Registreren | Inloggen       Colofon
  •  
  • Home
  • Kansen en bedreigingen van de revolutie

Kansen en bedreigingen van de revolutie

25/02/2020 12:00

Desi Bouterse.

Desi Bouterse.  

De revolutie kent voor- en tegenstanders. Interessant is het de beweegreden achter het oordeel te kennen. Wat is de motivatie en drijfveer van het 'beestje' is daarbij de belangrijkste vraag. Vier personen delen hun mening over deze niet weg te denken periode uit de recente geschiedenis van Suriname. Ivan Graanoogst verwoordt de belangrijkste beweegreden van de 'vijand': "Ze willen Bouterse uitschakelen."

Tekst: Euritha Tjan A Way - Beeld: dWT archief, Jason Leysner, Irvin Ngariman en Stefano Tull

Het is bomvol in de Congreshal waar het Nationaal Informatie Instituut (NII) een lezing houdt in verband met veertig jaar revolutie. Luitenant-kolonel Ivan Graanoogst probeert zonder veel succes veertig jaar revolutie samen te vatten in zestig minuten. In iets meer dan twee uur geeft Graanoogst een opsomming van de positieve zaken die het militaire en later legitiem gekozen gezag tot stand heeft gebracht. Terwijl hij quasi-serieus enkele minimale zaken noemt waar de revolutie aan moet werken is de toon zeer positief en de zaal kan het niet laten vaker een daverend applaus te laten horen.

Ivan Graanoogst

"Hoeveel vrouwen zijn er in de zaal? Weet dat een van de eerste dingen die de militairen hebben verwezenlijkt het opheffen van de handelsonbekwaamheid van de Surinaamse vrouw is. Verder was er wel gesproken over een ziektekostenfinanciering voor ambtenaren, maar het waren de militairen die het Staatsziekenfonds realiseerden, kinderbijslag en AOV. Allemaal verworvenheden van Bouterse", zegt Graanoogst die zijn woord van trouw al kort na de coup in 1980 aan Bouterse gaf. De wapenfeiten die Graanoogst neerzet, bestempelt hij als verworvenheden van de revolutie.

Jim Hok is voorzitter van de Palu, de partij die al heel vroeg na de machtsovername van 1980 samen met het militair gezag meedacht over de invulling van de politieke visie van het leger. Want zoals Graanoogst aan het begin van zijn betoog illustreert: "A sani ben bruya pkinso. We moesten in één keer een heel land runnen en enthousiaste militairen in toom houden."

Suriname zelf

Volgens Hok was de Palu de enige partij die een plan had voor de korte, middellange en lange termijn. Heel eerlijk geeft hij toe dat van dat plan erg weinig is gerealiseerd. Volgens hem is de revolutie die mede door het plan wel teweeggebracht had moeten worden niet goed van de grond gekomen. Net als Graanoogst ziet Hok de invloed van Nederland voor een groot deel als boosdoener. Volgens Hok is het land aan de Noordzee er zelfs voor verantwoordelijk dat Suriname niet werkelijk is gekomen tot die ontwikkeling die nodig was om het te maken tot een land voor de Surinamer zelf.

Jim Hok

"Nederland heeft ons de onafhankelijkheid niet gegund. En als ik zeg Nederland, dan bedoel ik politiek Den Haag. Zij hebben Bouterse in het zadel geholpen en toen hij de macht niet terug wilde geven aan Nederland zoals misschien de bedoeling was, hebben zij weer samen met de oude politiek geprobeerd hem uit de weg te ruimen. Het is alleen jammer dat die oude politiek dat niet eens doorhad", meent Hok.

Graanoogst laat tijdens zijn betoog geen spaan heel van Nederland en zinspeelt eigenlijk erop dat wie zoveel van Nederland houdt daar moet gaan wonen. De verschillende couppogingen en sabotageaanvallen worden toegeschreven aan politiek Den Haag. Het proces waarbij Bouterse in Nederland bij verstek is veroordeeld tot 11 jaar gevangenisstraf en het hele Copa-drugsonderzoek zijn in de visie van Graanoogst bedoeld voor één ding en één ding alleen: "Ze willen Bouterse uitschakelen."

Hok beperkt zich vooral tot het feit dat Nederland de ontwikkeling in Suriname heeft willen bepalen. En hoewel hij van mening is dat de revolutie niet voldoende tot wasdom is gekomen is hij er wel van overtuigd dat de militairen in hun periode hebben laten zien dat zelf doen absoluut mogelijk is. "Maar wat we niet hebben gedaan is het land tot een land van onszelf maken. Het land is ingericht voor de kolonisator, onze voormalige eigenaar. Ik zal een voorbeeld geven. Alle wegen in dit land leiden naar de in het uiterste noorden gelegen hoofdstad, waar ook de haven is. Onderling hebben ze maar weinig verbinding met elkaar." Een tweede voorbeeld is dat de schoolboeken nog steeds de Nederlander en diens manier van leven ophemelen en de Surinamer nog steeds kleineren, voegt Hok eraan toe.

Cultureel antropoloog Maggie Schmeitz heeft een Surinaamse vader, maar is in Nederland geboren en opgegroeid. Haar eerste kennismaking met de militaire periode in Suriname betrof de massaslachting in het dorp Moiwana (Marowijne) in 1986. "De beelden van auto's met lijken in de bak deden ons echt opschrikken. Dat was toch geen Suriname?" Tijdens haar studie moest zij zich verdiepen in de Latijns-Amerikaanse situatie en de verschillende coups of revoluties die er zich hadden voorgedaan. "Je komt dan snel tot de conclusie dat de revolutie in Suriname geen volksopstand was zoals in veel andere landen. Het was een groepje militairen dat de macht overnam."

In 1989 kwam zij voor enige tijd naar Suriname voor haar studie. Zij kwam veel in aanraking met vooral de vrouwenorganisatie - de Stanvaste Beweging - binnen de NDP. "Ik moet wel zeggen dat ik toen een ander beeld had dan wat je in Nederland te zien krijgt. Ik kwam tijdens zo een meeting naast Bouterse te zitten en hij schudde mij de hand. Dat was niet de Bouterse die de Nederlandse media lieten zien. Tijdens de meetings met de beweging bleek dat het hardwerkende vrouwen waren - onder wie Wonny Raveles - die in de buurten met de bevolking werkten en de noden toen bespraken met de leiding. Dat was wel een visie waar ik mij achter kon scharen."

Plos 

In 1994 kwam zij terug naar Suriname om er te wonen; zij kwam te werken op het in 1991 ingestelde ministerie van Planning en Ontwikkelingssamenwerking onder minister Ronald Assen. Vanuit haar positie heeft ze van dichtbij kunnen meemaken hoe besluitvorming en fondsvorming plaatsvonden. Zij is het oneens met Hok en Graanoogst dat Nederland de ontwikkeling in Suriname wilde bepalen en dat Suriname daarin meeging. "Zeker in de twee jaar dat ik er was, was dat niet het geval. We zaten op verschillende internationale organisaties zoals de IDB, de OAS, Unicef en UNDP."

Maggie Schmeitz

Schmeitz weet nog dat het Structureel Aanpassingsprogramma (SAP) rond die tijd is begonnen. "Ik weet nog dat mijn salaris begon bij SF 7000 en twee jaar later toen ik wegging bij het ministerie SF 72.000 was. Ik weet nog dat het SAP een duidelijk uitgeschreven programma was voor de korte, middellange en lange termijn, maar dat vooral de kortetermijndingen waren doorgevoerd. Net als de NDP recent, wilde ook de Front-regering toen niet graag de pijnlijke maatregelen zoals het saneren van het ambtenarenapparaat doorvoeren", weet Schmeitz. 

Niet bang

Marcel Pinas is geboren en opgegroeid in Marowijne. Als kunstenaar is hij nu vooral actief in Moengo, het stadje waar de Binnenlandse Oorlog grote impact op had. Pinas beschrijft de situatie voor de revolutie als rustig. "We waren niet bang. Na de revolutie was er elke dag een militair op school met een geweer en een dolk. We moesten sinds toen elke dag de vlaggenparade bijwonen", vertelt Pinas die in een internaat te Abadoekondre verbleef.

Net zoals Hok en Graanoogst aangeven, merkt Pinas op dat kort na de revolutie er een bepaalde opleving was die tot in Moengo te ervaren was. "Mensen kregen geloof in het zelf doen. De militairen begonnen ook met bepaalde projecten in het district. We kregen meer aandacht want president Chin A Sen kwam vaker naar Moengo en we moesten dan een opvoering doen in het stadion voor hem. Ik weet nog dat ik Ronnie Brunswijk (leider van het Jungle Commando, …red.) voor het eerst zag toen. Hij hield als militair de wacht voor een hefboom en iemand zei nog: luku, na a boy fu Moengotapoe."

Hoewel Graanoogst vrijwel niet is ingegaan op de Binnenlandse Oorlog tijdens de lezing ziet Pinas die niet los van de revolutie. "Het is een uitvloeisel daarvan. Brunswijk streed toch om de democratie te herstellen? Misschien begon het als een vete tussen Brunswijk en Bouterse, maar uiteindelijk werd Brunswijk vanuit Nederland gefinancierd om zaken te herstellen toch?", stelt de kunstenaar retorisch. Volgens hem had de Binnenlandse Oorlog, hoewel die veel schade heeft aangericht, ook zijn voordelen. "Er werd daarna echt rekening gehouden met de marrons. Er werd niet alleen óver ons gesproken, maar ook mét ons." 

Splijtzwam 

Graanoogst heeft het in zijn betoog over de etnische bundeling die de NDP zo sterk maakt. Met een sneer naar de oude politiek stelt hij: "Waarom doen ze niet wat de NDP heeft gedaan? We hebben bijna 118.000 stemmen behaald. Dat wil dus zeggen dat er nog meer dan 180.000 stemmen zijn om te behalen. Laten de oude politieke partijen het etnische laten varen en bundelen!"

De ervaring die Pinas heeft met de NDP en de revolutie is dat zij juist goed is in 'verdeel en heers'. Hij neemt de massaslachting in Moiwana in 1986 als voorbeeld. "Toen zijn inheemsen gestuurd om met marrons te vechten. Ook nu in Moengo ervaar ik de splijtzwam van deze revolutionaire regering. Als je voor haar bent of van de NDP dan kan alles, maar als je niet met haar wilt meegaan, maakt ze je kapot. Ik ervaar geen enkele bundelende kracht."

Pinas noemt ook zaken waarover Graanoogst met geen woord heeft gerept. "Dat het land nu weer aan de financiële afgrond is, komt ook voor elke keer als deze mensen van de revolutie de macht in handen hebben. We kijken nu weer aan tegen een vreselijk hoge koers, hoe gaan we dat weer in goede banen leiden", vraagt Pinas zich af.

Graanoogst wijst steeds op de grote projecten die de regeringen die voortkomen uit de revolutie hebben gerealiseerd en drijft de spot met wat hij noemt de onkunde van het front. "Een brug die maar halverwege in het water hing bij Carolina. Niemand kon er wat aan doen. De brug over de Surinamerivier die al lang zou komen omdat wijlen Jagernath Lachmon een had gekocht in Nederland voor een symbolisch bedrag; wij hebben die uiteindelijk gebouwd. We hebben grote dingen gedurfd en met succes. Wij wachten niet, Bouta zegt: 'Bel Ballast Nedam, laten ze die brug voor ons komen bouwen.' Dan noemen ze ons corrupt!", steekt Graanoogst zijn makker Bouterse de zoveelste veer in de reet. 

Nyan maken

Pinas is daarvan niet onder de indruk. "Ik ben blij met de brug en infrastructurele werken, maar heel vaak worden grote projecten geïnitieerd, zodat mensen een nyan kunnen maken. Dat moeten we ook niet vergeten." En inderdaad is gebleken dat de bouw van de brug naar Commewijne in 1997 door Ballast Nedam niet zonder schandalen is gebleven. De naam van een van de grote ondersteuners van deze regering, Dilip Sardjoe, is daarbij ook genoemd. Pinas heeft na '82 de periodes waarin de leiders van de revolutie het voor het zeggen hadden, als een 'free for all' ervaren. Vanwege zijn familiesituatie waarbij zijn vader bij Bryunzeel werkte en het bedrijf de ziektekosten en kinderbijslag betaalde voor het gezin, kan Pinas niet meepraten over de voordelen die Graanoogst noemt op sociaal vlak.

Marcel Pinas

Hok is het met Graanoogst eens dat Suriname zonder de revolutie en de periode daarna slechter af zou zijn, zeker waar het onze afhankelijkheid van politiek Den Haag betreft. De Palu-voorzitter weet nog dat de militairen net na de staatsgreep ondersteuning kregen van het volk net. Hij illustreert dat met een voorbeeld van een massameeting op Bronsplein. De toenmalige premier Henck Arron gaf als teken van saamhorigheid aan dat hij iets rook uit de mensenmassa, maar zelf ook niet gebaad was.

Volgens Hok was die uitspraak schertsend bedoeld. Nederland bepaalde met de Commissie Ontwikkelingssamenwerking Nederland Suriname (Cons) nog steeds wat er met ons geld moest gebeuren. Er ging veel geld naar West-Suriname, maar de focus lag niet op nutsvoorzieningen en was niet in het belang van het volk, aldus Hok. In zijn betoog woensdagavond laat Graanoogst ook beelden de revue passeren waarin te zien is hoe de bevolking samen met de militairen enkele infrastructurele werken en de afwatering in delen van Paramaribo en de districten aanpakt.

Hok: "Nederland heeft altijd geprobeerd een vinger in de pap te hebben. De militairen hebben daar een zekere halt aan toegeroepen. Alleen is het nog steeds niet zo dat wij bepalen wat voor ons belangrijk is. Wanneer we bijvoorbeeld moeten stemmen in de Verenigde Naties op wel of geen walvisvangst, dan moeten we zelf eerst een visie hebben op wat wij precies willen en dan voor- of tegenstemmen. Niet omdat we afhankelijk zijn van een bepaald land. Want dan heb je nog steeds een afhankelijk uitgangspunt. Dat is de reden waarom het zoveel regeringen - inclusief Venetiaan en de militairen - niet is gelukt het land veel meer vooruit te brengen." 

Onderdrukkers

Schmeitz analyseert het geheel wat breder. "De instelling van de districts- en ressortraadsleden bijvoorbeeld in de Grondwet van 1987 door de militairen ademt de sfeer uit van de eerste slogan van de NDP, namelijk 'Meedoen, meedenken, en meebeslissen'. Het was een prachtig plan dat er op ressortniveau al volksvertegenwoordigers waren. Prachtig dat de mensen in het ressort moesten inventariseren en de plannen met de districtsraad moesten bespreken en het dan allemaal naar het ministerie van Regionale Ontwikkeling moest gaan. Dat is vernieuwing geweest voor die revo-tijd."

Echter, gaandeweg ziet Schmeitz dat de revolutionairen de onderdrukkers zijn geworden. Ze hebben de gewoontes van de oude politiek overgenomen en verfijnd. "Dat gebeurt wanneer mensen macht proeven en werkelijk voelen dat die 'stoel' lekker zit. Kijk maar naar wat de eerste regering na 1987 heeft gedaan. Onze Grondwet bestaat uit een mengeling van het presidentiële en het parlementaire stelsel. Kijk hoeveel bevoegdheden de president heeft, terwijl het parlement dat die persoon kiest en moet controleren hem of haar op geen enkele wijze kan wegstemmen. We hebben het resultaat gezien toen we Wijdenbosch wilden wegstemmen."

Het Vrouwen Parlement Forum (VPF) waarvan Schmeitz lid was, heeft daarna aan alle 51 parlementariërs een brief doen toekomen om de Grondwet te veranderen. Niemand heeft wat daarmee gedaan toen, want die 'stoel' voelt ineens lekker aan als je erop zit en niemand wil dat gevoel van macht loslaten. De cultureel antropoloog kijkt ook naar de verandering van de slogan van de NDP om de veranderde positie van de leiders van de revolutie te zien. "Het ging van 'Meedoen, meedenken, en meebeslissen' naar 'Neks no fout'." Dat geeft volgens haar al aan dat de revolutionaire gedachte is verdwenen en plaats heeft gemaakt voor de zoete smaak van macht.

Schmeitz geeft met nog een voorbeeld aan dat de revolutionairen van toen de methodes van de oude politiek hebben overgenomen nu. "Bouterse zei toch aan Venetiaan dat hij zijn slaappyjama aan moest trekken omdat hij niets wist? Tegenwoordig is Bouterse zogenaamd ook van niets op de hoogte toch? De ontwikkelingsgedachte is verworden tot het geven van pakketten, precies dat deed het Front ook."

Graanoogst zegt tijdens zijn betoog beretrots dat wat de revolutie onder regeringen met als signatuur Bouterse heeft gebracht allemaal betaald is met Surinaams geld. Echter, over de buitenlandse schuldpositie van Suriname anno februari 2020 heeft hij met geen woord gerept.

Share on Facebook    

Gerelateerde artikelen

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina