Site: Desktop versie

Oppositie valt over financiering uitzonderingsmaatregelen

08/04/2020 02:03 - Ivan Cairo  
De oppositie heeft veel kritiek op de wet.

klik voor meer  meer...

De oppositie heeft veel kritiek op de wet. Foto: Irvin Ngariman

PARAMARIBO - Financiering van de maatregelen voortvloeiende uit de coronacrisis was voor de oppositie één van de breekpunten dinsdag bij de behandeling van de conceptwet Uitzonderingstoestand COVID-19 door De Nationale Assemblee (DNA). Verschillende oppositieleden hebben aangegeven geen blanco cheque aan de regering te willen geven om naar believen te stoeien met de middelen.  

De regering zou een concrete begroting moeten indienen voor de bedragen die ze denkt nodig te zullen hebben om de crisis het hoofd te bieden. Ook wensten assembleeleden van de oppositie en coalitie te weten op basis van welke projecties en prognoses de regering denkt dat de uitzonderingstoestand maximaal zes maanden zou kunnen duren. Voor de eerste periode wil de regering de uitzonderingstoestand gedurende drie maanden uitroepen, die eenmalig door het parlement kan worden verlengd met maximaal nog eens drie maanden.

Bij de oppositie was veel argwaan over de werkelijke bedoelingen van de regering met de af te kondigen wet. Het vermoeden werd uitgesproken dat de regering de wet wil gebruiken om de Bankwet en de wet op de Staatsschuld terzijde te schuiven om ongebreideld monetair te kunnen financieren, omdat de overheid eigenlijk op zwart zaad zit.

Dew Sharman (VHP) heeft de indruk dat COVID-19 zal worden misbruikt voor andere zaken. Hij voerde aan dat de regering de afgelopen periode heeft bewezen dat ze geen democratische inborst heeft, corrupt en niet transparant is. De situatie in Suriname, met momenteel nog vijf actieve gevallen, noodzaakt niet tot het afkondigen van een uitzonderingstoetstand. Er is nog geen sprake van een epidemie, zegt Sharman die ook arts is.

Alle bronnen van besmetting en hun contactpersonen zijn bekend. Gezien het feit dat het laatste positieve geval op 30 maart is vastgesteld, nu reeds onder contacten van die persoon nieuwe besmettingen zouden moeten zijn geconstateerd, aldus de VHP'er. Voorzitter van de commissie van rapporteurs, Melvin Bouva (NDP), voerde daarop aan dat bij aanpak van de crisis niet alleen naar het lage aantal besmettingen en genezingen moet worden gekeken.

Het gaat om een pakket aan maatregelen, zoals sluiting van de grenzen, beperking van de bewegingsvrijheid van burgers en opvanging van de gevolgen van afname van de bedrijvigheid. DNA-voorzitter Jennifer Geerlings-Simons wees erop dat een wet wel nodig is omdat de regering intussen al maatregelen heeft getroffen die de fundamentele rechten van burgers beperken wat tegen de Grondwet en bepaalde internationale verdragen is. De Grondwet schrijft voor dat burgerrechten uitsluitend en in bijzondere gevallen bij wet ingeperkt kunnen worden.

NDP-assembleelid Rosellie Cotino is in tegenstelling tot oppositieleden van oordeel dat er wel sprake is van een bijzondere situatie. Zij wilde weten hoeveel de financiële overheidssteun zal zijn aan bedrijven die door de beperkende maatregelen in problemen zijn gekomen. Ook wenste ze geïnformeerd te worden over wat de steun zal zijn aan huishoudens die in financiële nood zijn komen te verkeren. Verder wilde ze weten hoeveel geld de regering nodig denkt te hebben voor het beoogde Noodfonds en hoeveel geld nodig zal zijn om de uitzonderingstoestand van maximaal zes maanden te kunnen overbruggen.

Assembleeleden vroegen ook naar de rol van de ministeries van Sociale Zaken en Huisvesting en Handel, Industrie en Toerisme bij het verlichten van de nood van burgers en bedrijven. Marlon Budike van de NPS stelde dat indien de Begroting-2020 al was behandeld en goedgekeurd de regering wel middelen zou hebben voor aanpak van de coronacrisis. Indien wat op de begroting staat niet toereikend zou zijn, had de regering met een suppletoire begroting naar het parlement kunnen komen.

Krishna Mathoera (VHP) voerde aan dat SRD 750 miljoen als onvoorziene uitgaven op de begroting van 2019 is opgenomen die aangesproken zou kunnen worden. Fractiegenoot Mahinder Jogi waarschuwde tegen het inzetten van staatsbesluiten waarmee bijzondere maatregelen krachtens de wet Uitzonderingstoestand kunnen worden getroffen. Hij stelde voor dat er vooraf overleg is tussen de in te stellen parlementaire crisiscommissie met de president, voordat bij staatsbesluit zaken worden bepaald. Het parlement moet niet volledig buitenspel gezet worden, vindt Jogi.

Abop-assembleelid Bee stelde voor dat de te treffen maatregelen in de wet worden opgesomd, zodat er bij de uitvoering geen fricties of onduidelijkheden ontstaan. Machtsmisbruik moet voorkomen worden bij het optreden van de autoriteiten tegen overtreders, vindt Bee. Ook gaf hij aan dat er nu al maatregelen getroffen kunnen worden om burgers tegemoet te komen. Zo kunnen zij gevrijwaard worden van betaling van water, stroom en telefoonrekeningen, stelde hij voor.

Bee is verder van mening dat er in de wet ook dreigingscodes dienen te worden opgenomen die kunnen worden afgekondigd naarmate de situatie verslechtert. Volgens DOE-fractieleider Carl Breeveld hebben de autoriteiten tot nu toe een goede job gedaan bij de aanpak van de crisis. Hij merkte verder op dat er niet over de wet gesproken kan worden die beperkingen zal opleggen zonder te praten over de voortgang van de verkiezingen. 

Hij vindt dat het ministerie van Volksgezondheid met op wetenschappelijke basis geschoeide projecties en prognoses moet komen om de strengere en ingrijpende beperkingsmaatregelen te rechtvaardigen. Volgens Breeveld gaat het nog steeds om een volksgezondheidsprobleem en niet iets dat te maken heeft met staatsveiligheid. Aangezien het een sociaal-maatschappelijk vraagstuk is zouden ook de sociale partners en maatschappelijke groepen betrokken moeten worden bij de totstandkoming van de wet, meent de politicus.

Ook hij sprak zijn bezorgdheid uit dat de wet kan worden misbruikt voor monetaire financiering. Wat betreft het zoeken naar fondsen stelde de DOE-fractieleider voor, om deze te zoeken bij multilaterale instellingen die ook voor begeleiding kunnen zorgen. De regering geniet niet het vertrouwen dat ze op een behoorlijke wijze met geld weet om te gaan, aldus Breeveld.

klik voor meer Vandaag