Registreren | Inloggen       Colofon
  •  
  • Home
  • AANGEBODEN: Wees een licht voor een ander

AANGEBODEN: Wees een licht voor een ander

26/12/2019 12:31

De redactie van DWT Publishing NV stelt lezers in de gelegenheid stukken in te zenden ter publicatie. In principe worden alle ingezonden artikelen opgenomen, tenzij de inhoud schadelijk, kwetsend of beledigend is voor derden. Stukken die geplaatst worden komen niet noodzakelijkerwijs overeen met de mening van DWT Publishing NV. De redactie behoudt zich het recht voor om stukken niet te plaatsen, of in te korten of te redigeren zonder dat die uit hun context worden gehaald.

De redactie van DWT Publishing NV stelt lezers in de gelegenheid stukken in te zenden ter publicatie. In principe worden alle ingezonden artikelen opgenomen, tenzij de inhoud schadelijk, kwetsend of beledigend is voor derden. Stukken die geplaatst worden komen niet noodzakelijkerwijs overeen met de mening van DWT Publishing NV. De redactie behoudt zich het recht voor om stukken niet te plaatsen, of in te korten of te redigeren zonder dat die uit hun context worden gehaald.  

De kersttijd staat in het licht van geven en delen, de ander echt willen zien. Een blik in de wereld van nu laat zien dat de wortels van geweld, dwang, egoïsme en hebzucht zich steeds dieper wortelen in onze samenleving, kortom dat we slechts onszelf willen zien. Er zijn superrijken in de wereld, middelmatigen en zeer arme mensen. Velen maken een humaan gebaar naar de ander, doen schenkingen en delen hun rijkdom.

Er zijn echter ook mensen die niet graag delen. In deze categorie kom ik mensen tegen die keihard zeggen dat ze niets geven en niet willen delen maar ook mensen die er niet zo openlijk voor uitkomen maar wel op een indirecte manier laten merken dat ze niets voor de ander over hebben. Bij de eerste groep weet je tenminste waar je aan toe bent, bij de tweede echter niet daar ze heel sluw te werk gaan.

Zo was er een vrouw die in een mooi huis woonde en het gewoon goed had. Ze plaatste zichzelf altijd in het middelpunt, gaf haar geld uit aan reizen en omringde zich met mooie spullen. Ze had een tuinhulp en iemand die haar huis schoonmaakte. Het werk was veel en zwaar en toch werden deze twee mensen zwaar onderbetaald. Ook kwam het maar al te vaak voor dat ze tegen de tuinman zei: "Deze week heb ik geen geld, volgende week betaal ik je wel." Ze dacht er geen seconde aan dat deze man ook zijn vaste lasten en verplichtingen had. De man stond machteloos tegenover dit gedrag van zijn werkgeefster en mompelde vaak woedend: "Te`ka fasi a sei planga, a denki dati en na wan skedrei" (mensen die niets zijn, verbeelden zich heel wat te zijn.)

Hij boog echter elke keer deemoedig het hoofd, droop af en wachtte gelaten totdat hij werd uitbetaald. De schoonmaakster was er erger aan toe. Ze werkte van acht tot drie uur en maakte het hele huis schoon en kreeg maar SRD 50 betaald. En alsof dit niet genoeg was, stapelde haar werkgeefster steeds meer werk op haar schouders. Ze kreeg vaak te horen: 'voor je weggaat, kan je dit of dat nog doen'. Deze vrouw had het geld om haar werklui goed te betalen maar ze koos er bewust voor om haar geld liever uit te geven aan reizen en luxe voor zichzelf. Het was alsof ze neerkeek op deze laaggeschoolde, hardwerkende mensen. Het gaf haar een gevoel van macht.

Deze situatie leek wel een kopie van de slaventijd witte basja/zwarte slaaf. Toen keek de witte baas ook neer op de zwarte mens die voor hem werkte. Die mens kreeg ook geen respect. En neemt u maar rustig van mij aan dat er in de Surinaamse samenleving, nog heel wat mensen zijn die worden gedwongen om te leven in zo'n mensvernederende situatie. Ze pikken deze behandeling uit broodvrees, bang om hun baan te verliezen. Misschien kan het volgende verhaal helpen om de mensen die een medemens dit aan doen tot inkeer te brengen.

Er was eens een blik dat in een donkere kamer was geplaatst, hij was alleen op zichzelf gericht. Dit blik had een etiket met een vreemd opschrift. Op het etiket stond: "Ik heb". De naam deed al vermoeden dat hier hebberigheid centraal stond. Op zekere dag rolde een mooie adventskaars tegen het blik aan. De kaars was mooi, vuurrood, met gouden randen en toch zag hij er niet gelukkig uit. Maar 'IK HEB' nam niet de moeite om een blik op hem te werpen. De kaars raapte al zijn moed bij elkaar en sprak 'ik heb'aan: 'Weet je men ziet mij niet staan dus heb ik nooit mogen branden. Ik heb steeds in de kast moeten liggen en nu lig ik hier in het donker naast jou. Wil jij mij alsjeblieft aansteken dan zal ik je licht brengen zodat je al het moois om je heen kan zien."

Met heel veel moeite en vol argwaan besloot "Ik heb" gehoor te geven aan dit verzoek en stak de adventskaars aan. Eerst was het vlammetje klein alsof het bang was en wilde weglopen. Maar toen opeens werd de vlam groter en helderder. Het leek alsof het licht danste en de kaars lachte blij. Er drupten dikke druppels kaarsvet naar beneden. De kaars stootte "ik heb''aan en zei: "Kijk ik word kleiner en brand weg, maar dat vind ik niet erg. Jij krijgt licht in de duisternis omdat je mij aanstak, jij kan mij en de kleuren en alles wat in de kamer is, zien. Nu ben ik pas echt kaars en voel ik dat ik meetel omdat ik, hoe kort ook, een licht voor jou mocht zijn."

Toen de kaars helemaal was opgebrand, werd het donker in de kamer, maar er was bij 'IKHEB' een lichtje gaan branden. Hij mompelde zachtjes: "Ik begrijp jouw boodschap kaars, je bent pas echt kaars, als je brandt voor een ander, als jij je onzelfzuchtig inzet om aan anderen licht te geven. Ik was in mezelf gekeerd, zag alleen mezelf staan en wilde slechts hebben en gaf zo nooit licht aan een ander. Ik begrijp nu dat mijn blik alleen maar lichtend kan zijn, als ik het richt op een ander en mij inzet om de ander echt te zien. Dank je wel dat jij je licht voor mij hebt laten schijnen. Door dat licht, kon ik veel meer zien. Ik wil niet meerik heb heten en daarom kies ik een andere naam voor mezelf. Voortaan wil ik 'IK GEEF' heten omdat jij mij hebt geleerd dat geven mij een veel fijner gevoel geeft."

De volgende dag lag in de kamer een blik waarop "IK GEEF" te lezen stond. Overal waar "IK GEEF" voortaan binnenrolde was het niet meer zo donker, was er licht en vreugde. In deze tijd worden wij, mensen, nog meer dan anders, geroepen om onze blik te verruimen. Het lukt niet altijd om naar de ander te reiken omdat we zo vastzitten in egoïsme. Dan is je blik alleen op jezelf gericht, dan deel je niet graag. Je sluit je liever af van anderen daarom is er in je blik geen warmte. Velen doen een ander pijn met hun blik gewoon omdat die ander anders is.

God, heeft verschillende gekleurde rassen op de wereld gezet. Zijn blik op de wereld is kleurrijk, licht en warm. In onze samenleving worden mensen nog vaak uitgesloten en dat maakt de kleuren om hen heen somber en donker. Laten wij op pad gaan met een open blik. Laten wij onze blik richten thuis in ons gezin, op school en op het werk, door dienstbaar, vriendelijk en dankbaar te zijn en door steeds te vertrouwen op het goede van elk mens. Laten we sportief zijn en iedereen een kans geven, geduld en begrip op brengen voor hen die oud, behoeftig of in alles wat trager zijn. 

Laten we naar elkaar toegroeien zodat we een kleurrijke vriendengroep mogen worden waar arm en rijk welkom is. Laten we proberen om degenen om ons heen, die het moeilijk hebben, te zien zodat ze niet bij de pakken gaan neerzitten, maar mensen mogen ontmoeten die hun leven opnieuw kleur geven. Kortom laten we proberen om de kaars zijn die licht brengt in het leven van een medemens. "Reach out and touch somebody's hand, make the world a better place, if you can."

Josta Vaseur

Share on Facebook    

Gerelateerde artikelen

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina