Site: Desktop versie

40 jaar politicus Desi Bouterse: Van gevierde volksheld tot massamoordenaar

25/02/2020 22:00  
40 jaar politicus Desi Bouterse: Van gevierde volksheld tot massamoordenaar

Je ontkomt er niet aan. Wie over de politiek van Suriname praat en de rol van Desi ‘Baas’ Bouterse daarbij niet noemt, is niet bij de les. Hij heeft na zijn machtsgreep van februari 1980 de basis gelegd voor een aantal positieve ontwikkelingen, maar in het kielzog daarvan of misschien tegelijkertijd daarmee schiep hij een situatie die corruptie en verspilling schijnt te faciliteren wanneer hij aan de macht is. De volksheld van 1980 is ruim veertig jaar later een door de rechter verklaarde massamoordenaar. 

Tekst: Ivan Cairo

Desiré Delano Bouterse (1945), de huidige president van Suriname, was van 1980 tot begin 1988 de politiek sterkste man in het land. In die periode had Bouterse vrijwel absolute macht nadat hij op 25 februari 1980 met vijftien andere onderofficieren van het Nationaal Leger aan de vooravond van de algemene verkiezingen die op 27 maart dat jaar zouden worden gehouden, een staatsgreep pleegde. Economisch ging het toen niet goed met Suriname en de arrogante regering-Arron had geen oor naar de noden van ontevreden militairen. Hij ging een gewapende confrontatie met de ontevreden militairen niet uit de weg. De politie werd afgestuurd op de volgens de regering "muitende" militairen en ze werden onder bedreiging van vuurwapens door de politie uit hun basis, de Memre Boekoe Kazerne, verjaagd. Een grotere vernedering voor de militairen was ondenkbaar.

Enkele weken later, in de nacht van 24 op 25 februari 1980, ondernam Bouterse samen met zijn 'blood brother' Roy Horb en veertien andere jonge ontevreden onderofficieren, een huzarenstukje door vrijwel met blote handen, de Memre Boekoe Kazerne en andere militaire objecten over te nemen en het hoofdbureau van politie aan de Waterkant in brand te schieten. Er vielen vier doden tijdens de staatsgreep. De coupplegers noemden hun machtsgreep een "revolutie". De 'bevrijders' werden door grote delen van de samenleving als helden verwelkomd. Delen van de vakbeweging alsook oppositiepartijen stonden op de stoep bij de nieuwe machthebbers met raad en daad.

Enthousiasme

Een Nationale Militaire Raad (NMR) werd gevormd, geleid door Bouterse. In de begindagen van de revolutie was die de regering van het land. Al snel werden overal in het land allerlei volksgerichte projecten uitgevoerd die zouden moeten resulteren in welvaart voor de mofinawan, de allerarmsten in de samenleving van stad, district en binnenland. Straten werden gemaakt, waarbij de leiders van de revolutie 'schouder aan schouder', met burgers letterlijk de handen in de modder staken. Via de zogenoemde Krin Kondre-actie, geleid door Horb, werd het land opgeschoond. Overal werden vuilnistonnen, gemaakt van gehalveerde lege olievaten, neergezet. Die werden later vervangen door grote plastic importvuilnisbakken.

Er was sprake van een no-nonsensebeleid. De niet afgemaakte woningbouwprojecten zoals Flora-A, die door Arron waren begonnen en halverwege stagneerden, werden afgerond. Flora-B werd uit de grond gestampt. Geyersvlijt en talrijke andere in stad en district volgden of werden uitgebreid. Mensen die jarenlang in prasi-oso hadden gewoond kwamen eindelijk in aanmerking voor een degelijke woning. Overal werden jobs gecreëerd. Het Centrum Index werd ingesteld. Dit instituut moest richting helpen geven aan de agrarische en industriële ontwikkeling en export van Suriname. Nog nooit eerder exporteerde Suriname op consistente basis zoveel rijst als in die periode.

Kentering

De euforie heeft evenwel niet lang geduurd: twee jaar. Politieke en maatschappelijke groepen begonnen zich te roeren. De beloofde verkiezingen en de terugkeer naar de democratie bleven uit en corruptie en vriendjespolitiek waren niet zoals beloofd verdwenen. Die vierden juist hoogtij onder het militaire bewind. De militairen hadden de macht geproefd en waren kennelijk niet bereid deze zo snel uit handen te geven. Het bewind werd steeds meer autoritair, tegenspraak werd niet geduld. Wie kritiek had op het beleid werd onmiddellijk afgeserveerd als a-nationalist, tegenstander van ontwikkeling, vijand van de revolutie, landverrader en wat dies meer zij. De militaire tegencoups bleven niet uit, maar die werden neergeslagen. Verdachten werden berecht of door een krijgsraad te velde vervolgd, ter dood veroordeeld en direct gefusilleerd.

De maatschappelijke onrust nam in 1982 zienderogen toe en geleid door De Moederbond culmineerde deze naar een climax. Behalve de vakbeweging kwamen ook de studenten van de universiteit op straat. In het nauw gedreven greep legerbevelhebber Bouterse in de nacht van 7 op 8 december in. Hij liet zestien vakbondsleiders, militairen, ondernemers, journalisten, advocaten en docenten van de universiteit van hun bed lichten en naar zijn toenmalig hoofdkwartier in Fort Zeelandia overbrengen. Op 8 december werden vijftien van de mannen doodgeschoten en alleen toenmalig voorzitter van vakbondsfederatie C-47, Fred Derby, werd in leven gelaten. Geschokt door het bloedbad trad de regering-Neijhorst op 9 december af en het kabinet geleid door Palu-exponent Errol Alibux trad op 28 februari 1983 aan. Ofschoon er formeel een premier was die het kabinet van ministers leidde, was Bouterse als voorzitter van het zogenoemde Beleidscentrum, de facto de regeringsleider.

Economische problemen

Nadat Nederland als gevolg van de Decembermoorden alle ontwikkelingshulp stopte kwam de regering in grotere problemen. Met steun van de ministerraad schortte de toen pas aangetreden minister van Ontwikkelingssamenwerking, Eegje Schoo, eind 1982 met onmiddellijke ingang alle hulp aan Suriname op. Het Militair Gezag reageerde in een brief aan de Nederlandse regering furieus en beschuldigde Den Haag ervan de stopzetting van de ontwikkelingshulp te gebruiken als "pressiemiddel om de interne situatie naar Nederlandse denkbeelden te voegen". De Surinaamse economie kelderde en er ontstond schaarste aan basislevensmiddelen. Het fenomeen van stijgende wisselkoersen, devaluatie en hyperinflatie stak de kop op. Vrijwel overal ontstonden lange rijen.

Om het volk onder de duim te houden, nam de dictatuur een steeds hardere vorm aan. De periode na de Decembermoorden werd gekenmerkt door hevige censuur en persbreidel: alleen het dagblad de Ware Tijd mocht verschijnen en alleen het radiostation SRS zond uit. Destijds was de STVS de enige televisiezender in het land; het station bleef dus in de lucht. Er werd een avondklok ingesteld, het recht op vergaderen werd zwaar beperkt en politieke activiteiten werden helemaal verboden. Uiteindelijk werd besloten het pad naar herdemocratisering in te zetten en werden de leiders van de KTPI, NPS en VHP betrokken. Het benoemde parlement maakte een nieuwe Grondwet en deze werd bij referendum door de bevolking aangenomen.

Oorlog

Intussen was het Jungle Commando van Ronnie Brunswijk, een ex-lijfwacht van Bouterse, in 1986 een gewapende strijd tegen het Nationaal Leger begonnen. Deze strijd eindigde in 1992 met een vredesakkoord. Inmiddels hadden officieel 87 militairen, zestig Jungle Commandoleden en ruim driehonderd burgers het leven gelaten. Dieptepunt in die periode was de Moiwanaslachting waarbij op 29 november 1986 een eenheid van het Nationaal Leger het marrondorpje Moiwana aanviel en daar 39 burgers, onder wie bejaarden, zwangere vrouwen en kinderen, doodschoot. Een strafrechtelijke vervolging naar deze massamoord heeft tot nu toe niet plaatsgevonden. Wel is de Staat Suriname door het Inter-Amerikaanse Hof voor de Rechten van de Mens veroordeeld vanwege deze grove mensenrechtenschending. De nabestaanden is smartengeld uitbetaald en namens de Staat heeft toenmalig president Ronald Venetiaan excuses aangeboden aan de nabestaanden en de Surinaamse samenleving.

Tegenslagen

Na de aanname van de Grondwet werden op 25 november 1987 verkiezingen gehouden, de eerste sinds de staatsgreep. De pas opgerichte NDP van Bouterse leed een verpletterende nederlaag en behaalde slechts drie van de 51 parlementszetels. Het Front voor Democratie en ontwikkeling, bestaande uit NPS, KTPI en VHP, kwam met 41 zetels binnen en Ramsewak Shankar (VHP) werd als president gekozen en Henck Arron (NPS) werd vicepresident. Op de achtergrond bleef Bouterse grote invloed uitoefenen. In de nacht van 24 op 25 december 1990 greep het leger weer in na een ruzie tussen bevelhebber Bouterse en president Shankar. Bouterse werd op Schiphol door de autoriteiten afgeschermd voor de media en geweerd daar zijn aanhangers toe te spreken.

De legerleider verweet Shankar die ook ter plekke was het onvoldoende voor hem te hebben opgenomen. Met een telefoontje naar Shankar werd de regering-Shankar/Arron toen afgezet. Een interim-regering, geleid door president Kraag en vicepresident Jules Wijdenbosch, kwam toen in het zadel. Op 24 mei 1991 won het Nieuw Front de verkiezingen en Ronald Venetiaan werd voor de eerste keer als president gekozen. De NDP groeide en won twaalf zetels in het parlement. In 1993 bereikte de relatie tussen leger en regering een dieptepunt en werd de legerleiding met Bouterse als bevelhebber ontslagen. Arthy Gorré kreeg het roer in handen met de opdracht het leger te reorganiseren en te democratiseren.

Echter, de tegenslagen voor Bouterse hielden niet op. In 1994 begon de Nederlandse justitie een gerechtelijk vooronderzoek naar zijn vermeende betrokkenheid bij grootschalige cocaïnesmokkel van Suriname naar Nederland en witwassen. Bij de verkiezingen van mei 1996 won het Nieuw Front opnieuw de meeste zetels, maar door het overlopen van de KTPI en een deel van de VHP kon de NDP van Bouterse toch de regering vormen. Hij schoof Wijdenbosch naar voren als president en trok op de achtergrond aan de touwtjes. Wijdenbosch benoemde Bouterse tot adviseur van Staat. In 1997 kreeg Bouterse de zoveelste tegenslag te verwerken. Nederland vaardigde een internationaal opsporingsbevel tegen hem uit bij Interpol. Diplomatie en politiek topoverleg met Den Haag hielpen niet het opsporingsbevel te doen opheffen en de internationale bewegingsvrijheid van Bouterse werd in feite tot nul gereduceerd.

Door verschil van inzichten ontsloeg Wijdenbosch begin april 1999 Bouterse als adviseur van Staat. De zoveelste tegenslag, maar Bouterse liet die gelaten over zich heen komen. Hij noemde het ontslag "terecht", omdat hij kritiek had geleverd op het beleid van zijn vertrouweling. "De president heeft het recht mij te ontslaan wanneer ik kritiek heb op zijn beleid. En ik heb kritiek. Ik wil geen deel zijn van dit beleid", zei Bouterse tijdens een massameeting van de NDP. In de regeerperiode-Wijdenbosch/Radhakishun met Bouterse als dirigent op de achtergrond werden twee bruggen gebouwd over de Suriname- en Coppenamerivier en het landelijke asfalteringsproject door het Chinese Dalian werd ingezet. Later zou blijken dat de bruggen vanwege corruptie te veel hebben gekost. Bruggenbouwer Ballast-Nedam heeft smeergelden betaald om het contract te krijgen en werd jaren later in Nederland veroordeeld tot het betalen van een boete.

Drugs

In 1999 werd Bouterse wegens zijn vermeende aandeel in een mislukt drugstransport van 474 kilo cocaïne, de zogenaamde Stellendam-zaak, veroordeeld tot een gevangenisstraf van zestien jaar. In hoger beroep werd dat verlaagd naar elf jaar. Voor zijn betrokkenheid bij andere drugstransporten of deelname aan een misdaadorganisatie vond de rechterbank onvoldoende of geen bewijs; hij werd op die punten van de aanklacht vrijgesproken. Jaren later zou blijken dat kroongetuige Patrick van Loon door de Nederlandse justitie was omgekocht om in de Stellendam-zaak leugenachtige verklaringen tegen Bouterse af te leggen. In een uitgebreid onderzoek hebben journalisten blootgelegd hoe deze manipulatie heeft plaatsgevonden. Bouterse ging bij de Hoge Raad in cassatie tegen het vonnis.

Decemberzaak

Toen in 2000 verjaring van de vervolging van de Decembermoorden dreigde, dienden nabestaanden van de vijftien vermoorde mannen een verzoekschrift in bij het Hof van Justitie om dat te stuiten. Het verzoek werd gehonoreerd en het Openbaar Ministerie kreeg het bevel om een strafrechtelijk onderzoek in te stellen tegen de betrokkenen. Nadat het gerechtelijke vooronderzoek was afgerond stonden er 25 verdachten op de lijst, met Desi Bouterse als hoofdverdachte. Met hem werden ook enkele coupplegers van februari 1980 verdacht van de slachtpartij. In november 2007 begonnen te Boxel in een speciaal daarvoor ingericht gerechtsgebouw de strafzittingen door de Krijgsraad die bestaat uit een militaire en burgerkamer.

Het proces kende talrijke onderbrekingen en uiteindelijk deed auditeur militair Roy Elgin een strafeis van twintig jaar tegen Bouterse en enkele andere verdachten. Voor enkelen werd vrijspraak gevorderd. Op 29 november 2019 deed de Krijgsraad uitspraak in deze spraakmakende en slepende strafzaak. Bouterse werd wegens medeplegen van moord op de vijftien tegenstanders van zijn bewind in december 1982 bij verstek veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf. Op dat moment bevond Bouterse, die intussen vanaf 2010 president is, zich op staatsbezoek in China. Tegen het vonnis heeft hij verzet aangetekend.

Nieuwe verworvenheden

De NDP won de verkiezingen van mei 2010 en in september werd Bouterse geïnstalleerd als president. Hij beloofde een kruistocht te houden tegen corruptie en een sterk sociaal gerichte ontwikkelingsprogramma te zullen uitvoeren. Grootschalige asfalteringsprojecten werden geïnitieerd of verlengd en uitgebreid. Ook werd een ambitieus huisvestingsbeleid uitgezet, waarbij enkele honderden volkswoningen zijn gebouwd, maar ook kwamen er projecten voor middenstanders die via gunstige voorwaarden in aanmerking konden komen voor een hypotheek. Er werd een sociaal zekerheidsstelsel geïntroduceerd waarbij de minderdraagkrachtigen in aanmerking kwamen voor een door de overheid gesubsidieerde ziektekostenverzekering die momenteel in haar voegen kraakt, de ouderdomsuitkering werd verhoogd en de kinderbijslag aanzienlijk opgetrokken.

Ook werd een minimumloon bij wet ingesteld en er kwamen talrijke andere wetten voor de verdere ordening van de sociaal-maatschappelijke, bestuurlijke en financiële sector. Wanneer Bouterse op 25 februari herdenkt dat hij veertig jaar geleden een succesvolle staatsgreep pleegde, wordt zijn regering geplaagd door een enorm schandaal bij de Centrale Bank, een Surinaamse munt die steeds verder in waarde afneemt, stijgende prijzen van goederen en diensten en toenemende onrust in de samenleving. Op 25 mei doet hij opnieuw een gooi naar het presidentiële pluche.

klik voor meer Vandaag