Registreren | Inloggen       Colofon
  •  
  • Home
  • COMMENTAAR: Voorbarigheid

COMMENTAAR: Voorbarigheid

15/05/2020 12:00

COMMENTAAR: Voorbarigheid

 

EEN PARLEMENTAIRE COMMISSIE heeft woensdag een hoorzitting gehouden naar aanleiding van het verzoek van het Openbaar Ministerie om minister van Financiën, Gillmore Hoefdraad, wegens vermoedelijke ambtsmisdrijven in staat van beschuldiging te stellen. De Nationale Assemblee moet volgens de wet In Staat van Beschuldigingstelling Politieke Ambtsdragers, een politieke ambtsdrager of gewezen politieke ambtsdrager eerst in staat van beschuldiging stellen voordat tegen zo een persoon een strafrechtelijke vervolging wegens vermoedelijke ambtsdelicten mag worden ingesteld.

De afgelopen twintig jaar is dat twee keer gebeurd: in het geval van ex-minister Errol Alibux en in de case van minister Dewanand Balesar. Hoefdraad wordt in het justitieel onderzoek naar malversaties bij de Centrale Bank van Suriname verdacht van onder meer overtreding van de Bankwet, de Anti-corruptiewet en het wetboek van Strafrecht. De procureur-generaal (pg) stuurde met het verzoek ook onderliggende stukken mee die betrekking hebben op de verdenking tegen de bewindsman.

Volgens de wet mag het parlement de aanklacht niet inhoudelijk beoordelen, maar dient het slechts vast te stellen of vervolging van een politieke ambtsdrager of gewezen politieke ambtsdrager in het algemeen belang is. Volgens bekomen informatie heeft Hoefdraad ten overstaan van de DNA-commissie een pleidooi gehouden dat niet zou misstaan in de rechtszaal.

Kort na de hoorzitting gaf de NDP-fractie een verklaring uit waarin werd gesteld dat ze het verzoek om de minister in staat van beschuldiging te stellen afwijst. Daartoe worden enkele redenen opgesomd. Gesteld wordt dat zowel het verzoek van de pg, de elf punten tellende aanklacht en "het verweer" dat Hoefdraad ten overstaan van de commissie heeft gevoerd in overweging is genomen.

De NDP-fractie concludeert dat het verzoek van de pg "formele als feitelijke onvolkomenheden" bevat. Verder wordt gesteld dat hetgeen de pg "als een korte feitelijke omschrijving van het misdrijf dan wel de misdrijven heeft doen optekenen niet de lading van aangehaalde strafrechtelijke bepalingen dekt". De vraag rijst in hoeverre de NDP-fractie in deze bezig is met een inhoudelijke behandeling van de case, terwijl het parlement daartoe niet bevoegd is.

'Verweer' zou eigenlijk pas bij een inhoudelijke behandeling van de zaak aan de orde moeten komen. Plaatst de NDP-fractie zich met haar voorbarig standpunt niet nu al in de schoenen van de rechterlijke macht, terwijl het juist de partij van deze fractieleden is die de rechterlijke macht ervan beschuldigt op de stoel van het parlement te willen zitten? Recentelijk nog, nadat de kortgedingrechter de rechtskracht van de nieuwe 'valutawet' had opgeschort.

Uit het verzoek van de pg en het verweer van Hoefdraad concludeert de NDP-fractie dat pg Roy Baidjnath Panday "in de door hem gehanteerde beschrijving bestemd om DNA te informeren onvolledig is geweest, niet of niet geheel juist is geweest, althans dat de door de pg gehanteerde beschrijving geen weerspiegeling is van de vele reeds afgelegde verklaringen". De fractie gaat zelfs zo ver dat zij stelt dat de pg "een uiterst onvolledige, eenzijdige en bevooroordeelde onderbouwing van diens vordering heeft ingediend" die nimmer mag resulteren in het aanklagen van de minister.

Conform artikel 140 van de Grondwet hebben NDP-parlementariërs de belangen van strafvordering ten aanzien van ambtsdragers afgewogen tegen het algemeen belang en heeft de fractie besloten het verzoek van de pg af te wijzen. Indien het inhoudelijke 'verweer' van Hoefdraad, waarbij hij heeft geciteerd uit processen-verbaal van de politie en beschuldigingen heeft weerlegd, op waarheid berust, zou hij niet mogen vrezen om gewoon voor de rechter te verschijnen en daar zijn naam van elke blaam te zuiveren.

Share on Facebook    

Gerelateerde artikelen

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina