Registreren | Inloggen       Colofon
  • Home
  • ‘Alles kan en mag’

‘Alles kan en mag’

04/03/2016 18:00

‘Alles kan en mag’

 

ACHTERGROND - Leerkrachten met losse handjes. Een leerling die zijn docente te lijf gaat. Messteken op het schoolplein. Wat is er aan de hand met het onderwijs in Suriname? Waar komt dit geweld vandaan en hoe dammen we het in? Personen uit het veld laten hun licht schijnen over de situatie. “Ik besefte al gauw dat ik verkeerd gehandeld had.”

Tekst Anouska Blanca - Beeld Jason Leysner en Stefano Tull

"IK MOET EERLIJK zijn en mijn eigen verhaal vertellen. En stel het als voorbeeld aan andere leerkrachten", biecht een directrice op van een lagere school in de hoofdstedelijke wijk Zorg en Hoop. Pakweg twintig jaar geleden vochten twee leerlingen van de school waar zij les gaf. "Mijn collega's gingen erop af om ze uit elkaar te halen, maar de meisjes bleven razend tekeergaan. In een reflex heb ik toen één van ze geklapt in het gezicht." Er valt een stilte, een duidelijk gevoel van schaamte overvalt haar.

"Ik besefte al gauw dat ik verkeerd gehandeld had. Mi pre nanga mi brede. Het gebeurde op een vrijdag. Het hele weekend heb ik op eieren gelopen. 'Zou het meisje het aan haar ouders verteld hebben? Waren ze naar de inspectie geweest?'" Toen ze maandag naar school kwam, zag de docent het kind met haar tante staan. "Ik was doodsbang." De verzorgers van haar leerling waren bekend met de agressieve buien van hun kind. Zij zagen in dat haar gedrag het conflict met de juffrouw had uitgelokt. En dus lieten de verzorgers het voorval rusten. In een ander geval zou deze leerkracht haar baan zijn kwijtgeraakt.

Geweld op school is dus geen nieuw fenomeen maar het neemt steeds grimmiger vormen aan. Vandaag de dag wordt de samenleving geconfronteerd met alleszeggende krantenkoppen zoals 'leerling klapt juffrouw in Moengo', Tiener steekt medeleerling neer' tot 'Juffrouw bindt jochie eerste klas vast aan zijn stoel'. Er is ontegenzeggelijk sprake van een nieuwe, grimmige trend.

De nieuwe leerkracht

Geweld Op School3

OF HET MINISTERIE van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur deze trend beleidsmatig heeft geconstateerd, blijft onduidelijk. In elk geval op het Surinaams Pedagogisch Instituut (SPI) wordt de 'nieuwe leerkracht' klaargestoomd, tijdens het vak pedagogiek met veel nadruk op conflictvoorkoming. De leerkrachten in spé leren hoe om te gaan met het gedrag van de hedendaagse, assertieve leerling.

"De leerkracht stelt zichzelf als voorbeeld, wanneer het een bepaald gedrag wenst van de klas", vertelt Randjit Jagroep, directeur van het SPI. "Geef je als leerkracht geen aandacht aan een kind dat behoefte heeft iets te vertellen of straal je geen rust uit, dan krijg je precies datzelfde gedrag terug." Evenwel is Jagroep zich bewust van het feit dat leerkrachten veelal onder moeilijke omstandigheden moeten functioneren. Volgens hem verwacht men van de leerkracht dat die een positieve impact moet hebben op een kind, terwijl de leerkracht zelf ook problemen kent.

'Leerkrachten zien mogelijkheden in andere banen erbij, om beter uit te komen. Dit maakt dat ze zich niet goed voorbereiden op de les'

"Als leerkracht sta je niet alleen voor de klas lessen te verzorgen. Je bent psycholoog, politie, opvoeder en voeder, maatschappelijk werker; noem maar op. Voor de helft van de dag zijn alle problemen van de kinderen aan wie je les geeft, de jouwe." Veel leerkrachten komen financieel niet uit, stelt Jagroep. Wat resulteert in bijbaantjes, wat er vervolgens voor zorgt dat de kwaliteit van het onderwijs afneemt.

"Ik werk al achtendertig jaar in het onderwijs, ben MOB-opgeleid, ben directeur en ontvang een salaris van rond de SRD 4400. Leerkrachten zien mogelijkheden in andere banen erbij, om beter uit te komen. Dit maakt dat ze zich niet goed voorbereiden op de les, geen tot weinig tolerantie hebben voor het kind dat om extra aandacht vraagt." Het maakt de vicieuze cirkel rond: het kind weerspiegelt de leraar, met alle nare gevolgen van dien. Toch prijst Jagroep de bereidwilligheid en de prestatie van die groep leerkrachten die het beste voorheeft met hun leerlingen.. "Uiteindelijk is de leerkracht belangrijk voor de vorming van de toekomst van de maatschappij", zegt hij.

'Vechten was er altijd al'

Geweld -ST (10)

VECHTEN OP OF na school is geen nieuwe trend. "Integendeel zelfs", zegt de ondervoorzitter van het Nationaal Jeugd Parlement, Konrad Acton. "Stoer gedrag en vechten op school was er altijd al. Ik heb het ook gedaan op de technische school. Kwajongensstreken gingen om eer en respect. Voor medeleerlingen die een les niet mochten bezoeken en een brief van hun ouders nodig hadden, was ik dé man met een uitkomst. Ik hoorde het probleem aan en liet een ander schrijven. 'Geachte juffrouw…Vanwege…'." Acton moet lachen om die herinnering.

Het verschil met de huidige jeugd ligt volgens hem in het filmen en publiceren van vechtpartijen. Hoewel stoer gedrag en vechtpartijen iets van alle tijden is, zorgt het mobieltje ervoor dat ieder incident wereldkundig wordt. "Alles kan en alles mag, hoe luguber een situatie ook is. Het mobieltje geeft een gevoel van vrijheid." Acton denkt dat de oorzaak van negatief gedrag onder jongeren onder andere bij de school ligt. "Het systeem gooit automatisch zij die niet mee kunnen eruit.

Voor hen die met moeite door de lagere school zijn gekomen is er niets anders dan elementaire administratie, horeca, de zorg, techniek (LTS) of de kweekschool. Voor leerlingen die geen behoefte hebben aan een dosis vakken die uiteindelijk nooit onderdeel worden van het werk, zijn er weinig opties." Hij spreekt uit ervaring: "Ik bezocht de school omdat mijn moeder dat nodig vond, terwijl ik veel meer plezier had in het leren tijdens trainingen van Stichting Lobi of van het ministerie van Sport- en Jeugdzaken."

Aandacht

LIGT HET ECHT aan de school? Op het terrein van Opa Doeli is net de schel van de pauze gegaan. Het aantal jongens en meisjes dat er verblijft en school geniet komt de klas uit. In deze gevangenis belanden kinderen, tussen de elf en zeventien jaar, die een strafbaar feit gepleegd hebben. De redenen voor gevangenschap variëren van moord tot zware mishandeling en diefstal. Het gaan en komen van ouders met hun minderjarige kinderen bevestigt de noodkreet.

"Ouders brengen hun kinderen hier voor berisping, wanneer ze zelf geen raad meer weten met het kind. Hier worden de kinderen aangesproken wanneer ze niet willen leren, wanneer zij spijbelen, gewapend naar school gaan of wangedrag vertonen. In de hoop dat het gedrag van de kinderen verbetert en ze niet hier hoeven te eindigen", vertelt een maatschappelijk werker werkzaam in Opa Djoeli. De grootste groep bestaat uit kinderen tussen negen en tien jaar, die door hun ouders of verzorgers gebracht worden. Veel kinderen hebben geen respect hebben voor hun ouders, merkt de maatschappelijk werker op.

"Maar ook financiën spelen een rol bij het gedrag van het kind. Ouders verkiezen geld boven aandacht geven. Een moeder die laat thuiskomt van het werk, terwijl er geen eten is voor het kind. Zo'n kind is op zichzelf aangewezen." Toch komen ook kinderen van welgestelde ouders bij opa Doeli terecht." Ze zijn verwend en vinden dat ze klasgenootjes moeten laten zien hoe rijk ze zijn. Ze stelen van hun ouders", vertelt ze.

'...ook de omgeving, de ouders en de leerkrachten hebben invloed op het zelfbeeld van het kind...'

"Als je geen tijd hebt voor je kind of je praat er nooit mee en geeft het geen aandacht, dan gaat dat kind opstandig worden, niet luisteren of erger nog; op een negatieve manier aandacht zoeken bij andere mensen, zoals de juf". Politie "Toch horen we:'Winsi mi sroto, mi sa fon en'. Jongeren denken dat vastzitten stoer is, pas wanneer ze opgepakt zijn en opgesloten worden, valt het kwartje dat er in het jeugdcellenhuis geen sprake is van vrijheid", legt politievoorlichter Johanna Douglas uit. Om het insluiten van jongeren te voorkomen, gaan de voorlichters van Opa Doeli bijkans dagelijks op pad om scholen te bezoeken.

"Wat we vaak merken is dat jongeren handelen uit stoerheid. Ze willen vrienden bewijzen dat ze geen bobo zijn. Het begint bij roddelen, plagen en pesten. Dat is wat we vaker horen van schoolhoofden die op ons een beroep doen." Volgens Douglas ontstaat het agressieve gedrag niet zomaar. "Het kan zover teruggaan naar de zwangerschap, maar ook de omgeving, de ouders en de leerkracht hebben invloed op het zelfbeeld van het kind. Als je nagaat wat sommige kinderen meemaken, dan begrijp je beter waarom het kind zulk gedrag vertoont." Een kind dat bijvoorbeeld een hechte band heeft met de familie, kan beter nadenken voor te handelen, dan een die dat niet heeft. Die laatste heeft niks te verliezen.◊

Dit artikel is verschenen in de bijlage van 27 februari

Share on Facebook    

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina