Registreren | Inloggen       Colofon
  •  
  • Home
  • 'Geen enkele moeder baart een zwerver'

'Geen enkele moeder baart een zwerver'

28/06/2020 12:03 - Amanda Palis

'Geen enkele moeder baart een zwerver'

 

PARAMARIBO - Steeds meer mensen slapen op straat. En de nadruk ligt daarbij op het algemene, want het zijn niet allemaal drugsverslaafden of geestelijk gestoorden. Enkele van hen doen hun verhaal tegenover de Ware Tijd en dan daagt het: het kan eenieder overkomen.

Het voelt elke keer ongemakkelijk aan wanneer bij een stoplicht een jonge man of vrouw die eigenlijk in de bloei van zijn leven zou moeten zijn, staat te bedelen voor een bordje eten. De eerste gedachten die bij je opkomen zijn vaak: "So wan bun bun suma pikin", "hij zal wel een junkie zijn" of "waarom gaat die niet werken?"

Maar schijn kan bedriegen, want niet wanneer een zwerver of een dakloze op straat is, wil dat zeggen dat die een drugsverslaafde is. "Niemand vraagt erom om op straat te wonen, geen enkele moeder baart een zwerver. Je gaat niet naar school om zwerver te worden. Soms zijn de omstandigheden in je leven zodanig dat die je ertoe drijven", zegt Ronald Fernandes, die al bijna drie jaar op straat woont.

In een openhartig gesprek vertelt hij zijn verhaal aan de Ware Tijd. Hoe hij van eigenaar van een goed draaiend bedrijf belandde op straat waar hij nu moet bedelen om te kunnen overleven. "Ik was altijd één van de mensen die zei dat alle zwervers junkies zijn, maar nu weet ik in elk geval beter. Ik zei ook altijd dat ik nooit op straat zou slapen. Intussen doe ik dat al bijna drie jaar", zegt Fernandes die ooit eens tot de sociale elite behoorde. "Ik had een bedrijf, vrouw en kinderen en een dak boven mijn hoofd. In enkele momenten was alles weg", zegt hij terwijl hij voor zich uit staart.

Nu slaapt hij in zon of regen op de steiger langs de Waterkant achter het gebouw van De Nationale Assemblee. "Ik slaap daar … bij de steiger, daar is 'mijn kamer' en de Surinamerivier is mijn zwembad." Ondanks de omstandigheden probeert hij zijn sobere bestaan met een vleugje humor te doorstaan.

 

Blind geworden

In een nette bruine pantalon en zwarte poloshirt zit hij aan de kade bij de Waterkant, bij de oude stenen trap, waar hij zijn leven uit de doeken doet. Naast hem zitten een oudere heer met een grote rugtas op zijn schoot en een wat jongere man die beiden achterdochtig kijken, terwijl ze benaderd worden voor een interview. "Ik vind het niet erg om mijn verhaal te vertellen, ik weet dat niet alle daklozen hun verhaal willen vertellen, omdat men altijd shit met ons wil uithalen dus zijn we nogal wantrouwig", zegt Fernandes.

Op de vraag hoe hij op straat is beland gaat hij terug naar toen hij als achttienjarige de dienstplicht in moest gaan. "Ik was één van de militairen die heeft gevochten tijdens de Binnenlandse Oorlog in de jaren tachtig. Er werd ons zoveel beloofd, onder meer dat we opgevangen zouden worden, maar jammer genoeg zijn we als honden in de steek gelaten door Bouterse", merkt Fernandes wrang op. Hij raakte gewond tijdens de oorlog, een kneuzing aan zijn wervelkolom maakte dat hij langzaam aan zijn zicht verloor. "Doordat mijn zicht kwam weg te vallen was het haast onmogelijk om mijn bedrijf draaiende te houden. Ik kon mijn bedrijf niet meer in stand houden, mijn hypotheken niet meer betalen en nu ben ik alles kwijt: bedrijf, vrouw en kinderen", vertelt de ex-militair die nu zeer wazig ziet.

Het accepteren van zijn tekortkomingen ging niet over een leien dakje. Naast zijn beperking had hij te maken met een posttraumatische stressstoornis die hij ook heeft overgehouden van zijn ervaringen tijdens de Binnenlandse Oorlog. "Nadat de arts bij wie ik onder behandeling was mij vertelde dat mijn zicht steeds slechter zou worden en dat er niets aan te doen was, was het een grote klap." In eerste instantie nam zijn familie hem niet serieus en lachte elke keer als hij tegen dingen aanliep. "Tja, ik was bekend als de grappenmaker thuis en niemand nam me serieus. Maar ik raakte wel geïrriteerd als ze elke keer zaten te lachen en die agressieve militair van me kwam toen naar boven", vertelt Fernandes. Als klap op de vuurpijl besloot zijn levenspartner van 28 jaar dat ze het niet meer aankon. "Ik kan niet meer leven met een gehandicapte man zonder inkomen, is wat ze tegen me zei. En het is de domme trots van mannen die maakt dat je stoer en dom doet en dan zeg je dingen die het alsmaar erger maken zoals 'betre yu ben kiri mi ini mi sribi'. Ik kon anders hebben gereageerd, maar goed het kwaad was al geschied", blikt Fernandes terug. Een baan kunnen vinden met zijn beperking leek hem toen onmogelijk.

 

Andere groepen

Net als hem zijn er anderen die de straat tot hun 'thuis' hebben gemaakt. De groepen zijn heel erg divers. "Je hebt inderdaad een groep van verslaafden die zich op de straten begeven, maar je hebt ook mannen net als ik, militairen, die hebben gevochten in het binnenland. In de tien jaar dat Bouterse daar zat als president heeft hij niks voor ons gedaan, terwijl wij in een oorlog voor hem hebben gevochten", klinkt het wat verbitterd. "Het laatste dat hij aangaf was dat hij voor de veteranen die hebben gevochten een vergoeding van SRD 10.000 zou regelen en ik was blij en had nog gehoopt dat er inderdaad nog wat van zou komen", vertelt Fernandes.

In de jaren als zwerver op straat heeft hij verschillende groepen kunnen identificeren die net als hij lotgenoten zijn. "Het verschil is de omstandigheid waaronder ze op straat zijn beland. Vele van de mannen zijn of verstoten door hun familie om één of andere reden, door huiselijke problemen met hun vrouw die een beschermingsbevel tegen ze heeft aangevraagd en daarbij opgeteld ook de huidige economische situatie die het haast onmogelijk maakt voor velen om de huur van een kamertje te kunnen betalen", vertelt Fernandes die vele verhalen heeft aangehoord van mensen die hij tegen is gekomen op straat. "Ik weet als geen ander hoe de realiteit is, want ik ben daar zelf onderdeel van. Ik doe niet aan drugs, drink niet en heb geen andere verslavingen, maar ik lijd een zwerversbestaan."

Verder aan de Waterkant waar normaal crafters staan met hun waar, heeft een groep van ongeveer zes man zich gehuisvest onder de tenten. Iedereen heeft een tas of zak bij zich, die vermoedelijk hun hele leven herbergt. "Ik heb alles wat ik nodig heb in mijn zwarte rugtas. Als iemand die steelt, ben ik echt alles kwijt", zegt Vincent Bloemhaak. Op het eerste gezicht lijkt hij door een ringetje te halen. Maar hij is op straat beland door een beschermingsbevel aangevraagd door zijn vrouw bij de rechter. "Ik heb eerlijk gezegd geen idee waarom de rechter zoiets heeft toegewezen en waarom mijn vrouw dat heeft gevraagd. Misschien wilde ze me niet meer, a ben abi wan tra man", denkt Bloemhaak terug.

Het verhaal van Micky Alfonsus die van Lelydorp is, is weer heel anders. "A moni no ben doro, mi ben wroko leki wachter, maar omdat ik zover woon kwam ik gewoon niet uit. Het huis dat ik huurde was achttien kilometer naar binnen in een binnenweg en er rijden geen bussen daar, maar het was wat ik me kon permitteren aan verblijf toen. En toen kon ik het niet meer", zegt Alfonsus, die niet kwijt wil hoe lang hij al op straat zwerft. "Mi de na strati so langa dati mi no sabi moro." Op familie kunnen de mannen helaas niet terugvallen. "Ik kan mijn dochter niet vragen om mij op te vangen, omdat zij het zelf ook moeilijk heeft in deze slechte economische tijd", zegt Alfonsus, die wel contact heeft met zijn dochter en kleinkinderen.

Hij haalt een eenvoudig mobieltje uit zijn broekzak. "Zo hoor ik van mijn kleinkinderen en mijn dochter. Als ik echt een junkie was had ik mijn telefoon toch allang verkocht, maar ik wil het contact met mijn familie niet kwijt. Maar dat ze me komen bezoeken op straat gewoon, dat verwacht ik niet van ze", zegt Alfonsus. Fernandes schudt zijn hoofd alsof er voor hem geen weg terug is naar familie. "Wie gaat een moordenaar willen opvangen, want zo zien mensen me en ik ben me ervan bewust. Ik weet dat ik geen koekje ben. Gelukkig kom ik nog wat vrienden tegen uit mijn oude leven die me soms een lekkers geven, zo overleef ik het wonen op straat."

 

Acceptatie

Accepteren dat je van de ene op de andere dag dakloos bent, is een uitdaging op zich. "A libi tapu strati tranga", onderkent Bloemhaak. "Maar om te overleven moest ik me aanpassen." Wat hij jammer vindt, is dat de samenleving vaak met afkeurende blik kijkt naar daklozen en ervan uitgaat dat ze door duistere redenen, zoals verslaving, op straat zijn beland. "Mevrouw, mi no luku leki wan junkie. Mi wani wroko, maar sma no wani pai mi bun moni. Ze maken misbruik van het feit dat we daklozen zijn en willen ons een law moni betalen om werk te verrichten", zegt Bloemhaak gefrustreerd. Hij trekt zijn broekspijp op en wijst naar een wond aan zijn opgezwollen voet. "Mi abi sukru siki. Ik kan niet optimaal gaan werken in het veld zoals ik dat voorheen deed toen ik nog landbouwer was. Ik ben onder behandeling van dokter Khoen Khoen bij het Psychiatrisch Centrum Suriname (PCS). Ik zou eigenlijk mijn been omhoog moeten houden en bedrust hebben, maar als ik niet eens een bed heb om te slapen en moet hosselen voor een bordje eten, hoe ga ik dan beter worden? Ik weet ook dat ik me aan een dieet moet houden, maar ik kan me die luxe nu niet veroorloven. Als ik een bordje eten krijg, ga ik het eten, ongeacht of het nou goed voor me is of niet", stelt Bloemhaak, die medicijnen krijgt via PCS.

Fernandes: "Ja, hoe leer je bedelen? Niemand leert je hoe je dat moet doen. Ik was vele malen zwaarder dan ik nu ben. Mijn goede vriend Charlie die hier naast me zit heeft me als het ware opgevangen in het leven van de straat", wijst hij naar Charlie die iets verder van hem zit. "Na zo lang op straat leven heb ik genoeg tijd gehad om te reflecteren, ik betaal nu mijn karma voor alle levens die ik heb geroofd tijdens de Binnenlandse Oorlog en heb mij ook erbij neergelegd", zegt Fernandes.

 

Geen geldige ID-kaart

Het feit dat de meeste dak- en thuislozen geen identiteitskaart hebben, voegt een extra complicatie toe aan hun bestaan. "Mijn ID-kaart is vervallen en ik kan mij niet registreren bij Sociale Zaken als hulpbehoevende, gewoonweg omdat ze het niet accepteren", zegt Alfonsus die al meerdere malen is geweest naar het Centraal Bureau voor Burgerzaken om een nieuwe kaart aan te vragen. "Het kost mij iedere keer weer geld, dat ik niet heb om uit te geven om een ID-kaart aan te vragen. Je hebt misschien niet alle bescheiden, maar wel je oude ID-kaart die al vervallen is en toch willen ze je niet helpen", vertelt Alfonsus terwijl hij toekijkt hoe mensen in de rij staan verderop bij het ministerie van Sociale Zaken om een Covid-19-steunpakketten te halen. "Als je kijkt naar de wagens die hier staan geparkeerd, mensen met de nieuwste Toyota komen hulppakketten aanvragen en omdat ik geen ID-kaart heb en geen huis kan ik niet in aanmerking komen voor een beetje hulp", jammert de man. "Het systeem is oneerlijk. We worden van alle kanten benadeeld. Ik kijk uit naar de nieuwe regering, want de huidige poti unu na strati."

Share on Facebook    



Gerelateerde artikelen

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina