Registreren | Inloggen       Colofon
  •  
  • Home
  • 'Ik vraag de samenleving wat geduld met mijn zonen'

'Ik vraag de samenleving wat geduld met mijn zonen'

30/08/2020 14:15 - Lloyd Djendje

Vicepresident Ronnie Brunswijk met zijn moeder Agnes.

Vicepresident Ronnie Brunswijk met zijn moeder Agnes. Foto: collectie Agnes Brunswijk  

MAROWIJNE - Ronnie Brunswijk is zo'n imposante figuur dat het moeilijk is voor te stellen dat de man ooit eens een kleine jongen is geweest. Zijn moeder Agnes Brunswijk is zeer trots op haar zoon die ze beschrijft als een weldoener. Volgens haar diende de turbulente periode in zijn leven om hem sterk te maken. "Ik weet niet of zij, die uitschelden, zelf zo een goed hart hebben om zoveel armen uit de nood te helpen."

Bovenaan een rij houten masten langs de Oost-Westverbinding wapperen geelzwarte Abop-vlaggen heftig mee met de voelbare oostenwind voor het kamp van Agnes Brunswijk. Binnen is het stil en even moet er gezocht worden waar de 86-jarige seniorenburger is, die de moeder is van Ronnie Brunswijk, vicepresident van Suriname.

De zoektocht werpt vruchten af. Zij is achter in het kamp en samen lopen we terug naar een hutje waaronder een jonge vrouw druk bezig is pas geraspte cassave te prepareren voor het bakken van kwak. Wijzend naar de tonnen met geraspte cassave zegt moeder Brunswijk: "Eén is voor Ronnie en die andere is voor mij bestemd."

Met een onderbreking van enkele jaren gedurende de Binnenlandse Oorlog woont moeder Brunswijk al sinds haar 35ste jaar in dit kamp met 'Baa Miekie', de vader van haar zoon. Baa Miekie stierf enkele jaren na de Binnenlandse Oorlog die geduurd heeft van 1986-1992. Zijn dorp was Moengo Tapoe, maar hij koos op een gegeven moment ervoor om in het kamp tussen Moengo Tapoe en Albina te wonen, waar hij met zijn vrouw de kostgrond bewerkte.

Volgens moeder Brunswijk is haar dorp Morakondre, wat is beslist volgens de moederlijn zoals wordt bepaald bij de Aucaners. Haar vader was afkomstig uit Peto-ondro, waar moeder Brunswijk is grootgebracht. Later is haar vader met zijn gezin gaan wonen bij Zink Kampoe aan de Lijnweg in Moengo.

 

Stoute jongen

Naast haar woning zitten we in een andere hut aan een mooie eettafel voor het interview. Moeder Brunswijk vertelt dat zelfs in haar buik er tekenen waren dat Ronnie een bijzonder mens zou worden. Maar dat hij in de verre toekomst de tweede man van het land zou worden had zelfs zijn moeder niet kunnen bevroeden.

"Wij woonden nog in Moengo Tapoe begin jaren zestig toen ik zwanger werd van Ronnie. Heel vaak liet hij mij schrikken. Ik vroeg me altijd af waarom die jongen zo stout was in mijn buik. Eens was ik bij de kreek om de afwas te doen, toen in gewoon uit het niets in elkaar zakte. God zei dank was er ook een jong meisje daar dat mij zag en mij hielp om mijn hoofd boven water te houden. Met veel moeite lukte het om weer aan wal te komen."

Ronnie ging na de basisschool naar Paramaribo voor zijn verdere opleiding. "Zonder dat wij als ouders er lucht van kregen heeft legerleider Desi Bouterse mijn zoon gerekruteerd om in de militaire dienst te gaan. We zaten hier in het dorp toen we een jonge man in militaire kleding thuis zagen komen. Wat een dag was dat toen."

Ronnie werd later als een dappere soldaat uitgekozen tot lijfwacht van dezelfde Bouterse. "Ik weet niet wat de ruzie was tussen die twee, want hij ging met ontslag. Toen hij de bank in Moengo overviel was ik natuurlijk niet blij. Welke moeder gaat daarover blij zijn? Opeens leverde hij strijd tegen het regime van Bouterse. Ik vroeg me aldoor maar af welke bedoeling God had met deze zoon. Want hij was geen jongen met een slecht hart, maar juist behulpzaam voor anderen. En tijdens de Binnenlandse Oorlog heb ik juist meegemaakt hoe goedhartig Ronnie was."

De wijze waarop hij de vele dorpelingen uit de regio hielp om veilig te vluchten naar de Franse kant tijdens de oorlog. Ook hoe hij met gijzelingen van het Nationaal Leger omging vond zijn moeder indrukwekkend. "Toen hij later in de politiek stapte drong het nog steeds niet tot me door, maar na jaren ervaring met Ronnie kan ik alleen concluderen dat Jezus Christus hem gestuurd heeft in Suriname om te werken aan de bevrijding van velen in de samenleving. Al geven ze mijn zoon die eer niet, ik weet wel dat bevrijding van de Surinamers, ongeacht wie die ook zijn, een goddelijke missie is van hem", zegt moeder Brunswijk.

Ze vertelt dat haar andere zoon Leo Brunswijk en vele andere mannen van Marowijne door Bouterse waren opgepakt en opgesloten. "Ik bad dag en nacht voor voornamelijk de kinderen van de andere ouders. Op gegeven moment zijn ze samen weer vrijgelaten. Ik voelde echt mee met de andere moeders." Volgens de moeder van de vicepresident was het de grote zorg van zijn ouders dat hun zoon zo heftig heeft gestreden in de Binnenlandse Oorlog tegen het dictatoriale bewind onder leiding van Desi Bouterse voor wie hij eerst als lijfwacht diende. "Ronnie teki pina furu fu libisma ede."

 

Vluchten

Ronnie ging in 1984 met ontslag als lijfwacht van Desi Bouterse, leider van het Militair Gezag. In 1986 werd hij leider van het Jungle Commando (JC) in Suriname, volgens hem was de binnenlandse strijd bedoeld om het regime van Desi Bouterse omver te werpen. Het leger van Bouterse heeft de overvallen van Ronnie en groep niet onbeantwoord gelaten. Er ontstonden de welbekende represaillemaatregelen tegen familie en dorpsgenoten van Brunswijk: het bloedbad van Moiwana, inval en beschietingen op zijn moeders dorp Morakondre in de richting van Patamacca en in Moengo Tapoe. Het eerste slachtoffer was een kind van Morakondre. De vader en moeder van Ronnie hebben samen veel moeten incasseren om hun zoon. Om zijn Jungle Commando moesten zij op de vlucht slaan, vrezend voor de rest van het gezin.

De hulp die sommigen gaven onderweg ervaart Brunswijk nog steeds als geweldig: opvang en verzorging. Na in Dantapoe, het laatste dorp van de Cotticarivier, te hebben vertoefd, moesten ze verder vluchten naar Gransanti op Frans grondgebied. Daar werden ze na een bepaalde tijd door de Franse districtscommissaris uit voorzorg en angst in samenwerking met de Suriname regering terug gestuurd naar eigen boden.

"We gingen toen op Stoelmanseiland wonen. De Fransen hebben ons helemaal daar humanitaire hulp gegeven: medische steun en voeding voor het eiland. Van alles en nog wat waren ze op de hoogte. De fransen hadden een goede samenwerking met Ronnie." Dat er een internationaal opsporingsbevel tegen haar zoon is uitgevaardigd slaat zij niet in de wind, maar ze ondersteunt geen acties die ze typeert als "om Ronnie steeds negatief in het nieuws plaatsen."

 

Liefde en haat

Heel emotioneel, maar met een zelfverzekerde houding deelt moeder Brunswijk haar ervaringen op weg naar de uitverkiezing van haar zoon tot vicepresident van Suriname. "Ronnie heeft geen slechte bedoelingen met mensen. Hij is altijd bereid dingen voor anderen te doen. Velen schelden hem vies en vuil uit, maar zonder terug te antwoorden gaat hij dezelfde mensen helpen wanneer zij roepen. Ik weet niet of zij, die uitschelden, zelfs zo een goed hart hebben als vele armen met hun nood zouden komen staan voor hun deur", aldus het moederhart.

"Het doet mij pijn dat zijn vader al overleden is, waardoor wij niet samen deze fase van de ontwikkelingen in het leven van onze zoon kunnen meemaken." Nog steeds volgt zij als moeder stipt de verrichtingen van haar zoon op de voet. Zij heeft hem jaren geobserveerd en bestempelt hem als een man met een gouden hart. Eens in haar bijzijn in een bus durfde iemand negatief te praten over Ronnie, wat haar zeer griefde. "En u moet goed opletten, Ronnie is ook steeds een steun voor andere politieke leiders in dit land. Hij heeft altijd politieke steun gegeven aan verschillende kampen in de politieke arena om deze en die aan de macht te helpen."

De moeder spreekt van geluk dat er ook mensen zijn die Ronnie waarderen voor zijn goede daden. Ze staan achter hem in de politieke strijd voor een beter Suriname in het algemeen en voor het binnenland in het bijzonder. Die groep bestaat volgens moeder Brunswijk niet alleen uit marrons. "Ik zie mensen uit de verschillende etnische groepen hier komen om Ronnie te zien. Daardoor ben ik een moeder van velen geworden. Ik zie een Suriname waar we van elkaar houden, uit fouten leren, elkaar vergeven en waarderen. Gaat u maar ervan uit dat president Chandrikapersad ook mijn zoon is. God heeft nu aan hem en Ronnie de kans gegeven om Suriname uit een diep dal te halen. Ik bid dagelijks voor hen dat zij het niet verkeerd aanpakken."

 

Kalebas van goud

Moeder Brunswijk illustreert Suriname als volgt: "Mama Sranan heeft in Paramaribo een denkbeeldige schone tafel waarop een kalebas omkleedt met goud voorkomt. Als je als leider niet goed omgaat met het leiden van het land, dan worden de tafel en kalebas van goud bevuild. Vanwege het slechte beleid van de vorige regering werd het behoorlijk vuil. Bij het aantreden van de nieuwe regering op 16 juli 2020 is de tafel met kalebas weer helemaal schitterend en schoon. Als het team van Santokhi en Brunswijk met de pet ernaar gooit dan zal alles weer vuil worden. Hun taak is om de tafel schoon te houden door goed beleid voor land en volk. Ze moeten goed samenwerken en samen discriminatie uitbannen. Ik vraag de samenleving geduldig te zijn met mijn zonen. Geef hen als koppel ook ruimte om zaken eerst aan te pakken voordat er geroepen wordt dat ze niet capabel zijn", zegt moeder Brunswijk.

Als voorbeeld noemt zij het bezoek van de trekker van politieke partij Abop in Nickerie, Radjindrakoemar Ramdhin. Samen met zijn gezin heeft Ramdhin op uitnodiging van moeder Brunswijk een bezoek gebracht aan haar. "Hier hebben we lekkere bara zitten eten", zegt zij. Ramdhin en zijn vrouw Marlene noemen haar nu ook moeder. "Zo ervaren we haar sinds onze eerste ontmoeting in Paramaribo. Dat we haar hier in het kamp zijn komen zien zegt al alles van onze band." Het koppel ondersteunt de Abop al elf jaar in Nickerie. "De eerlijke en liefdevolle behandeling van Ronnie trekt ons aan. En nu willen een tegenbezoek van u", zegt Ramdhin met een brede smile aan moeder Brunswijk.

Nu haar zoon vicepresident is geworden, ziet ze meer dan ooit waarom hij door de gevaarlijke situaties moest gaan. "Ik ben erg trots op Ronnie als de eerste bosneger van de Kasti Djoe lo die deze hoge functie heeft bekleed. Ik roep de achterban van de samenwerkende politieke partijen op en alle andere Surinamers om de regering te ondersteunen met gepaste kritiek. Maar u moet hen niet meer uitschelden."

Share on Facebook    

Gerelateerde artikelen

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina