Registreren | Inloggen       Colofon
  •  
  • Home
  • ‘Ontaard beleid dwingt tot draconische aanpak’

ACHTERGROND: ‘Uit de hand gelopen beleid dwingt regering tot draconische maatregelen’

07/04/2020 21:00

VES-voorzitter Winston Ramautarsing maakt zich zorgen om de richting waar Suriname financieel economisch op gaat.

VES-voorzitter Winston Ramautarsing maakt zich zorgen om de richting waar Suriname financieel economisch op gaat.  

ACHTERGROND - “Over één ding moeten we vooraf duidelijk zijn, Suriname stevent af op een enorme crisis, die je niet kan afwentelen met lapmiddelen of door het coranavirus er de schuld van te geven. De onafwendbare crisis kunnen we alleen te boven komen met goed beleid. Door het voortijdig (vóór de verkiezingen) uitlekken van hoe op een illegale manier de regering met de valuta van de burgers, die bij de Centrale Bank in bewaring was gegeven, is omgesprongen, is de situatie compleet uit de hand gelopen. Het er doorheen jagen van de nationale reserves met als gevolg een enorme koersstijging leidt tot allerlei draconische maatregelen van de regering omdat die niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen en een belangrijke verkiezingsissue in het water dreigt te vallen.

Tekst: Wilfred Leeuwin /Beeld: Jason Leysner

Vlak voor de verkiezingen wenst de regering koste wat het kost, vast te houden aan een koers van SRD 7,52 voor de US dollar", zegt voorzitter Winston Ramautarsing van de Vereniging van Economisten in Surina­me (VES) inleidend in een interview dat hij samen met VES-bestuursleden Steven Debipersad en Swami Girdhari afstaat aan de Ware Tijd. De economen weerspreken dat het goed gaat met de economie en willen benadrukken dat er allerlei kunstgrepen worden toegepast om de schijn op te houden, terwijl het al een hele tijd verkeerd gaat. 

"Dat hebben wij niet alleen al enkele jaren geconstateerd, terwijl we worden uitgemaakt als doemdenkers en negativisten, maar nu zeggen ook internationale economen hetzelfde. Het vertrouwen in de regering is gedaald naar het nulpunt. Een voorbeeld hiervan is dat de internationale obligatielening van 550 miljoen US dollar nu op 52 procent is, wat betekent dat de mensen die geld aan Surinam­e hebben geleend geen vertrouwen hebben dat zij in 2026 hun geld terug zullen zien. Zij willen ervan af, al is het maar voor de helft van de prijs", zegt Ramautarsing.

"Ook het positief nieuws dat er een tweede oliebron is gevonden in Suriname heeft niet geleid tot positieve reacties op de obligatielening. Als er vertrouwen was zou de prijs daarvan meteen naar boven zijn geschoten. "De markt heeft niet gereageerd. Als het goed ging met Suriname dan zou dit het moment zijn dat de prijs van de obligatielening zou stijgen. De markt ziet het met dit beleid gewoon niet meer zitten", vult Debipe­rsad aan.

We moeten niet eerst verdrinken voordat wij in de olie kunnen zwemmen

Met het vinden van olie voor de kust van Suriname is weer aangetoond dat Suriname potentie heeft, maar om daadwerkelijk in de olie business te kunnen opereren spelen niet slechts de prijs van olie, maar ook de nationale condities een belangrijke rol. "We zijn heel blij met de vondst en hopen dat er veel meer gevonden wordt want dat maakt jouw ontwikkelingsperspectief beter. Dit biedt ons de kans om toch redel­ijk snel uit het diepe dal te komen, want dat we naar een diep dal gaan is onafwendbaar. We komen er wel uit maar niet zonder structurele beleidsombuiging die pijnlijk kan zijn. We moeten niet eerst verdrinken voordat we in de olie kunnen zwemmen. We moeten nu eerst overleven en eruit groeien.

Zowel bij de overheid als het bedrijfsleven en eigenlijk de hele bevolk­ing moet de mentaliteit drastisch ombuigen van een consumptie- naar een productie economie. We moeten af van het consumptie beleid zoals wij dat de afgelopen jaren hebben gekend, waar mensen zitten te wachten op een pakket, zonder dat zij daarvoor productie hebben geleverd. Er moeten juist arbeidsplaatsen gecreëerd worden zodat mensen zelf kunnen verdienen om een huis te kunnen bouwen en andere dingen om hun familie veilig en welvarend te laten zijn. De politiek zal dus het goede voorbeeld moeten geven voor beleid en mentaliteitsombuiging. 

Hoefdraad heeft in 2014 /2015 hetzelfde scenario toegepast

De VES had in eerste instantie verwacht dat de crisis, met de koersstijging pas na de verkiezingen van 25 mei zou uitbarsten. "Wij gingen ervan uit dat de NDP-regering er alles aan zou doen om de koers stabiel te houden en de economie kunstmatig stabiel de laten zijn, om na de verkiezingen de uitbarsting te krijgen. Dit is overigens hetzelfde scenario dat de regering heeft toe­gepast in 2014 en 2015 door het opmaken van de deviezenreserves en de monetaire financiering van een indrukwekkende verkiezingscampagne. Gezien het resultaat heeft het volk het geloofd en hebben ze zich toen er aardig uit gered. Nu is er echter iets fout gelopen bij de Centrale Bank, er is voortijdig gebleken hoe de regering met de valuta van het volk is omgesprongen dat bij de bank in bewaring was gegeven."

In 2015 bleek pas na de verkiezing dat de toenmalige governor nu minister Hoefdraad SRD 2,4 miljard monetair had gefinancierd, een illegale activiteit die werd gesanctioneerd door het om te zetten in een langlopende lening aan de staat. Die lening staat nu voor 2,3 miljard op de balans als een schuld bij de Centrale Bank. De monetaire of inflatoire financiering, is een criminele daad. Het resultaat van deze zelfde illegale daad is nu voortijdig naar buiten gekomen met het huidige gevolg.

De valutawet

De wijze waarop de valutawet recent tot stand is gekomen wordt door Girdha­ri getypeerd als een commando overval; 'overnight' opgelegd door een parlementaire meerderheid van 26 man. Het is zonder enige vorm van samen­spraak met partijen als de werkgeversorganisaties, vakbeweging, bankiersvereniging, producenten en andere maatschappelijke organisaties en zelfs de governor van de CBvS doorgedrukt.

"We zien uiteindelijk een maatschappelijke ontevredenheid na de aanname van de wet, vooral bij het maatschappelijk middenveld. Het doel van de initiatiefnemers dat deze wet, het leven dragelijker maakt voor de'mofina wan' is paradoxaal." Het kan bij Girdhari er niet in dat met die tegenstrijdige gedachtegang de productiesector volledig wordt verlamd. Volgens de wet moet 60 procent van de valuta die exporteurs verdienen terugkomen naar Suriname en 40 procent mag worden aangehouden in het buitenland.

"Dat is onmogelijk omdat je in het buiteland geen rekeningen meer kan openen vanwege gewijzigde wetgeving. In Suriname gevestigde bedrijven moeten dus gewoon hun dollars naar hier halen, wat op zich geen probleem is zolang zij dat kunnen omwisselen tegen de koers die reëel is. De officiële koers van de centrale bank is SRD 7,52 voor de US dollar, terwijl alle input lokaal afgestemd zijn op de parallelkoers van bijkans SRD 14. Hun kosten zijn dus bijna het dubbele. Dus het economische verhaal klopt niet en is verre van rationeel. Uiteindelijk zullen deze bedrijven moeten sluiten."

De zogenaamde 40 procent die zij mogen aanhouden kunnen zij volgens de initiatiefnemers gebruiken om te investeren. De Surinaamse economie is erg inefficiënt. Er zijn heel veel productiebedrijven in Suriname die met een zeer lage winstmarge opereren. "Dus als je 60 procent moet omwisselen tegen een lagere koers dan blijft er uiteindelijk niets over om jouw bedrijfsvoering te doen. De wet heeft grote impact op vooral de productiesector en uiteindelijk gaat het ten koste van de mofinawan."

Share on Facebook    

Gerelateerde artikelen

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina