Registreren | Inloggen       Colofon
  •  
  • Home
  • 'Gezworen heb ik, als het ware, nooit weer in Suriname te zullen wonen'

'Gezworen heb ik, als het ware, nooit weer in Suriname te zullen wonen'

05/04/2021 12:06 - Van onze redactie

Auteur Astrid Roemer werd ontvangen door president Chandrikapersad Santokhi.

Auteur Astrid Roemer werd ontvangen door president Chandrikapersad Santokhi. Foto: Zaira Roemer  

PARAMARIBO - Het is feest in Suriname. Astrid H. Roemer (73) heeft de belangrijkste prijs voor literatuur gewonnen. De Prijs der Nederlandse Letteren wordt één keer in de drie jaar uitgereikt aan een auteur, voor het gehele Nederlandstalige oeuvre: romans, verhalen, poëzie en essays. Sinds de eerste uitreiking in 1956, is dit de vierde keer dat de prijs een vrouw te beurt valt. Roemer wenst de haar toegekende eer op te dragen aan haar recent overleden moeder, Heligonda Louisa Cornelia Roemer. De redactie van Mens en Maatschappij stelt de laureaat vragen, die zij met een open hart beantwoordt.

De grootste schrijvers hebben hem mogen ontvangen en de prijs heeft als doel de Nederlandstalige cultuur, binnen en buiten het taalgebied, onder de aandacht te brengen. De prijs wordt afwisselend uitgereikt door de Nederlandse en de Belgische koning en de geldprijs van veertigduizend euro wordt toegekend door de Nederlandse Taalunie, die zich laat adviseren door een onafhankelijke jury. Dit jaar, in oktober, zal de Surinaamse schrijfster Astrid H. Roemer de prijs ontvangen in Brussel, uit handen van de Belgische koning.

 

U bent in Suriname als onderwijzeres opgeleid, en wat je aan de basis leert, sijpelt door in alles wat je doet in de rest van je leven. Zijn er elementen in uw werk die voortkomen uit een pedagogisch-didactische insteek?

"Ik denk van niet. Mijn werk wil absoluut niet belerend zijn. Wat de Surinaamse Kweekschool mij heeft bijgebracht, is een soort van vertrouwen in mijn eigen kunnen. Drie topdocenten waren behoorlijk onder de indruk van mijn publicaties, als vijftienjarige al. Docent Van Gisbergen, die Nederlands doceerde en mijn gedichten naar de schoolkrant Docendo Dicimus bracht ter publicatie. Mevrouw Eva Essed-Fruin, neerlandica aan de AMS, die mij vroeg het jubileum van haar middelbare school te verslaan voor hun schoolkrant Het Pennewippertje en mij naderhand een baan aanbood bij de Regerings Voorlichtingsdienst. En dan pedagoog-didacticus tevens directeur van de Surinaamse Kweekschool, een landgenoot en vers uit Nederland: Wim van Eer, die mijn werk en mij zo bewonderde, dat hij bleef in mijn persoonlijk bestaan als de man die mij de ruimte gaf om te schrijven en om te publiceren tot ik een Nederlandse uitgever kreeg in Jos Knipscheer, de oprichter van de in ons land zo bekende uitgeverij IndeKnipscheer, gevestigd te Haarlem."

 

Aan de basis van alles ligt natuurlijk Suriname, een land van uitersten. Iemand die het land verlaat, keert weer. 'Wie onder de palmen wandelt, keert terug', zoals Goethe zei. Wat is momenteel de reden voor uw verblijf hier? Zijn er nog nauwe familiebanden?

"Gezworen heb ik, als het ware, nooit weer in Suriname te zullen wonen. Echter, de onverwachte dood van mijn hoogbejaarde moeder heeft mij getroffen als een weerlicht en sindsdien wil ik nergens anders zijn dan zo dicht mogelijk bij fysieke zaken die herinneringen aan mijn moeder dragen, en daaronder valt mijn familie uiteraard ook."

 

Uw moeder was een belangrijke factor in uw leven en uw werk. In een gedicht (Moederbeelden 2012) schrijft u over vriendinnetjes: 'zodra ze jou zagen / verschijnen stamelend: kijk je moeder! / Hoe heb ik onbevreesd jouw / kind kunnen zijn?' U heeft zich aan haar borst gekoesterd, en u voelt veel liefde voor haar, u 'aanbidt haar schaamteloos'. Wat maakte dat zij een ontzagwekkende figuur was voor kinderen?

"Mijn moeder was onvoorstelbaar toegewijd. Zorgzaam, beschermend en liefdevol. Hoe zij als alleenstaande, werkende moeder en zeer aantrekkelijke dame, haar gezin op waardige wijze overeind heeft weten te houden, is zoals zij zelf dikwijls zei: 'Dankzij de genade van God'. Ik weet gewoon, dat haar intelligentie en levensmoed, plus haar vertrouwen in ons, haar vier kinderen, de kracht moet zijn geweest die haar voortdreef. Ik ben haar oudste kind en nooit heeft zij de zwaarte van het bestaan op mijn schouders gelegd. Ik heb haar schaamteloos aanbeden ja."

 

Moeder is bloed, en bloed is een essentieel leidmotief door uw gehele werk heen. Bloed staat voor leven, voor liefde en dood. Zijn uw eigen sentimenten ten opzichte van bloed door de jaren heen veranderd?

"Ik weet niet precies wat ik heb met bloed. Er zijn maar weinig gebeurtenissen in mijn leven geweest waarin bloed een indrukwekkende rol heeft gespeeld. Mijn maandstonde heb ik ervaren als erg onaangenaam, ook al had ik nooit pijn. Bloed is voor mij ontegenzeggelijk verbonden met geboorte en dood en daar blijft voor mij iets mysterieus aan hangen. En ja, rood licht is het soort licht dat ver weg is, terwijl blauw dichterbij komt in termen van zichtbaar zonlicht."

 

U schrijft heel beeldend en zintuigelijk. Als een boek verfilmd zou worden, zit u boven op de smaken en geuren. De kleur van een gewaad wordt zelfs aangeleverd. Alles is om waar te nemen, maar ook te verduidelijken. Is blauw/groenblauw uw lievelingskleur?

"Mijn lievelingskleuren zijn eigenlijk geen kleuren, namelijk wit en zwart. Maar ik geniet enorm van felle kleuren overal en begrijp niet hoe flora en fauna het klaar hebben gespeeld zich zo te draperen in kleur."

 

Liefde is bepalend voor het levensgevoel van de mens. En aan liefde zijn allerlei motieven gekoppeld. Zo schrijft u in een nawoord bij een herdruk van 'Neem mij terug Suriname' (Conserve 2005), dat deze debuutroman gaat over een man die de vrouw van wie hij houdt maar niet vergeten kan. Hier komen vragen uit voort als: wat is ware liefde en hoe verhoudt die zich tot lichamelijke liefde. Heeft u een antwoord gevonden op die vragen, naarmate u ouder bent geworden?

"Sinds ik na mijn zeventigste zo af en toe ben gaan kijken naar wat porno precies is, ben ik tot de conclusie gekomen dat verlangen en beleven van seksueel genoegen los kunnen staan van wat doorgaat voor ware liefde. Ik moet bekennen dat seks echt lekker is en verslavend kan werken ook, maar dat de menselijke natuur toch is gezegend met een heerlijke mogelijkheid om te worden aangezet tot paren opdat onze soort niet uitsterft."

 

Door uw literatuur heeft de lezer veel inzicht kunnen krijgen in Suriname. Wat is het belangrijkste wat u over uw moederland in uw werk hebt willen meegeven?

"Een moeilijk te beantwoorden vraag. Ik heb vooral een boeiende relatie opgebouwd met de Nederlandse taal en geprobeerd te articuleren wat mij heeft geraakt als Astrid Heligonda Roemer: als vrouw, als Surinaamse, als nazaat van slavernijarbeiders en Europese kolonisten, en als wereldburger." Een van de delen van de veelgeroemde 'Drieling'('Gewaagd leven' 'Lijken op Liefde' 'Was Getekend') is 'Lijken op liefde'. De schrijver bedoelt iets te zeggen, maar taal is altijd multi-interpretabel, voor meerdere uitleg vatbaar. Daarom is taal ook een wapen. Er waren verschillende verklaringen mogelijk: het gelijkt op liefde (a gersi lobi), lichamen liggen boven op de liefde en bedekken die, of er zijn baby's (liefdesproducten) op sterk water (ethylalcohol) gezet. Dat laatste is wellicht vergezocht. Laat u uw werk los, of denkt u soms nog na over interpretaties die lezers - of recensenten - er in zien? "Ik heb moeten accepteren dat mijn werk vatbaar is voor diverse uitleg. Dit is moeizaam gegaan hoor. 'Lijken op Liefde' het tweede boek van mijn trilogie verwijst (evenals alle andere titels van werk van mij) naar diverse zaken: abortus, politieke moorden, relaties van geliefden enzovoort."

 

Bij elk afgerond boek sluit u - zodra het naar de drukker gaat - een hoofdstuk uit uw leven af. Blijft u er dan nog mee bezig, zoals met een kind dat het nest verlaat, of laat u de personages achter u?

"En ja, zodra een nieuw boek van mij in de boekhandel ligt, keer ik het liefdevol de rug toe want dan is het van het volk en niet langer van mij. Dan breekt er een tijd aan waarin ik intens contact maak en heb met dierbaren om te herstellen wat gebroken is geraakt tijdens mijn afwezigheid."

 

De Prijs der Nederlandse Letteren is voor uw gehele oeuvre, romans, poëzie, verhalen. De roman is uw belangrijkste literaire medium. Als u zelf mocht kiezen, welk werk zou u dan als eerste aanbevelen aan de lezers in Suriname, als voorproefje op het andere werk?

"Het zou goed zijn om te beginnen met de trilogie. 'Gebroken Wit' kan ook uitnodigend zijn. 'Nergens Ergens', de mooie herschreven versie van 'Neem mij terug Suriname' leest ook prettig en dan 'Over de gekte van een vrouw' mijn succesvolle Nederland debuutroman en 'Levenslang gedicht' dat gelezen kan worden als een herdenkingsmonument of de verwerking van een verkeersongeval met dodelijke afloop. Vergeet niet mijn autobiografisch werk, mijn gedichten, mijn liederen. Lezen eist een lezer op en vergt tijd. In ons land gebeurt zoveel tegelijkertijd en overleven is er prioriteit nummer1 en dat is begrijpelijk."

 

Als auteur hoeft u niets meer te bewijzen. Maar elke samenleving met verschillende etniciteiten heeft complexiteiten. Uw werk is nu bijzonder actueel, in het licht van de verwerking van het slavernijverleden. Hebt u het gevoel alsof u nog moet bijdragen aan het tegengeluid tegen racisme?

"Ik heb het gesprek over racisme gestart in Paramaribo en in Nederland in de jaren zeventig. Honderden lezingen. Interviews en workshops. Oudere Surinamers weten dat, want zij moedigden mij aan waar zij mij toevallig tegenkwamen. Mijn publiek was autochtoon Nederlands. De strijd tegen Zwartepiet is zelfs een centrifugerend actiethema geworden voor huidige generaties. Het doet mij zo goed dat daarmee ook het slavernijverleden aandacht krijgt."

 

Liefde is ook gekoppeld aan het moederland, Suriname. Er lijkt een intrinsieke aandrang in uw romans om Suriname te willen 'verschonen'. In later werk is uw moederland niet meer zo nadrukkelijk op de voorgrond. Heeft dit ook te maken met uw afwezigheid en dat het Europese samenleven zich meer en meer aan u heeft geopenbaard?

"Ik heb per slot van rekening ruim veertig jaar in Nederland gewoond en heb alles wat ik ben vooral te danken aan de kansen die ik nam en soms kreeg om auteur te zijn in de Nederlandse samenleving. Ik heb mijn lieve moeder en mijn geboortestad Paramaribo ervoor opgeofferd en uiteindelijk is de beloning niet uitgebleven. Nu ik zowat voor lang woon in Suriname ontdek ik wat nog te verbeteren valt bij ons op het gebied van rigide etnische voorkeuren. Voorzichtig meng ik mij per sociale media weleens in het opkomende debat. Onze landgenoten hebben allen nog een lange weg te gaan ook in het daadwerkelijk accepteren van elkaar als gelijkwaardige medemensen. Het is ook niet makkelijk. Wij vormen de jongste natie op planeet aarde. En onze moeizame start maakt overleven niet makkelijker. Met bewondering kijk ik naar hoever jullie toch zijn gekomen met vallen en opstaan. Ik ben trots op mijn landgenoten die hebben volgehouden soms omdat ze niet anders konden en vaak uit vertrouwen in de ontwikkeling van dit grondgebied dat we Suriname noemen. Ik heb nog een lange weg te gaan als publicist. En omdat ik geen belangengroepen dien zal ik weleens romans schrijven die zich niet afspelen in een Surinaamse context. Mijn novelle 'Olga en haar driekwartsmaten' is daarvan een voorbeeld. Maar u heeft gelijk: nooit zullen mijn niet te veranderen levensfeiten verdwijnen uit wat ik als scheppend kunstenaar articuleer."

Share on Facebook    

Gerelateerde artikelen

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina