlast meer."

De bewoners van Rust en Werk zijn allen eigenaar van hun eigen perceel met woning. Van Alen: "Tijdens de jaren van de revolutie heb ik tegen de mensen gezegd dat ze de grond konden kopen voor één Surinaamse gulden per vierkante meter. Zonder rente. Ze moesten dan wel zelf vanaf hun perceel een goede brug maken naar het hoofdpad. Via een deal met Bruynzeel Suriname kon ik aan hout komen voor de woningen. Alles is ondertussen aan mij afbetaald."

DSCF3420-RW04-compleet

Elf plantages van VCM zijn aangepakt. Alleen plantage De Resolutie is nog niet ontgonnen. Overal lopen koeien tussen het paardengras en African Stargras door. "De koeien zijn zebu's. Ik kocht eerst rommel. Maar ik ben gaan selecteren en kruisen met brahma's. De afstammelingen kunnen goed tegen warmte en muskieten. Het zijn vleeskoeien." Van Alen is nu de grootste veehouder in Suriname. VCM beheert drie slagerijen in de stad Paramaribo.

"Als mensen mij vragen hoe je een goede ondernemer wordt, zeg ik altijd: je moet jezelf vergeten, jezelf wegcijferen, en het werk gaat voor." Dat het werk ook vòòr het meisje gaat, kan zijn vrouw Adriana Koenraadt (75) bevestigen. "Toen we trouwden zei Armand tegen mij: 'Als je een man zoekt met een baan tussen 9 en 5 uur, dan moet je niet bij mij zijn. Maar als ik weg ben, hoef je je nooit zorgen te maken, ik ben gewoon aan het werk."

Alle inspanningen voor VCM zijn ondertussen beloond. Op het kantoor van Armand van Alen bij Vabi hangen vele onderscheidingen aan de muur. Door de president van Suriname is hij geridderd tot Officier, Commandeur en Groot Officier. In 2015 ontving hij van de Carribean Council of Higher Education in Agriculture zijn meest recente trofee. "Ik ben vooral trots op de onderscheiding, het Laureaat van de Rotary. In 2007 hebben de leden op mij gestemd, voor de sector Productie. Terwijl ik niet eens lid ben van de Rotary. Daar heb ik het te druk voor. Soms wil ik gewoon thuis zijn!".

Dit artikel is verschenen in onze bijlage van 12 augustus 2016.

Share on Facebook    

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina