Registreren | Inloggen       Colofon
  •  
  • Home
  • 'Unu na Srananman!'

Viering 175 jaar boerenvestiging verschoven

20/06/2020 10:01 - Audry Wajwakana

Het monument ter herdenking van de komst van de Nederlandse boeren in 1845 naar Suriname.

Het monument ter herdenking van de komst van de Nederlandse boeren in 1845 naar Suriname. Foto: dWT  

PARAMARIBO - Op 20 juni is het precies 175 jaar geleden dat de eerste groep Nederlandse boeren naar Suriname kwam. Jaarlijks wordt stilgestaan bij hun komst met een kranslegging bij het monument in district Saramacca en eens in de vijf jaar groots gevierd. Echter, vanwege de Covid-19-pandemie zijn alle activiteiten tot nader order afgelast. "Al in een vroeg stadium leek het niet realistisch om het jubileumjaar groots te herdenken. We hopen in de loop van het jaar alsnog een kranslegging te doen", zegt Erick Rijsdijk, voorzitter van de stichting Sranan Boeroes.

In dit jubileumjaar was de stichting van plan om een gedenkteken met de namen van de in Groningen overleden boeren tussen 1845 en 1853 te onthullen. Tijdens de kranslegging van vorig jaar oriënteerden enkele bestuursleden van de stichting, nazaten en de districtscommissaris Sarwankoemar Ramai zich op de begraafplaats, die nabij het commissariaat ligt. Het viel op dat er geen gedenkplaat was, waarna de stichting toezegde dit in orde te maken. "Het gedenkteken is al gemaakt, maar moet nog verder afgewerkt worden. Het is afgedekt en we hopen om het eventueel dit jaar nog te kunnen onthullen", zegt Rijsdijk.

In 1845 kwamen de eerste 384 boeren uit Nederland in Suriname aan, die onder leiding van de dominees Van den Brandhof en Copijn een eigen landbouwgemeenschap zouden stichten. Dit naar aanleiding van het voorbeeld van William Penn, die in het Amerikaanse Pennsylvania een christelijke nederzetting had opgericht. Volgens Rijsdijk was dit een proef om te kijken of witte mensen op het land konden werken en (over)leven in een tropisch klimaat. De boeren werden in het moerassige Voorburg geaccommodeerd, aan de overkant van het huidige Groningen, en waren verplicht zich vijf jaar te onderwerpen aan het gezag van de dominees.

Bij vloed liep de plek onder water, waardoor er een tekort aan voedsel ontstond. Toen de tyfusepidemie uitbrak, stierven in het eerste halfjaar 184 mensen onder wie dominee Copijn. "Zo toevallig dat wij precies na 175 jaar weer met een virus kampen", zegt Rijsdijk. Degenen die de tyfusepidemie overleefden, kregen toestemming om de rivier over te steken naar Groningen. Rijsdijk benadrukt dat de Nederlandse boeren nooit slaven in hun bezit hebben gehad. Integendeel, toen ze naar Groningen werden overgeplaatst, hebben zij samen met de tot slaafgemaakten huizen gebouwd.

In de jaren die volgden, trokken de boeren in groepjes richting Paramaribo en vestigden zij zich in (toen nog) dorpjes als Kwatta en Uitvlugt. "Qua uiterlijk lijken enkele nazaten op Nederlanders, maar tijdens een gesprek merk je dat unu na Srananman!" zegt Rijsdijk. De meeste nazaten hebben zich met de andere bevolkingsgroepen geïntegreerd. "Voor de jeugd is belangrijk om de geschiedenis niet te vergeten. De geschiedenislessen op school vond ik nooit interessant, omdat je slechts een paar jaartallen uit het hoofd moest leren. Onze geschiedenis moeten we zelf vormgeven binnen het onderwijs, zodat jongeren weten hoe wij hier ook samenkwamen", benadrukt Rijsdijk.

Share on Facebook    

Gerelateerde artikelen

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina